← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:23758

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 24-2426 Zaaknummer: C/09/664144 Datum beschikking: 26 juli 2024 Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken Beschikking op het op 5 april 2024 ingekomen verzoek van: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. R.P.M. Duijndam te Lisse. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J.M.H. Vullings te Eindhoven. Procedure De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder: het verzoekschrift; het F2-formulier van 12 april 2024 van de zijde van de vader; het F9-formulier van 3 mei 2024 van de zijde van de moeder; het F9-formulier van 7 juni 2024 van de zijde van de moeder; het gewijzigde verzoek van 18 juni 2024 van de zijde van de moeder; het F9- formulier van 19 juni 2024 van de zijde van de vader; het F9-formulier van 20 juni 2024 van de zijde van de vader; het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift, ingekomen op 21 juni 2024; het F9-formulier van 27 juni 2024 van de zijde van de moeder. Op 28 juni 2024 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder, bijgestaan door haar advocaat; de vader, bijgestaan door zijn advocaat; namens de Raad voor de kinderbescherming (hierna: Raad), [naam] . Verzoek en verweer Het verzoekschrift strekt tot wijziging van de door de ouders onderling getroffen zorgregeling, in die zin dat moeder thans verzoekt: - te bepalen dat [minderjarige 1] bij moeder verblijft gedurende één weekend per drie weken alsmede om de week een woensdagmiddag wanneer oma en opa (moederszijde) op bezoek komen, daarnaast te bepalen dat indien de vader de nacht doorbrengt bij zijn partner in [provincie] , [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de moeder zullen verblijven, dan wel een zorgregeling vast te stellen die deze rechtbank in goede justitie juist acht. De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens heeft de vader zelfstandig verzocht: te bepalen dat [minderjarige 1] eenmaal per maand een weekend van vrijdag uit school tot zondagavond bij de moeder verblijft, alsmede eenmaal per twee weken een woensdagmiddag, als oma en opa (moederszijde) op bezoek komen, althans een regeling te bepalen die deze rechtbank in goede justitie juist acht; te bepalen dat de moeder met ingang van 1 juli 2024 aan de vader maandelijks, telkens bij vooruitbetaling, een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van € 328,- voor [minderjarige 1] voldoet, althans een bijdrage en ingangsdatum te bepalen die deze rechtbank in goede justitie juist acht; te bepalen dat de vader met ingang van 1 juli 2024 aan de moeder maandelijks, telkens bij vooruitbetaling, een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van € 16,- voor [minderjarige 2] voldoet, althans een bijdrage en ingangsdatum te bepalen die deze rechtbank in goede justitie juist acht. Feiten Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2008 tot [datum 2]

  1. Zij zijn de ouders van de thans nog minderjarige kinderen: - [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] ); - [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats 2] . [minderjarige 2] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de moeder, maar verblijft feitelijk bij de vader. [minderjarige 1] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de vader. Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit. In het door de ouders op 15 september 2013 ondertekende ouderschapsplan, aangehecht aan de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Overijssel van 7 december 2023, zijn de ouders – voor zover hier relevant – overeengekomen: - om een twee wekelijkse zorgregeling aan te houden waarbij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de eerste week bij de moeder verblijven en gedurende de tweede week bij de vader verblijven. Beoordeling Wijziging zorgregeling Wettelijk kader Op grond van artikel 1:253a, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) in samenhang met artikel 1:377e BW, kan de rechtbank op verzoek van de ouders of van één van hen een beslissing inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken wijzigen omdat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt. De rechtbank is gebleken dat na voormelde overeengekomen zorgregeling de omstandigheden zijn gewijzigd. Immers, [minderjarige 1] volgt al maandenlang de zorgregeling niet meer. De rechtbank ziet reden om de moeder ontvankelijk te verklaren in haar verzoek. Standpunt moeder Ter zitting is gebleken dat de moeder en [minderjarige 1] inmiddels weer contact hebben. De moeder heeft naar aanleiding van een gesprek met [minderjarige 1] haar verzoek gewijzigd. Aanvankelijk verzocht de moeder nakoming van het co-ouderschap, maar uit het gesprek met [minderjarige 1] is gebleken dat [minderjarige 1] dit niet wil en de moeder respecteert dit. De moeder en [minderjarige 1] zijn samen tot een gewijzigde zorgregeling gekomen waarbij [minderjarige 1] één weekend in de drie weken bij de moeder verblijft, en daarbij om de week een woensdagmiddag wanneer oma en opa (moederszijde) op bezoek komen. Verder wil de moeder dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij haar verblijven wanneer de vader de nacht bij zijn partner in [provincie] doorbrengt. Standpunt vader De vader heeft hierop verweer gevoerd. Vader stelt zich op het standpunt dat [minderjarige 1] één weekend per maand bij moeder wil verblijven en eenmaal per twee weken een woensdagmiddag wanneer oma en opa (moederszijde) op bezoek komen. Ter zitting heeft de vader echter aangegeven dat hij [minderjarige 1] verkeerd heeft begrepen en dat [minderjarige 1] instemt met de door de moeder voorgestelde zorgregeling. De vader heeft tijdens de zitting laten weten akkoord te gaan met deze zorgregeling. De vader