← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:23771

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: AWB 24/6901 (beroep) en AWB 24/1630 (beroep niet-tijdig beslissen) uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 december 2024 in de zaken tussen [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser (gemachtigde: [referent] ), en de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder (gemachtigde: mr. M. Latul). Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van de heer [eiser] (die hierna eiser wordt genoemd) tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor de afgifte van een visum voor kort verblijf (afgekort: visum) en zijn beroep tegen het niet-tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift. 1.
  2. De minister van Buitenlandse Zaken (die hierna verweerder wordt genoemd) heeft de aanvraag van eiser afgewezen op 13 juni
  3. Dit wordt ook wel het ‘eerste besluit’ genoemd. Op 27 maart 2024 heeft verweerder het bezwaar tegen het eerste besluit ongegrond verklaard. Dat betekent dat verweerder eiser geen gelijk heeft gegeven en dat de afwijzing van de aanvraag blijft staan. Dit wordt ook wel het ‘bestreden besluit’ genoemd.
  4. Er is op 26 november 2024 een zitting geweest waarin het beroep tegen de afwijzing van de verlening van het visum en het beroep tegen het niet-tijdig beslissen zijn besproken. Daarbij waren aanwezig de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over?
  5. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1997 en heeft de Turkse nationaliteit. Hij heeft op 26 mei 2023 een aanvraag ingediend voor de afgifte van een visum, zodat hij zijn broer, de heer [referent] , kan bezoeken. De heer [referent] is daarmee ook de ‘referent’ in deze procedure en wordt hierna verder zo genoemd in deze uitspraak.
  6. Verweerder heeft de aanvraag van eiser afgewezen. Verweerder vindt dat er redelijke twijfel bestaat dat eiser het Schengengrondgebied zal verlaten vóór het aflopen van het visum. Ook vindt verweerder dat eiser het doel en de omstandigheden van het gestelde verblijf niet zou hebben aangetoond. Verder vindt verweerder dat de ingebrekestelling door eiser terecht is, maar wordt er geen dwangsom aan hem betaald. Dat is volgens verweerder zo omdat het bezwaar volgens haar kennelijk ongegrond is. Wat vindt eiser in beroep? Het beroep tegen het betreden besluit (zaaknummer: AWB 24/6901)
  7. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij heeft daarvoor verschillende argumenten. Deze argumenten heten ‘beroepsgronden’. Ten eerste vindt eiser dat er geen redelijke twijfel bestaat dat hij het Schengengrondgebied zal verlaten vóór het aflopen van het visum. Zo heeft eiser wel een voldoende sociale band met Turkije. Verweerder heeft onvoldoende meegenomen dat hij daar familie en vrienden heeft en niet relevant is dat hij (nog) niet getrouwd is. Ook heeft eiser een voldoende economische binding met Turkije. Hij is dokter en heeft wel voldoende met stukken aangetoond dat hij een regelmatig en voldoende hoog inkomen krijgt. Dat eiser eerder een aanvraag voor de afgifte van een visum in Duitsland heeft ingediend, maar hiervan nooit gebruik heeft gemaakt, is voor deze procedure niet relevant. Ten tweede vindt eiser dat het doel en de omstandigheden van het gestelde verblijf in Nederland voldoende zijn aangetoond. Eiser vindt dat er voldoende is bewezen dat hij en referent broers zijn van elkaar. Verweerder heeft niet eerder gezegd dat de ingediende stukken om dit te onderbouwen onvoldoende zijn. De status en (eerdere) aanvragen van familieleden hadden niet mogen worden meegenomen en zijn niet relevant voor de aanvraag van eiser. Als eiser zich had willen vestigen in Nederland, had hij dat via gezinshereniging gedaan. Eiser heeft daar bewust niet voor gekozen. Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen (zaaknummer: AWB 24/1630)
  8. Voor het beroep tegen het niet-tijdig beslissen is het volgende belangrijk. Eiser heeft op 14 december 2023 een ingebrekestelling bij verweerder ingediend. Verweerder heeft de ontvangst hiervan bevestigd met de brief van 16 december 2023, maar heeft vervolgens niet binnen de termijn van twee weken een besluit genomen. Eiser wil zo snel mogelijk een beslissing op zijn bezwaarschrift en verzoekt om een compensatie vanwege de overschrijding van de wettelijke beslistermijn. Wat is het oordeel van de rechtbank?
  9. De rechtbank zal in deze uitspraak twee beoordelingen maken. Ten eerste zal de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit beoordelen (zaaknummer: AWB 24/6901). Daarna zal de rechtbank het beroep tegen het niet-tijdig beslissen beoordelen (zaaknummer: AWB 24/1630). Het beroep tegen het bestreden besluit (zaaknummer: AWB 24/6901)
  10. De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag van eiser kon afwijzen. Zij doet dat op basis van de beroepsgronden van eiser.
  11. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen.
  12. Allereerst ziet de rechtbank, anders dan verweerder, geen reden om te betwijfelen dat eiser het beroep in persoon heeft ingediend. De rechtbank zal het beroep daarom inhoudelijk behandelen.
  13. Centraal staat de vraag of verweerder mocht vinden dat er redelijke twijfel bestaat dat eiser het Schengengrondgebied zal verlaten vóór het aflopen van het visum. In deze beoordeling is van belang dat er voldoende redenen moeten zijn dat eiser na de afloop van het visum terug zal keren naar Turkije. De beoordeling daarvan wordt zoveel mogelijk gedaan op basis van objectieve gegevens. 11.
