RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 23/7955 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juli 2024 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. L. van Baaren), en Schadefonds Geweldsmisdrijven, verweerder (gemachtigde: mr. A.S.R. Bisseser-Chigharoe). Inleiding
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (het Schadefonds). 1.
- Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 19 juni 2023 buiten behandeling gesteld. Met het bestreden besluit van 7 november 2023 heeft verweerder het tegen het primaire besluit gerichte bezwaar ongegrond verklaard. 1.
- Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.
- De rechtbank heeft het beroep op 4 juni 2024 op zitting behandeld. Partijen hadden laten weten daarbij niet aanwezig te zijn. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over?
- Eiseres heeft op 1 maart 2023 een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds, omdat zij in de periode tussen 2000 tot 2009 is mishandeld door haar toenmalige partner. Verweerder heeft deze aanvraag buiten behandeling gesteld, omdat eiseres de aanvraag niet binnen de wettelijke termijn van tien jaar heeft ingediend nadat het betreffende misdrijf heeft plaatsgevonden. Wat zijn de regels?
- De relevante wet- en regelgeving is opgenomen in de bijlage die onderdeel uitmaakt van deze uitspraak. Wat vindt eiseres in beroep?
- Eiseres stelt dat in het verleden aanvragen die vielen buiten de tienjaarstermijn bij een beroep op psychische overmacht zonder meer in behandeling werden genomen. Sinds een beleidswijziging in 2021 wordt door verweerder verzocht om de psychische overmacht te onderbouwen met medische informatie. De mishandeling waarvoor eiseres om een uitkering heeft verzocht, was op het moment van de beleidswijziging echter al meer dan tien jaar geleden. Verweerder had in het geval van eiseres daarom het oude beleid moeten toepassen en haar aanvraag zonder onderbouwing van psychische overmacht inhoudelijk in behandeling moeten nemen. Wat is het oordeel van de rechtbank?
- Een aanvraag voor een uitkering bij de commissie moet worden ingediend binnen tien jaar na de dag waarop het misdrijf is gepleegd. Een na afloop van de termijn ingediende aanvraag wordt toch behandeld, als blijkt dat de aanvraag zo spoedig mogelijk is ingediend als redelijkerwijs kon worden verlangd.
- Het Schadefonds heeft bij het nemen van een beslissing op een aanvraag om een uitkering beslissingsruimte. Bij het beoordelen van een aanvraag hanteert het Schadefonds beleid. Dit beleid is neergelegd in de Beleidsbundel en de Letsellijst en te raadplegen op de website van het Schadefonds (www.schadefonds.nl). Volgens vaste rechtspraak zijn de beleidsregels die het Schadefonds hanteert in ieder geval niet onredelijk.
- Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres haar aanvraag buiten de indieningstermijn van tien jaar heeft ingediend. Eiseres heeft hiervoor als reden gegeven dat sprake was van psychische overmacht. De eerste vraag die door de rechtbank moet worden beantwoord, is of verweerder eiseres heeft mogen verzoeken om dit met medische informatie te onderbouwen alvorens de aanvraag inhoudelijk in behandeling te nemen.
- De rechtbank is van oordeel dat verweerder eiseres mocht verzoeken om met medische informatie te onderbouwen dat sprake was van psychische overmacht. De rechtbank licht hierna toe waarom dat zo is. In de Beleidsbundel staat onder het kopje ‘Overgangsrecht’ dat een primaire aanvraag wordt behandeld op basis van het beleid dat gold ten tijde van de aanvraag. Ten tijde van de aanvraag van eiseres van 1 maart 2023 was dit de Beleidsbundel van 1 november 2022 (Beleidsbundel). Dat de mishandeling waarvoor eiseres om uitkering heeft gevraagd in 2021 al meer dan tien jaar geleden was, is daarbij niet relevant. Uit de Beleidsbundel volgt dat het niet op de hoogte zijn van het Schadefonds geen verschoonbare termijnoverschrijding oplevert. Psychische overmacht kan dit wel zijn. Er moet dan wel sprake zijn van omstandigheden die verband houden met het misdrijf en die de aanvrager redelijkerwijs hebben verhinderd eerder een aanvraag bij het Schadefonds in te dienen. De aanvrager moet de opgegeven reden voor termijnoverschrijding onderbouwen. Dit kan bijvoorbeeld met medische informatie.
- De vraag die vervolgens rijst, is of verweerder de aanvraag van eiseres op goede gronden buiten behandeling heeft kunnen stellen omdat eiseres de door haar gestelde psychische overmacht onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt.
