uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummers: NL24.19814 en NL24.19816 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser 1] , met V-nummer: [V-nummer] , [eiser 2] , met V-nummer: [V-nummer] hierna gezamenlijk: eisers (gemachtigde: F.W. Verweij), en de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Eisers hebben op 7 mei 2024 afzonderlijke beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op hun afzonderlijk ingediende asielaanvragen van 2 oktober
- Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. Overwegingen
- De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.1
- De rechtbank neemt samenhang aan tussen de zaken van eisers, omdat zij als gezinsleden gezamenlijk zijn ingereisd en gelijktijdig hun aanvragen op 2 oktober 2023 hebben ingediend. Bij brief van 14 februari 2024 zijn eisers toegelaten tot de nationale procedure.
- Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) wordt op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 28 van de Vw, in beginsel zes maanden na ontvangst van de aanvraag een beschikking gegeven.
- In artikel 42, zesde lid, van de Vw is bepaald dat, indien in het kader van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vw wordt onderzocht of de aanvraag op grond van artikel 30 van de Vw niet in behandeling dient te worden genomen, de termijn bedoeld in het eerste lid van artikel 42 van de Vw aanvangt op het tijdstip waarop overeenkomstig de Dublinverordening wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek.
- Op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
- Eisers hebben op 2 oktober 2023 de asielaanvragen ingediend. Op grond van artikel 21, eerste lid, van de Dublinverordening moet het overnameverzoek zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen drie maanden na de indiening van de asielaanvraag worden verzonden. Verweerder heeft deze termijn ongebruikt laten verstrijken. De rechtbank stelt vast dat verweerder, gelet op artikel 21 van de Dublinverordening, per 3 januari 2024 verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van de asielaanvragen. Dat betekent dat verweerder met toepassing van artikel 42, eerste lid, van de Vw in beginsel uiterlijk op 3 juli 2024 op de aanvragen had moeten beslissen.
- Sinds 27 januari 2023 is echter het besluit met kenmerk WBV 2023/3 van kracht.2 Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 met negen maanden zijn verlengd. De asielaanvragen van eisers vallen onder het toepassingsbereik van dit besluit. Dit betekent dat de beslistermijn in hun zaak met negen maanden is verlengd en verweerder uiterlijk op 3 april 2025 op de aanvragen moet beslissen. De ingebrekestellingen van 11 april 2024, door verweerder ontvangen op 16 april 2024, zijn hierdoor te vroeg ingediend. Dat maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep op grond van het niet tijdig beslissen door verweerder, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Conclusie en gevolgen
- De beroepen zijn niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van I. Abdilahi, griffier. 2 Staatscourant van 26 januari 2023, nr.
- De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 06 augustus 2024 Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven