← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:23970

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 24/5430 uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 juli 2024 in de zaak tussen [verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster (gemachtigde: mr. A.C.H. Walkate), en de burgemeester van Den Haag, de burgemeester (gemachtigden: mrs. J.J. Markerink en S.G. Price). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Hof Wonen, gevestigd in Den Haag (gemachtigde: mr. P.J. Remmelts) Inleiding

  1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen het besluit van de burgemeester om de sluiting van de woning van verzoekster, met het adres [adres 1] in [plaats 1] , (nog een keer) te verlengen. 1.
  2. De burgemeester heeft de woning bij besluit van 10 mei 2024 gesloten voor de duur van twee weken omdat daar twee explosies zijn geweest. Daarna heeft de burgemeester op 23 mei 2024 besloten om de sluiting van de woning te verlengen tot 10 juni
  3. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt. 1.
  4. Met het bestreden besluit van 10 juni 2024 heeft het college besloten de sluiting van de woning te verlengen met nog een maand. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Het verzoek om een voorlopige voorziening ziet op dit besluit. 1.
  5. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 1 juli 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, de gemachtigden van het college en de gemachtigde van derde-partij, vergezeld van [naam 1] . 1.
  6. De voorzieningenrechter heeft partijen aan het einde van de zitting meegedeeld dat hij niet mondeling uitspraak zal doen, maar dat met het oog op het eindigen van de sluiting op 10 juli 2024, het dictum van de uitspraak op 2 juli 2024 telefonisch zal worden medegedeeld en de op schrift gestelde uitspraak daarna zo snel mogelijk zal volgen. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Waar gaat deze zaak over? 3.
  8. Verzoekster huurt de woning van Hof Wonen. Zij staat samen met [naam 2] ingeschreven in de basisregistratie persoonsgegevens op het adres van de woning. 3.
  9. Op 3 april 2024, omstreeks 02:40 uur, heeft een explosie plaatsgevonden bij het garagebedrijf van [naam 2] op de [adres 2] in [plaats 1] en op 7 mei 2024, omstreeks 2:30 uur, bij de toegangsduur van de portiekflat aan de [adres 3] . Op camerabeelden is te zien dat de verdachte een brief in één van de brievenbussen heeft gedaan. Dit bleek de brievenbus van [adres 4] te zijn. De brief was gericht aan [naam 2] en daarbij zat een vuurwapenpatroon. De politie heeft een zestienjarige verdachte aangehouden. Op vrijdagochtend 10 mei 2024, omstreeks 02:40 uur, heeft een explosie plaatsgevonden ter hoogte van de algemene toegangsdeur van het appartementencomplex aan de [straatnaam 1] waar verzoekster woont. De politie heeft een verdachte aangehouden. 3.
  10. De burgemeester heeft de situatie dat er tweemaal een explosief richting de woning van verzoekster is afgegaan dermate ernstig geacht dat hij heeft besloten de woning direct te sluiten voor de duur van twee weken. Deze twee weken waren nodig om een gedegen onderzoek te kunnen doen naar alle feiten en omstandigheden. De politie heeft de burgemeester in een bestuurlijke rapportage van 12 mei 2024 geïnformeerd over de explosies aan de [straatnaam 1] en de vrees voor een herhaling van deze incidenten. Daarop heeft de burgemeester op 23 mei 2024 besloten de woning voor de duur van, in totaal, één maand te sluiten. 3.
  11. In de bestuurlijke rapportage van 5 juni 2024 heeft de politie de burgemeester ervan op de hoogte gesteld dat zij verder onderzoek doet naar de explosies. Uit het onderzoek is gebleken dat de dreiging richting [naam 2] nog steeds actueel en urgent is. De kans dat er nieuwe aanslagen worden gepleegd op [naam 2] is reëel. De aanslagen richting zich inmiddels ook tegen directe familieleden van [naam 2] . De politie heeft in de bestuurlijke rapportage een opsomming gegeven van de (gewelds)incidenten die zich tot dusver hebben voorgedaan. 3.