- Eiseres heeft, ondanks hiertoe meerdere keren door verweerder in de gelegenheid te zijn gesteld, geen nadere (medische) stukken ingediend die aannemelijk maken dat het voor haar onmogelijk was om voor het verstrijken van de indieningstermijn een aanvraag in te dienen. Haar enkele stelling dat ze in een slaap/waaktoestand verkeerde en daardoor pas na jaren tot het inzicht is gekomen dat zij door haar toenmalige partner is mishandeld, is daarvoor onvoldoende. Gelet hierop heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat eiseres haar aanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend als redelijkerwijs kon worden verlangd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder de aanvraag in redelijkheid buiten behandeling heeft kunnen stellen. Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder de aanvraag van eiseres in redelijkheid buiten behandeling heeft kunnen stellen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.K.S. Mollen, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.P. Lindhout, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 juli
- griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. BIJLAGE Wet schadefonds geweldsmisdrijven Artikel 7 Een aanvraag voor een uitkering moet bij de commissie worden ingediend binnen tien jaar na de dag waarop het misdrijf is gepleegd. Wordt de aanvraag door een nabestaande gedaan, dan begint die termijn te lopen van de dag van het overlijden. Een na afloop van de termijn ingediende aanvraag wordt niettemin behandeld, indien blijkt dat de aanvraag zo spoedig is ingediend als redelijkerwijs kon worden verlangd. Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven van 1 november 2022 Overige wettelijke criteria B. Indieningstermijn Voor slachtoffers en naasten geldt dat een aanvraag moet worden ingediend binnen tien jaar na de dag waarop het geweldsmisdrijf is gepleegd. Voor een nabestaande begint deze termijn te lopen van de dag van het overlijden van het slachtoffer. Dit staat in artikel 7 van de Wet. In het geval van minderjarige slachtoffers begint het tellen van de indieningstermijn van 10 jaar vanaf meerderjarigheid (18 jaar). Hetzelfde geldt voor minderjarige nabestaanden en naasten. Overschrijding indieningstermijn Indien de aanvraag niet binnen tien jaar na de dag waarop het geweldsmisdrijf is gepleegd wordt ingediend, wordt de aanvraag afgewezen, tenzij de aanvrager een geldige reden heeft voor het feit dat hij de aanvraag niet eerder indiende. Het Schadefonds beoordeelt dan of de aanvraag toch in behandeling kan worden genomen. Een na afloop van de termijn ingediende aanvraag wordt toch behandeld als de aanvraag zo spoedig is ingediend als redelijkerwijs kon worden verlangd. Het niet op de hoogte zijn van het bestaan van het Schadefonds is geen geldige reden voor overschrijding van de indieningstermijn. Psychische overmacht kan wel een geldige reden voor een te laat ingediende aanvraag zijn. Er moet dan wel sprake zijn van omstandigheden die verband houden met het misdrijf en die de aanvrager redelijkerwijs hebben verhinderd eerder een aanvraag bij het Schadefonds in te dienen. Daarbij kan in de eerste plaats aan minderjarige slachtoffers van zedenmisdrijven worden gedacht. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt namelijk dat deze groep aanvragers (over het algemeen zedenslachtoffers) vaak een lange periode klachten ervaart en een lange tijd nodig heeft om de gebeurtenis(sen) te verwerken. Van een aanvrager wordt verwacht dat hij zijn aanvraag zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs mogelijk indient nadat hij bekend is geworden met de gevolgen van het misdrijf en een zodanige fase van het verwerkingsproces heeft bereikt dat de aanvrager in staat is om een aanvraag in te dienen. De aanvrager moet de opgegeven reden voor termijnoverschrijding onderbouwen. Dat kan bijvoorbeeld doormiddel van: • medische informatie over een (op latere leeftijd gestarte) behandeling voor psychische klachten die verband houden met het misdrijf • een op latere datum gedane aangifte of melding bij de politie Indien er lange tijd zit tussen het misdrijf en de aanvraag bestaat de kans dat de aanvraag niet goed te beoordelen is. Hoe langer geleden het misdrijf plaatsvond, hoe moeilijker het is om bepaalde stukken, zoals het proces-verbaal, te achterhalen. Dit kan leiden tot een afwijzing van de aanvraag. Artikel 7 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 12 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:
- Zie in dat verband de Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven van 1 november 2022 (te raadplegen op www.schadefonds.nl).