RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 23/8587 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 september 2024 in de zaak tussen Stichting [eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. E. Koornwinder), en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder (gemachtigde: mr. K. Bergacker). Inleiding
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek tot kwijtschelding van teveel ontvangen subsidie. 1.
- Verweerder heeft dit besluit op 7 maart 2023 genomen. Met het bestreden besluit van 20 november 2023 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van het verzoek gebleven. 1.
- Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.
- De rechtbank heeft het beroep op 27 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens eiseres haar gemachtigde, vergezeld door [naam 1] en [naam 2] en namens verweerder zijn gemachtigde. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over?
- Verweerder heeft van eiseres een bedrag van € 34.490,68 aan teveel ontvangen subsidie teruggevorderd. Eiseres heeft verweerder verzocht om volledige kwijtschelding van dit bedrag. Inmiddels heeft verweerder, met instemming van eiseres, de volledige schuld verrekend met nieuwe subsidieverleningen waardoor er geen vordering meer openstaat. Wat heeft verweerder besloten?
- Verweerder heeft het verzoek van eiseres afgewezen. Het gaat in dit geval om gemeenschapsgeld dat door eiseres is aangewend voor niet-gesubsidieerde activiteiten, namelijk een bonus voor de directeur en accountantskosten. Aan de terugvordering hiervan komt daarom een relatief groot belang toe. Daarbij hanteert verweerder de vaste gedragslijn dat ten onrechte toegekende subsidie ten alle tijden wordt teruggevorderd, tenzij met objectieve en verifieerbare bewijsstukken aannemelijk wordt gemaakt dat terugvordering leidt tot staking van essentiële dienstverlening met impact op de bewoners of het maatschappelijk belang. Eiseres heeft echter geen stukken aangeleverd die concreet onderbouwen dat daarvan sprake is. De nadelige gevolgen van de invordering zijn dan ook niet onevenredig in verhouding tot de daarmee te dienen doelen. Wat zijn de regels?
- De toepasselijke wet- en regelgeving is opgenomen in de bijlage die onderdeel uitmaakt van deze uitspraak. Wat vindt eiseres?
- Het bedrag van € 34.490,68 aan teveel ontvangen subsidie moet worden kwijtgescholden. De stichting kan alleen bedragen uitgeven aan vooraf geoormerkte projecten en er is geen ruimte om ontvangen geld te gebruiken om schulden af te lossen. Omdat de schuld niet is kwijtgescholden, kunnen sommige projecten niet meer doorgaan. Verweerder is bovendien ten onrechte voorbijgegaan aan de problematische financiële situatie van eiseres. Eiseres wijst erop dat de Adviescommissie bezwaarschriften het aannemelijk vond dat essentiële dienstverlening met impact op de bewoners of het maatschappelijk belang in het gedrang komt, doordat het kwijtscheldingsverzoek is afgewezen. Verder heeft verweerder ten onrechte gesuggereerd dat de bonus voor de directeur en accountantskosten hoe dan ook niet subsidiabel zouden zijn. Deze kosten hadden daarvoor wel in aanmerking kunnen komen als vooraf toestemming was verkregen en de begroting tijdig was aangepast. Verweerder mocht hieruit niet afleiden dat de invordering in dit geval niet onevenredig is. Verder heeft eiseres op de zitting betoogd dat verweerder het verweerschrift te laat heeft ingediend en dat de rechtbank het daarom buiten beschouwing moet laten. Wat is het oordeel van de rechtbank? Procesbelang
- Gelet op de omstandigheid dat partijen de volledige schuld van € 34.490,68 hebben verrekend en er daarom geen vordering meer openstaat, ziet de rechtbank zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiseres nog belang heeft bij een inhoudelijke behandeling van haar beroep. 6.
- De rechtbank moet een beroep alleen inhoudelijk beoordelen, als de indiener daarbij een actueel en reëel belang heeft. Daarbij gaat het erom of het doel dat de indiener voor ogen staat, met het beroep kan worden bereikt en voor hem van feitelijke betekenis is. Alleen een formeel of principieel belang is onvoldoende om (voldoende) procesbelang aan te nemen. 6.
- Eiseres heeft op de zitting toegelicht dat zij meent dat de schuld ten onrechte niet is kwijtgescholden. Het voorstel van verweerder tot verrekening van de volledige schuld is weliswaar geaccepteerd, maar dit is vooral gedaan zodat projecten weer verder konden worden uitgevoerd. Bij een eventueel gegrond beroep ontstaat er evenwel een vordering ter hoogte van € 34.490,68 op verweerder die kan worden aangewend voor het weer laten doorgaan van inmiddels gestopte projecten. 6.
- De rechtbank stelt vast dat eiseres daarmee een actueel (financieel) belang heeft bij de uitkomst van dit beroep. De rechtbank is dan ook van oordeel dat eiseres voldoende procesbelang heeft. De rechtbank zal het beroep daarom inhoudelijk beoordelen. Te laat ingediend verweerschrift?