  12. Na de explosie op 10 mei 2024 bij het appartementencomplex aan de [straatnaam 1] waar verzoekster woont heeft op 27 mei 2024 heeft een explosie plaatsgevonden bij de woning van de ouders van [naam 2] aan het [adres 5] in [plaats 2] . Op dezelfde dag heeft [naam 2] contact opgenomen met de politie en verteld dat op de [straatnaam 2] , ter hoogte van het adres van zijn broer, een persoon is gezien met een jerrycan. De politie is ter plaatse gegaan, maar heeft de verdachte niet aangetroffen. De jerrycan is wel aangetroffen. Op 31 mei 2024 is op de roldeur van de garage van de broer van [naam 2] aan de [adres 6] in [plaats 1] een met graffiti gespoten tekst aangetroffen. Er stond geschreven: “Laatste kans om XX te betalen binnen XX. Dit is je laatste waarschuwing”. Op 1 juni 2024 is gezien dat een persoon bij de woning van de ouders van [naam 2] aan het [adres 5] in [plaats 2] heeft geprobeerd een explosief af te laten gaan. Van een explosie is het niet gekomen. Op 4 juni 2024 heeft een explosie bij de woning van de zus van [naam 2] aan het [adres 7] in [plaats 3] plaatsgevonden. Op hetzelfde moment werd bij de andere zus van [naam 2] een envelop in de tuin gelegd. In de envelop zat een brief en ook een kogel. In de brief stonden ernstige bedreigingen. 3.
  13. De burgemeester heeft hierin reden gezien om aansluitend op de sluiting van 10 mei 2024 tot 10 juni 2024 de woning voor nog een maand te sluiten. Wat vraagt verzoekster aan de voorzieningenrechter? 4.
  14. Verzoekster is het niet eens met (het voortduren) van de sluiting. Zij stelt dat de noodzaak voor de sluiting ontbreekt. Er hebben zich na 10 mei 2024 geen incidenten meer bij de woning voorgedaan. [naam 2] woont inmiddels ook niet meer in de woning, omdat de relatie is verbroken. Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot uitschrijving van de Brp van [naam 2] op haar adres. De dreigementen hebben zich daarnaast verplaatst naar andere locaties waar familieleden van [naam 2] verblijven. Voor zover er nog sprake zou zijn van enig risico, kan dit worden ondervangen door minder zware maatregelen zoals cameratoezicht, surveillance en het plaatsen van een politiehuisje. 4.
  15. Verder stelt verzoekster dat de sluiting niet evenredig is. Niet gebleken is dat rekening is gehouden met het ontbreken van iedere verwijtbaarheid bij verzoekster. Zij was niet op de hoogte van de dreiging tegen [naam 2] en heeft direct een aanvraag om een adresonderzoek gedaan omdat [naam 2] zichzelf niet uit de Brp heeft geschreven. [naam 2] is geen medehuurder en zal, omdat de relatie is beëindigd, niet meer terugkeren naar de woning. Ook is geen rekening gehouden met een buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst en het gebrek aan alternatieve woonruimte. Verzoekster vraagt de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat de sluiting wordt opgeheven totdat een beslissing op bezwaar is genomen. Wat vindt de burgemeester van het verzoek?
  16. De burgemeester heeft een schriftelijke reactie op het verzoekschrift gegeven. Hij blijft bij wat in het bestreden besluit staat. Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter? 6.
  17. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter moet eerst bepalen of er sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld. 6.
  18. De woning is al sinds 10 mei 2024 gesloten. Door de sluiting kan zij tot en met 10 juli 2024,16:30 uur, niet in haar eigen woning verblijven. Daarmee is de zaak spoedeisend. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter biedt de verklaring van de verbalisant van 27 juni 2024 onvoldoende grond voor het vermoeden dat verzoekster voorafgaande aan de sluiting niet in de woning woonde. De enkele mededeling van de gemachtigde van de burgemeester op de zitting dat de heer [naam 3] de bevindingen van de verbalisant onderschrijft, maakt dat niet anders. Was de burgemeester bevoegd de sluiting van de woning te verlengen? 6.