  14. De rechtbank vindt dat verweerder mocht vinden dat er redelijke twijfel bestaat dat eiser het Schengengrondgebied zal verlaten vóór het aflopen van het visum. Verweerder mocht daarbij meenemen dat eiser zijn sociale en economische binding met Turkije onvoldoende heeft bewezen. De rechtbank legt hieronder uit waarom dat zo is. Sociale binding 11.
  15. Verweerder heeft terecht in haar beoordeling meegenomen dat de ouders, broer en zus van eiser zich in de afgelopen jaren in Nederland hebben gevestigd en hij in Turkije geen directe familieleden meer heeft. Ook heeft verweerder terecht meegenomen dat niet is gebleken dat eiser zwaarwegende maatschappelijke verplichtingen heeft in Turkije die hem zouden dwingen op tijd naar Turkije terug te keren. Verweerder heeft verder terecht meegenomen dat eiser niet is getrouwd en geen kinderen heeft. Volgens de rechtbank is dit wel relevant, nu hieruit blijkt dat eiser bij komst naar Nederland geen familieleden in Turkije achterlaat. Dat eiser zegt dat hij veel familie, vrienden en een groot sociaal netwerk heeft in Turkije, heeft hij onvoldoende bewezen. Economische binding 11.
  16. Tijdens de zitting heeft verweerder aangegeven dat zij niet meer twijfelt aan eisers werkzaamheden als arts in Turkije. Maar verweerder heeft terecht in haar beoordeling meegenomen dat eiser op het moment van het bestreden besluit al zes maanden niet meer werkzaam was in Turkije. Verweerder mocht daarom vinden dat eiser onvoldoende economische binding heeft met Turkije. Tijdens de zitting heeft referent nog gezegd dat eiser deze tijd heeft gebruikt voor toelatingsexamens en dat hij op dit moment werkzaam is in de Verenigde Staten, maar deze informatie was bij het nemen van het bestreden besluit nog niet bekend. Omdat de rechtbank in deze zaak alleen een beoordeling kan maken op basis van de feiten op het moment van het bestreden besluit, kan de rechtbank deze informatie niet meenemen in deze procedure.
  17. Op basis van wat de rechtbank hierboven heeft overwogen, kon verweerder de visumaanvraag van eiser afwijzen. Dat verweerder op de zitting heeft aangegeven niet langer te twijfelen aan het feit dat eiser en referent broers van elkaar zijn, betekent niet dat aan eiser wel een visum had moeten worden verleend. Daarom hoeft en zal de rechtbank de overige beroepsgronden niet meer behandelen. Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen (zaaknummer: AWB 24/1630)
  18. Op basis van wat de rechtbank hierboven heeft overwogen, mocht verweerder stellen dat het bezwaarschrift van eiser kennelijk ongegrond is. Volgens de rechtbank is verweerder aan eiser daarom geen dwangsom verschuldigd voor het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift van eiser. Verder heeft verweerder al een besluit genomen op het bezwaarschrift van eiser. Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op het bezwaarschrift is daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank ziet wel dat de beslistermijn is overschreden, maar verweerder hoeft geen proceskosten aan eiser te betalen voor het beroep tegen het niet-tijdig beslissen. Dat is omdat de rechtsbijstand die de gemachtigde van eiser heeft verleend niet beroepsmatig is. Dat betekent dat de rechtsbijstand die de gemachtigde van eiser heeft verleend niet zijn vaste werk is, zoals dat bijvoorbeeld bij een advocaat wel het geval is. Dat de gemachtigde van eiser een beroepsmatige rechtsbijstandverlener moet zijn, staat in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Ook heeft eiser niet gesteld dat sprake is van andere kosten zoals staat in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Conclusie en gevolgen
  19. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder de aanvraag van eiser kon afwijzen. Het beroep dat ziet op de afwijzing van de afgifte van het visum is daarom ongegrond en het bestreden besluit blijft in stand.
  20. Omdat verweerder al heeft besloten op het bezwaar van eiser, is het beroep dat ziet op het niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk.
  21. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep, voor zover gericht tegen de afwijzing van de afgifte van een visum, ongegrond; verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het niet-tijdig beslissen van verweerder op het bezwaarschrift, niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 december
  22. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Tegen de uitspraak met betrekking tot het visum staat geen hoger beroep of verzet open. Een partij die het niet eens is met deze uitspraak kan, voor zover deze ziet op het beroep tegen het niet-tijdig beslissen, een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Het grondgebied van de lidstaten waarin het Schengenacquis volledig wordt toegepast. Artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b van de Visumcode. Artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, onder ii van de Visumcode. Van een kennelijk ongegrond bezwaar is sprake, wanneer direct uit het bezwaarschrift blijkt dat de bezwaren van de indiener van het bezwaarschrift ongegrond zijn en er geen twijfel mogelijk is over die conclusie. Artikel 4:17, lid 6, aanhef en onder c van de Awb. Omdat er inmiddels is beslist op het bezwaarschrift, is er geen belang meer bij het beroep tegen het niet-tijdig beslissen. Er is daarmee niet voldaan aan de formele vereisten voor het in behandeling nemen van het beroep voor zover dit ziet op het niet-tijdig beslissen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.