- Verweerder heeft de rechtbank pas met zijn verweerschrift van 16 augustus 2024 op de hoogte gesteld van de in maart 2024 al overeengekomen verrekening van de schuld. De rechtbank is met eiseres eens dat eerdere indiening van het verweerschrift, gelet op de inhoud ervan, mogelijk was geweest en de voorkeur verdiende. Nu het verweerschrift tien dagen voor zitting is ingediend en eiseres gelet op de inhoud en omvang ervan er adequaat op heeft kunnen reageren, ziet de rechtbank echter geen aanleiding om het verweerschrift buiten beschouwing te laten wegens strijd met de goede procesorde. Kwijtschelding
- De rechtbank is van oordeel dat verweerder het verzoek van eiseres om kwijtschelding in redelijkheid heeft kunnen afwijzen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt. 8.
- Een bestuursorgaan kan een geldschuld geheel of gedeeltelijk kwijtschelden als de nadelige gevolgen van de invordering onevenredig zijn in verhouding tot de met de invordering te dienen doelen. Deze kwijtscheldingsbevoegdheid kan alleen in uitzonderlijke gevallen worden toegepast om een oplossing te bieden voor een eventuele schuldenproblematiek van de betalingsplichtige. Zo kunnen dan niet alleen nog grotere problemen voor de betalingsplichtige worden voorkomen, maar ook eventuele problemen die daaruit voor de overheid zelf kunnen ontstaan. Uitgangspunt blijft daarbij dat geldschulden moeten worden betaald, al dan niet door het treffen van een betalingsregeling. 8.
- Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar financiële situatie zodanig problematisch is dat zij niet in staat is om de schuld aan verweerder af te betalen. Uit de statuten en de door eiseres overgelegde financiële stukken blijkt dat eiseres naast subsidies ook giften, donaties, sponsorbijdragen en eventuele erfstellingen of legaten ontvangt of kan ontvangen. Eiseres heeft niet inzichtelijk gemaakt dat zij de schuld aan verweerder niet (gedeeltelijk) uit deze inkomstenbronnen zou kunnen betalen. Bovendien heeft eiseres op de zitting uitgelegd dat zij onlangs (pas) is gestart met het zoeken naar mogelijke aanvullende inkomstenbronnen naast de subsidies en giften die ze al krijgt. De rechtbank ziet hierin een aanwijzing dat eiseres vanaf het moment dat de subsidie door verweerder op 3 augustus 2020 is vastgesteld, niet alle mogelijke inspanningen heeft verricht om de teveel ontvangen subsidie uit eigen middelen te voldoen. Gelet daarop kan verweerder worden gevolgd in zijn keuze om in dit geval geen uitzondering te maken op het uitgangspunt dat geldschulden, verkregen uit gemeenschapsgeld, altijd moeten worden terugbetaald. 8.
- Daarbij heeft eiseres op de zitting verklaard dat door de invordering van de teveel ontvangen subsidie vier van de acht projecten in 2024 geen doorgang meer kunnen vinden. Eiseres heeft echter niet met stukken onderbouwd dat het niet doorgaan van deze vier projecten heeft geleid tot staking van essentiële dienstverlening met impact op de bewoners of het maatschappelijk belang op een wijze dat verweerder niet anders kan, dan afzien van terugvordering. Er is daarom niet gebleken dat het niet kwijtschelden van de schuld onevenredige gevolgen heeft voor de overheid zelf. Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder het kwijtscheldingsverzoek van eiseres in redelijkheid heeft kunnen afwijzen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.K.S. Mollen, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.P. Lindhout, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 september
- griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. BIJLAGE Algemene wet bestuursrecht Artikel 4:57
- Het bestuursorgaan kan onverschuldigd betaalde subsidiebedragen terugvorderen.
- Het bestuursorgaan kan het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel invorderen.
- Het bestuursorgaan kan het terug te vorderen bedrag verrekenen met een aan dezelfde subsidie-ontvanger voor dezelfde activiteiten verstrekte subsidie voor een ander tijdvak.
- Terugvordering van een subsidiebedrag of een voorschot vindt niet plaats voor zover na de dag waarop de subsidie is vastgesteld, dan wel de handeling, bedoeld in artikel 4:49, eerste lid, onderdeel c, het plaatsgevonden, vijf jaren zijn verstreken. (…) Artikel 4:94a Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, kan een bestuursorgaan een geldschuld geheel of gedeeltelijk kwijtschelden indien de nadelige gevolgen van de invordering onevenredig zijn tot de met de invordering te dienen doelen. Op grond van artikel 4:94a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eiseres beroept zich op artikel 8:58, eerste lid, van de Awb en artikel 1.7 van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken. Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 31 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:
- Op grond van artikel 4:94, eerste lid, van de Awb. Zie Kamerstukken II 2019-20, 35 477, nr. 3, blz 4-5, 7 en 10-11 en Kamerstukken II, 2020-21, 35 477, nr. 6, blz. 2, 3-4 en 10.