  19. De burgemeester is bevoegd om een woning te sluiten als de openbare orde rond de woning ernstig wordt verstoord door (een bedreiging met) ernstig geweld, of als er ernstige vrees is voor zo’n verstoring van de openbare orde. De sluitingsduur kan worden verlengd als ernstige vrees bestaat voor herhaling van de ernstige verstoring van de openbare orde. 6.
  20. De voorzieningenrechter stelt vast dat niet in geschil is dat het incident van 10 mei 2024 een ernstig geweldsincident is waardoor de openbare orde is verstoord. De vraag is echter of ernstige vrees bestaat voor herhaling van de ernstige verstoring van de openbare orde. De burgemeester heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter het op basis van de bestuurlijke rapportage van 5 juni 2024 terecht aannemelijk geacht dat sprake is van een ernstige vrees voor herhaling. Uit het politieonderzoek is gebleken dat de dreiging richting [naam 2] op het moment van het bestreden besluit nog actueel en urgent is en dat de kans dat nieuwe aanslagen worden gepleegd op [naam 2] actueel. Van belang hierbij is dat het geweldsincident bij de woning van verzoekster niet op zichzelf staat, maar deel uitmaakt van een reeks (gewelds)incidenten die zijn gericht op [naam 2] . Dat zich sinds de sluiting op 10 mei 2024 geen (gewelds)incidenten meer hebben voorgedaan, acht de voorzieningenrechter onvoldoende om te kunnen aannemen dat er geen sprake meer was van ernstige vrees voor herhaling. De woning is sindsdien immers gesloten. De burgemeester was dan ook in beginsel bevoegd om de sluiting van de woning te verlengen. Dat het (gewelds)incident niet tegen verzoekster was gericht, doet aan de bevoegdheid overigens niet af. De bevoegdheid die de burgemeester op grond van artikel 174a van de Gemeentewet heeft, vereist dat ook niet. 6.
  21. De vraag is vervolgens of de burgemeester in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken. Is sluiting noodzakelijk? 6.
  22. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is gelet op de aard en ernst van het geweldsincident en de daarop volgende ernstige geweldsincidenten die daarmee in verband staan de noodzaak voor de sluiting gegeven. Dit soort incidenten heeft een grote invloed op het veiligheidsgevoel van omwonenden en vormen een grove aantasting van de rechtsorde. Het gegeven dat al deze (gewelds)incidenten niet tegen verzoekster zijn gericht, neemt de noodzakelijkheid niet weg. De voorzieningenrechter acht hierbij van belang dat de woning van verzoekster zich bevindt in een appartementencomplex, waardoor een explosie grote veiligheidsrisico’s heeft voor verzoekster en omwonenden. De omstandigheid dat van buiten het appartementencomplex niet zichtbaar is dat de woning op last van de burgemeester is gesloten en dat zich sinds de sluiting geen (gewelds)incidenten meer hebben plaatsgevonden, betekent op zichzelf nog niet dat er geen noodzaak meer is om de woning te sluiten. De voorzieningenrechter acht het aannemelijk dat het criminele circuit waaruit de bedreigingen tegen [naam 2] komen, bekend is dat de burgemeester heeft besloten de woning te sluiten. Over de explosie bij het appartementencomplex en de sluiting van de woning hebben immers verschillende media bericht. Niet uitgesloten kan worden dat de woning weer een doelwit wordt als duidelijk wordt dat de woning weer wordt bewoond. Hierbij speelt ook een rol dat de laatste geweldsincidenten van 4 juni 2024 nog maar relatief kort geleden hebben plaatsgevonden. Daarbij is niet onbelangrijk dat de politie de kans op herhaling aannemelijk acht. 6.