is het niet eens met het verzoek van de moeder dat de kinderen bij haar verblijven wanneer de vader bij zijn partner in [provincie] overnacht. Tijdens de zitting heeft de vader aangegeven dat het zijn verantwoordelijkheid is als de kinderen bij hem zijn. Hij wil de kinderen de keuze geven om zelf te bepalen of zij bijvoorbeeld meegaan naar [provincie] , bij oma verblijven of bij hun moeder verblijven. Overwegingen rechtbank De rechtbank heeft op de zitting met de ouders gesproken en constateert dat beide ouders overeenstemming hebben bereikt over de zorgregeling ten aanzien van [minderjarige 1] . Bovendien is uit het kindgesprek met [minderjarige 1] gebleken dat hij zich prettig voelt bij de regeling die de moeder verzoekt. Om deze reden wordt het verzoek van de moeder toegewezen waarbij wordt bepaald dat [minderjarige 1] één weekend per drie weken én om de week een woensdagmiddag wanneer oma en opa (moederszijde) op bezoek komen bij moeder verblijft. De moeder heeft op de zitting aangegeven dat zij er de voorkeur aan geeft dat het weekend begint op vrijdagmiddag en eindigt op zondag na het avondeten. De rechtbank merkt op dat dit de richtlijn zal zijn, maar dat [minderjarige 1] hier van mag afwijken als hij dat wil. Het verzoek van de moeder om de kinderen bij haar te laten verblijven wanneer de vader bij zijn partner in [provincie] overnacht, zal door de rechtbank worden afgewezen. De rechtbank heeft begrip voor het standpunt van de moeder, maar acht het niet in het belang van [minderjarige 1] om het verzoek toe te wijzen. [minderjarige 1] heeft inmiddels een dusdanige leeftijd waarbij hij alleen thuis kan zijn. De rechtbank merkt echter wel op dat het fijn kan zijn voor [minderjarige 1] om bij zijn moeder te verblijven wanneer de vader in [provincie] overnacht. Tijdens de zitting is verder gebleken dat de communicatie tussen de ouders ernstig is verstoord. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige 1] – en ook [minderjarige 2] – dat de ouders leren om beter met elkaar te communiceren. Tijdens de zitting hebben beide ouders verklaard om aan de communicatie te willen werken en is gesproken over een traject bij Cardea. Maar omdat er grote wachttijden zijn bij Cardea zijn de ouders op advies van de Raad ter zitting overeen gekomen dat zij zich beiden individueel zullen aanmelden voor een mediation traject bij [mediator] . Voor de zekerheid willen de ouders ook graag op de wachtlijst komen voor een traject Ouderschapsbemiddeling via Cardea. Om deze reden zal de rechtbank de ouders in de gelegenheid stellen om deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. De rechtbank verwacht van de ouders dat zij er alles aan zullen doen om hun onderlinge communicatie te verbeteren zodat zij in de toekomst wellicht zelf afspraken over de zorgregeling kunnen maken. Het proces-verbaal is op 3 juli 2024 per e-mail verzonden aan Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het hulpverleningstraject Ouderschapsbemiddeling en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal ook (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Jeugdteams Leidse Regio. In afwachting van het verloop van de mediation zijn de ouders ter zitting overeen gekomen dat [minderjarige 1] voorlopig één weekend in de drie weken en om de week een woensdagmiddag wanneer opa en oma (moederszijde) op bezoek komen, bij moeder verblijft. De rechtbank zal de zorgregeling als voorlopige zorgregeling vaststellen en een definitieve beslissing over de zorgregeling aanhouden in afwachting van de resultaten van de mediation. De rechtbank zal de procedure pro forma aanhouden tot 1 januari
  2. Dit met de opdracht aan de (advocaten van de) ouders om uiterlijk op die datum, of eerder indien nodig, met gelijktijdige kopie aan de andere ouder de rechtbank te berichten over de stand van zaken van de mediation en over de gewenste voortgang van deze procedure. Kinderalimentatie Het zelfstandige verzoek van de vader ten aanzien van de kinderalimentatie is op21 juni 2024 door de rechtbank ontvangen. Gelet op het feit dat de moeder op grond van het procesreglement een verweertermijn heeft van vier weken, en ook overigens de goede procesorde een dergelijke termijn terzake van het verzoek vereist, zal de rechtbank het verzoek met betrekking tot de kinderalimentatie afsplitsen. Het verzoek tot kinderalimentatie zal als een nieuwe zaak en tijdens een nader te plannen zitting worden behandeld, opdat de moeder in de gelegenheid wordt gesteld een verweerschrift in te dienen. In de onderhavige procedure zal derhalve geen inhoudelijke beslissing worden gegeven ten aanzien van de verzoeken ter zake van de kinderalimentatie. Beslissing De rechtbank: bepaalt dat de minderjarige [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] ) voorlopig bij de moeder zal zijn: - één weekend per drie weken alsmede om de week een woensdagmiddag wanneer oma en opa (moederszijde) op bezoek komen; stelt vast dat partijen, te weten: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, en [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar (De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Jeugdsteams Leidse Regio voor deelname aan Ouderschapsbemiddeling en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie; beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van daze beschikking te zenden naar: Jeugdteams Leidse regioHaarlemmerstraatweg 31 – 8519 – 2343 LA Oegstgeest wijst af het meer of anders verzochte; houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling aan tot 1 januari 2025 pro forma. Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben-de Vries, kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Visser als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 juli 2024.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.