RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 24/3626 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 augustus 2024 in de zaak tussen [eiser] , [eiseres] , beiden uit [woonplaats] , hierna: eiser en eiseres en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder (gemachtigde: mr. U.M. Kelly). Inleiding
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afwijzing van de aanvraag van eiser voor een eerste bewonersparkeervergunning. 1.
- Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 19 oktober 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 12 maart 2024 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. 1.
- De rechtbank heeft het beroep op 6 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat de zaak over?
- Eiser heeft een bewonersparkeervergunning aangevraagd om zijn auto te kunnen parkeren op de openbare weg. De aanvraag voor een eerste parkeervergunning is afgewezen omdat eiser volgens verweerder de ruimte heeft om op zijn eigen terrein te parkeren. Aan hem is wel een zogenoemde tweede bewonersparkeervergunning verleend. Het tarief van de tweede bewonersvergunning is € 314,45 per jaar, ten opzichte van € 90,- per jaar voor een eerste bewonersvergunning. Wat vindt eiser in beroep?
- Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Eiser stelt dat hij recht heeft op een bewonersparkeervergunning tegen het lage tarief omdat hij niet kan parkeren op eigen terrein. Verder koppelt de gemeente het parkeren op eigen terrein ten onrechte los van de toegankelijkheid van de woning. Dat terwijl de gemeente een folder heeft uitgebracht waarin staat dat zij een groot belang hecht aan de toegankelijkheid voor woningen en gebouwen voor gebruikers van een rollator of rolstoel. Eisers ouders zijn door dit besluit niet meer in staat om met hun rollator toegang te verkrijgen tot de woning. Ook is er te weinig ruimte om de fietsen en de vuilnisbakken te verplaatsen als de auto geparkeerd staat. Daarnaast is het niet meer mogelijk om lopend in rechte lijn de auto te bereiken. Wat is het oordeel van de rechtbank?
- Uit het parkeerbeleid van de gemeente Den Haag volgt dat het recht op een eerste bewonersvergunning vervalt als een bewoner een auto kan parkeren op eigen terrein (hierna: POET). Onder een POET wordt verstaan een parkeergelegenheid die is bestemd voor een of meer personenauto’s, die aansluit op de weg, behoort bij of is toegewezen aan een gebouw of gebouwencomplex en, als het om een solitaire, inpandige parkeergelegenheid gaat (zoals een oprit, garage of carport), ten minste 2,35 meter breed en 5 meter diep is en een doorgang heeft van ten minste 2 meter breed. Echter, in het gebied Vogelwijk geldt er een uitzondering. De bewoners van Vogelwijk krijgen een parkeervergunning voor hun eerste auto, ondanks een POET. Hiervoor geldt het tweede of derde vergunningstarief.
- De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet ten onrechte een eerste bewonersparkeervergunning aan eiser heeft geweigerd. De rechtbank overweegt hierbij als volgt. 5.
- Niet in geschil is dat de oprit van eiser voldoet aan de afmetingen zoals vastgesteld door verweerder. Anders dan eiser stelt is het niet relevant of eiser daadwerkelijk toegang heeft tot de oprit. Het criterium is immers of bij het adres van eiser een gezamenlijke parkeervoorziening is gerealiseerd op eigen terrein, waar op grond van de Regeling voldoende ruimte is voor het parkeren van een eerste en/of volgende auto’s. Daar komt bij dat uit de overgelegde foto’s van eiser blijkt dat op de oprit feitelijk kan worden geparkeerd. 5.2 De stelling van eiser dat zijn ouders met een rollator geen toegang meer hebben tot zijn woning, en met zijn fiets en vuilnisbak niet langs de auto kan maakt dit gelet op het voorgaande niet anders. De rechtbank volgt verweerder verder in zijn standpunt dat eiser zijn doorgang zodanig anders kan inrichten/en of aanpassen, bijvoorbeeld door middel van het snoeien van de heg, zodat de oprit minder wordt beperkt en er meer manoeuvreerruimte wordt gecreëerd. Op de zitting heeft eiser aangegeven dat dit niet mogelijk is. Eiser heeft deze stelling niet verder onderbouwd. Daar komt bij dat het voor eiser nog steeds mogelijk is om op de openbare weg te parkeren door middel van een tweede bewonersvergunning, zij het dat deze vergunning duurder uitvalt. Het weigeren van een eerste bewonersvergunning is dan ook niet hetzelfde als een wettelijke verplichting voor eiser om zijn auto op eigen terrein te parkeren. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verlenen van de bewonersparkeervergunning tegen het tweede tarief in de situatie van eiser niet disproportioneel uitpakt. Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder aan eiser geen bewonersparkeervergunning tegen het eerste tarief hoeft te verlenen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. R.S. Ouertani, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 augustus
- griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Artikel 4.2.1, eerste lid en sub c, van de Regeling parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022 (hierna: de regeling). Brief van 27 juni ‘toelichting bij de regeling tot tiende wijzing van de Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2022’. Artikel 1.1 Regeling.