  23. Met de burgemeester is de voorzieningenrechter van oordeel dat de dreiging van nieuwe openbare ordeverstoringen en ernstige incidenten, zoals beschreven in de bestuurlijke rapportage van 5 juni 2024, dermate ernstig is dat niet kan worden volstaan met andere maatregelen. Is de sluiting evenwichtig? 6.
  24. Duidelijk is dat de gevolgen van de sluiting van de woning voor verzoekster groot zijn. Ook is duidelijk dat verzoekster geen enkel verwijt kan worden gemaakt van het geweldsincident bij de woning. Dit heeft de burgemeester op de zitting bevestigd. Toch vindt de voorzieningenrechter het besluit om de tijdelijke sluiting te verlengen niet onevenwichtig, gezien de omstandigheid dat het geweldsincident niet op zichzelf staat maar deel uitmaakt van een reeks ernstige incidenten die kort achter elkaar hebben plaatsgevonden en specifiek (lijken te) zijn gericht tegen de ex-partner van verzoekster. De burgemeester heeft het algemeen belang van bescherming van de openbare orde en de veiligheid van verzoekster en omwonenden zwaarder kunnen laten wegen dan de belangen van verzoekster bij terugkeer naar haar woning. 6.
  25. Verzoekster heeft sinds de sluiting bij een vriendin geslapen en een aantal keer in haar auto. Hoewel dit zeker geen ideale omstandigheden zijn, heeft verzoekster niet aannemelijk gemaakt dat zij tot 10 juli 2024, 16:30 uur, niet tijdelijk elders kan verblijven en dat zij noodgedwongen op straat zal moeten bivakkeren. Dat de huurovereenkomst van verzoekster mogelijk buitengerechtelijk zal worden ontbonden door Hof Wonen is op dit moment eveneens onvoldoende zwaarwegend voor een ander oordeel. Verzoeker kan hiertegen een procedure beginnen bij kantonrechter. In die procedure kan verzoekster naar voren brengen dat haar geen verwijt treft met betrekking tot de woningsluiting. Het is dan aan de kantonrechter om in die procedure de maatstaf van de redelijkheid en billijkheid te hanteren. 6.
  26. Gelet op al het voorgaande verwacht de voorzieningenrechter dat het bestreden besluit in bezwaar in stand zal blijven, zodat er op dit moment geen aanleiding is voor het treffen van een voorlopige voorziening.
  27. De voorzieningenrechter geeft de burgemeester mee dat hij in het geval hij besluit de tijdelijke sluiting van de woning nogmaals te verlengen het besluit deugdelijk dient te motiveren waarom het belang van de openbare orde een nog langere sluiting van de woning vereist. De sluiting brengt immers een grote inbreuk op het woonrecht en privéleven van verzoekster met zich mee, terwijl niet in geschil is dat verzoekster geen verwijt treft. Hoewel verwijtbaarheid bij een dergelijke sluiting geen rol speelt, speelt dit wel mee bij de beoordeling van de evenwichtigheid van de langere duur van de woningsluiting. Conclusie en gevolgen
  28. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat dat de woning gesloten blijft tot woensdag 10 juli 2024, 16:30 uur. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van Y.E. de Loos, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 juli
  29. Het dictum van de uitspraak is op 2 juli 2024 omstreeks 14:30 uur aan partijen meegedeeld. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Op grond van artikel 5:31, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Op grond van artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder b, en artikel 174a, derde lid, van de Gemeentewet. Op grond van artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder b, en artikel 174a, derde lid, van de Gemeentewet. Artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder b, en artikel 174a, derde lid, van de Gemeentewet. Zie bijvoorbeeld https://www.ad.nl/den-haag/in-taxi-gevluchte-verdachte-is-minderjarige-jongen-schoten-gelost-bij-arrestatie~acfd678d/ en https://www.omroepwest.nl/nieuws/4835528/minderjarige-verdachte-van-explosie-flat-aangehouden-burgemeester-sluit-pand.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.