Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 23-151 Zaaknummer: C/09/641006 Datum beschikking: 12 december 2024 Vervangende toestemming erkenning, gezag, omgang en kinderalimentatie Beschikking op het op 9 januari 2023 ingekomen verzoekschrift van: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. R. Shahbazi te Den Haag. Als belanghebbenden worden aangemerkt: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. T. Venneman te Den Haag, en de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag 1] 2017 te [geboorteplaats 1] , in rechte vertegenwoordigd door mr. F. Borger van der Burg-Holstege, advocaat te Den Haag, in de hoedanigheid van bijzondere curator. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verslag van de bijzondere curator van 12 april 2023; het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek, van 18 augustus 2023 van de moeder; het F9-formulier van 30 november 2023 van de bijzondere curator; het F9-formulier van 6 december 2023 van de man; het F9-formulier van 19 december 2023 van de moeder; het F9-formulier met bijlage van 8 maart 2024 van de man; het F9-formulier met bijlagen van 5 november 2024 van de man; het F9-formulier van 6 november 2024 van de bijzondere curator; het verweerschrift op het zelfstandig verzoek van 6 november 2024 van de man; het F9-formulier met bijlagen van 8 november 2024 van de man; het F9-formulier met bijlagen van 11 november 2024 van de man; het F9-formulier met bijlagen van 14 november 2024 van de man. Op 14 november 2024 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man, bijgestaan door zijn advocaat; de moeder, bijgestaan door haar advocaat; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). Na de zitting heeft de rechtbank ontvangen: het F9-formulier van 18 november 2024 van de moeder. Feiten Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. De minderjarige is niet erkend. De moeder heeft van rechtswege het eenhoofdig gezag over de minderjarige. De moeder geeft geen toestemming voor de erkenning door de man. Bij beschikking van deze rechtbank van 15 februari 2023 is mr. F. Borger van der Burg-Holstege voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde de minderjarige ingevolge artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) te vertegenwoordigen. Verzoek en verweer Het verzoek van de man strekt ertoe hem vervangende toestemming als bedoeld in artikel 1:204 lid 3 BW te verlenen, zodat hij de minderjarige kan erkennen. Verder verzoekt de man hem te belasten met het ouderlijk gezag over [minderjarige] , zodat de ouders voortaan het gezamenlijk gezag toekomt. Ook verzoekt de man om de volgende (opbouwende) omgangsregeling vast te stellen, waarbij de man omgang zal hebben met [minderjarige] : - de eerste maand twee keer per week drie uur, in overleg met de moeder af te stemmen; - de tweede maand twee keer per week zes uur of drie keer per week vijf uur, waarvan één dag in het weekend, in overleg met de moeder af te stemmen; - de derde maand eenmaal in de week in het weekend acht uur en doordeweeks één dag vier uur, in overleg met de moeder af te stemmen; - na vier maanden: eens in de veertien dagen, van vrijdagmiddag tot zondagavond 19.00 uur; Verder verzoekt de man te bepalen dat: - [minderjarige] de helft van alle schoolvakanties en feestdagen bij de man verblijft, waarbij de eerste helft van de feestdagen en vakanties de even jaren aan de man toekomen en in de oneven jaren aan de moeder; - [minderjarige] haar verjaardag in de even jaren bij de man is en in de oneven jaren bij de moeder en dat [minderjarige] op Moederdag bij de moeder is en op Vaderdag bij de man; Dan wel een zodanige regeling vast te stellen als de rechtbank in het belang van de minderjarige acht. Subsidiair verzoekt de man de Raad opdracht te geven te onderzoeken welke omgangs- of zorgregeling in het belang van de minderjarige is en welke gezagsregeling in het belang van de minderjarige is. De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast heeft de moeder zelfstandig verzocht: indien blijkt dat de man de vader is, te bepalen dat hij gehouden is een bedrag aan kinderalimentatie te betalen ad. € 250,- per maand ten behoeve van de minderjarige. De man voert verweer tegen het zelfstandig verzoek, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. De bijzondere curator adviseerde het verzoek van de man toe te wijzen onder de voorwaarde dat er een DNA-onderzoek wordt gelast waaruit blijkt dat de man daadwerkelijk de biologische vader is van de minderjarige, of anderszins bewijzen hiervan zouden worden overgelegd. Beoordeling Vervangende toestemming erkenning Wettelijk kader Artikel 1:204 lid 3 BW bepaalt het volgende. Als een man een kind wil erkennen, kan de toestemming van de moeder – bij een kind jonger dan 16 jaar – of die van het kind zelf – als het 12 jaar of ouder is – door toestemming van de rechtbank worden vervangen. Dit is mogelijk, tenzij dit de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind schaadt of een evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van het kind in het gedrang komt. Vervangende toestemming kan alleen worden gegeven als de man hetzij de verwekker van het kind is, hetzij de biologische vader van het kind, die niet de verwekker is en in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind. Inhoudelijke beoordeling Omdat beide partijen, maar met name de moeder, twijfelden of de man de biologische vader van [minderjarige] is hebben zij een DNA-test gedaan. Uit deze test van 4 maart 2024 blijkt dat de man met meer dan 99,999% zekerheid de biologische vader van [minderjarige] is. Gesteld noch gebleken is dat de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met [minderjarige] of de belangen van [minderjarige] geschaad zouden worden in geval van erkenning door de man. Het verzoek van de man ten aanzien van vervangende toestemming tot erkenning wordt daarom toegewezen. Zoals op de zitting is besproken staat het de ouders vrij om in samenspraak over te gaan tot erkenning van [minderjarige] door de man bij de gemeente. In dat geval dienen partijen samen naar de gemeente te gaan en dient de moeder alsnog haar toestemming te verlenen voor erkenning. Mochten partijen hier niet gezamenlijk toe overgaan, dan heeft de man dus vervangende toestemming van de rechtbank om hier alleen toe over te gaan. Gezag en omgang Op de zitting is besproken dat partijen een beslissing over het gezag en de omgang c.q. zorgregeling wensen aan te houden. Ook is besproken dat partijen ondersteuning nodig hebben ten aanzien van de statusvoorlichting aan [minderjarige] en de verbetering van hun onderlinge communicatie. Er moet nog statusvoorlichting aan [minderjarige] volgen, nu zij in de veronderstelling is dat de huidige partner van de moeder haar biologische vader is. Op de zitting heeft de medewerker van de Raad aangeboden om partijen aan te melden bij Kracht/Rondom Jou (het voormalige CJG), zodat zij ouders kunnen doorverwijzen naar passende hulpverlening. Ook is besproken dat de ouders een mediation traject kunnen doorlopen om hun onderlinge communicatie te verbeteren en in onderling overleg verdere afspraken te maken over het gezamenlijk gezag en de omgang c.q. zorgregeling. De man heeft aangegeven open te staan voor iedere vorm van hulpverlening. De moeder wilde tijd om te onderzoeken wat haar voorkeur heeft, zowel een verwijzing door de raadsmedewerker naar Kracht/Rondom Jou als mediation of één van beiden. De moeder heeft in haar F9-formulier van 18 november 2024 de rechtbank laten weten dat zij niet instemt met een verwijzing door de raadsmedewerker en een mediation traject wenst te volgen. Gezien het voorgaande heeft de rechtbank partijen via het door hen ingevulde mediation formulier doorverwezen naar het mediation bureau van de rechtbank. De rechtbank zal in afwachting van het resultaat van de mediation de beslissing ten aanzien van het gezag en de omgang aanhouden. Verder overweegt de rechtbank dat pas definitief op het verzoek tot gezamenlijk gezag kan worden beslist nadat de erkenning tot stand is gebracht. De man kan niet eerder dan drie maanden na deze beslissing de erkenning bij de gemeente laten registreren, omdat deze beslissing eerst in kracht van gewijsde moet zijn gegaan. De rechtbank geeft de man dan ook een termijn van 5 maanden om de erkenning van [minderjarige] bij de gemeente te laten registreren. De rechtbank verzoekt de advocaat van de man om de akte van erkenning aan de rechtbank te sturen. Pas na ontvangst van de akte van erkenning zal de definitieve beslissing op het verzoek tot gezamenlijk gezag kunnen worden gegeven. De rechtbank overweegt dat indien de man aan het hiervoor bepaalde niet voldoet de zaak met toepassing van artikel 22 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zal worden afgedaan. Gezien het voorgaande zal de rechtbank de zaak in afwachting van de akte van erkenning en het verloop van het mediation traject pro forma aanhouden tot 15 mei 2025. Kinderalimentatie Op de zitting hebben partijen overeenstemming bereikt over een bedrag aan kinderalimentatie van € 150,- per maand. Zij zijn het echter niet eens geworden over een ingangsdatum en hebben de rechtbank verzocht om hier een beslissing over te nemen. De rechtbank overweegt ten aanzien van de ingangsdatum als volgt. Ten tijde van de indiening van het zelfstandig verzoek ten aanzien van de kinderalimentatie in augustus 2023 was er nog onduidelijkheid over de vraag of de man de biologische vader van [minderjarige] was. Ook de moeder wilde immers een DNA-onderzoek om hier zeker van te zijn. De onderhoudsplicht ontstaat pas vanaf het moment dat vaststaat dat iemand de biologische ouder of verwekker van het kind is. Dit stond in dit geval in ieder geval vast vanaf het moment dat de resultaten van het DNA-onderzoek bekend waren. Deze resultaten dateren van 4 maart 2024. De rechtbank zal daarom als ingangsdatum 1 maart 2024 vaststellen. Hierdoor ontstaat er een betalingsverplichting voor de man ten aanzien van een achterstallige periode (maart 2024 tot heden). Gezien de door de man gestelde schulden geeft de rechtbank partijen in overweging om afspraken te maken over de betaling van deze achterstallige periode (bijvoorbeeld een betaling in termijnen). Bijzondere curator Uit de te nemen beslissingen volgt dat vertegenwoordiging van de minderjarige door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd. Beslissing De rechtbank: verleent de man, [de man] , geboren op [geboortedag 2] 1990 te [geboorteplaats 1] , toestemming, die de toestemming van de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedag 3] 1993 te [geboorteplaats 2] , vervangt, tot erkenning van de minderjarige, [minderjarige] , geboren op [geboortedag 1] 2017 te [geboorteplaats 1] ; bepaalt dat de man aan de moeder, met ingang van 1 maart 2024, een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] van € 150,- per maand zal betalen, vanaf heden telkens bij vooruitbetaling te voldoen, en verklaart de bepaling van deze bijdrage uitvoerbaar bij voorraad; beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd; verwijst partijen naar de voor hen bekende mediator; houdt iedere verdere beslissing aan tot 15 mei 2025 pro forma, in afwachting van de resultaten van de mediation en de erkenning van de minderjarige door de man; uiterlijk veertien dagen vóór voornoemde pro forma datum dienen partijen zich schriftelijk uit te laten over het resultaat van de mediation en de gewenste voortgang van deze procedure; bepaalt dat de man vóór de genoemde pro forma datum de akte van erkenning aan de rechtbank doet toekomen; houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag en de omgang c.q. zorgregeling aan. Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.M. Lokhorst als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 12 december 2024.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.