← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:24018

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 23/2167 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 februari 2024 in de zaak tussen Stichting Uitbanning Genocide, uit Amsterdam, eiseres en het college van burgemeester en wethouders van Delft, verweerder (gemachtigde: mr. R. Verduijn). Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van 18 april 2023 (het bestreden besluit), waarin verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk heeft verklaard. 1.
  2. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.
  3. De rechtbank heeft het beroep op 10 januari 2024 op zitting behandeld. Eiseres is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld door [naam]. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over?
  4. Eiseres heeft verzocht om de straatnaam Coudenhovelaan in te trekken en te vervangen door een passende naam die in overeenstemming is met de verplichtingen die verweerder heeft op grond van het internationale recht. Het hanteren van deze straatnaam werkt volgens eiseres genocide in de hand. Eiseres beoogt met haar stichting genocide te voorkomen. Wat heeft verweerder besloten?
  5. Verweerder heeft dit verzoek bij brief van 27 september 2022 afgewezen. In het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij geen belanghebbende bij haar verzoek is en dat daarom de brief van 27 september 2022 geen besluit is. Er is geen sprake van een aanvraag wanneer iemand geen belanghebbende is bij zijn verzoek om een besluit. De afwijzing van dat verzoek is dan geen besluit. 3.
  6. Verweerder heeft verwezen naar de Wet basisregistratie adressen en gebouwen (Wet Bag), de Verordening naamgeving en nummering (adressen) Delft 2022 en naar vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter. Hieruit volgt dat het wijzigen van een (straatnaam of) huisnummer niet is gericht op rechtsgevolg, indien regelgeving ontbreekt waaruit een plicht voortvloeit om straatnaam- en huisnummerborden te gedogen. In dit geval is een gedoogplicht opgenomen in de regelgeving. Volgens verweerder geldt deze gedoogplicht niet voor eiseres. Eiseres is immers gevestigd in Amsterdam. Het al dan niet aanwijzen van een straatnaam kan voor eiseres daarom geen rechtsgevolg hebben. Nu eiseres geen belanghebbende is, is het afwijzen van het verzoek van eiseres geen besluit in de zin van de Awb. Een beroep op het Genocideverdrag kan bovendien niet slagen. Dat verdrag is niet onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig om in de nationale rechtsorde zonder meer als objectief recht te worden toegepast. Uit het verdrag vloeit niet voort dat bestuursrechtelijke rechtsbescherming openstaat. Eiseres kan zich wenden tot de civiele rechter. Wat vinden partijen in beroep?
  7. Eiseres voert aan dat zij wel belanghebbende is, omdat de stichting opkomt voor de belangen van het individu bij het Genocideverdrag. Verweerder handelt door het handhaven van de straatnaam in strijd met het Genocideverdrag. Verweerder dient zich aan dit Verdrag te houden. Volgens eiseres moet de afwijzing van de aanvraag wel moet worden aangemerkt als besluit. Dat de civiele rechter bevoegd is, is een onjuiste uitleg van de uit dit Verdrag voortvloeiende verplichtingen. De artikelen 1:2, 1:3 en 8:1 van de Awb had verweerder moeten toetsen aan de artikelen 93 en 94 van de Grondwet en onverbindend moeten verklaren. Het besluit is in strijd met het motiveringsbeginsel. Eiseres meent dat zij recht heeft op vergoeding van ‘moral damage’. Er is geen plaats voor de beperkende werking van het belanghebbende-begrip.
  8. Verweerder handhaaft in zijn verweerschrift zijn standpunt. Wat is het juridische kader?
  9. Op grond van artikel 1:3 van de Awb wordt onder een besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. In artikel 7:1 van de Awb staat dat slechts tegen een besluit bezwaar kan worden gemaakt. Wat is het oordeel van de rechtbank? Is eiseres belanghebbende bij de primaire beslissing?
  10. Op grond van artikel 1:3, derde lid, van de Awb kan een verzoek om een besluit te nemen alleen worden gekwalificeerd als een aanvraag, als degene belanghebbende is als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Alleen als daarvan sprake is, is de beslissing van verweerder op het verzoek van eiseres een besluit waartegen bezwaar kan worden gemaakt. 7.
  11. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat eiseres niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. 7.
  12. Niet in geschil is dat de stichting niet is gevestigd aan de Coudenhovelaan in Delft, maar in Amsterdam. Eiseres wordt daarom niet in haar belangen geraakt. 7.
  13. Bovendien ontbeert de stichting een voldoende specifiek algemeen of collectief belang dat rechtstreeks wordt geraakt door de beslissing van verweerder. 7.
  14. De Afdeling heeft geoordeeld dat de wetgever met artikel 1:2, derde lid, van de Awb veilig heeft willen stellen dat verenigingen of stichtingen als belanghebbende kunnen opkomen. Daarvoor is nodig dat een algemeen of collectief belang, dat zij zich statutair ten doel stellen en waarvoor zij zich ook daadwerkelijk inzetten, rechtstreeks bij het besluit is betrokken. 7.
  15. Verweerder heeft verwezen naar de oprichtingsakte van de stichting, zoals weergegeven in de uitspraak genoemd in noot
  16. Daarin staat dat die als doel stelt het tegengaan van de gehele of gedeeltelijke vernietiging - de genocide - van nationale, etnische, raciale en godsdienstige groepen als zodanig. De stichting geeft daarbij prioriteit aan het behartigen van de belangen van de groepen die bij de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden daarin aanwezig waren. Bij dit doel wordt zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij het (inter)nationale (straf)recht. De stichting onderschrijft het verband dat bestaat tussen de desintegratie van politieke en sociale instituties, van cultuur, van taal, van nationale gevoelens, van godsdienst en van het economisch voortbestaan enerzijds, met de destructie van de persoonlijke veiligheid, vrijheid, gezondheid, de waardigheid en het leven van deze groeien anderzijds. Ook onderschrijft de stichting dat bij (historische) genocides verschillende patronen en methoden worden gehanteerd door de plegers daarvan: van openlijk bloedvergieten door liquidaties en uithongering, tot meer gemaskeerde patronen en methoden als migratie en dispersie, het voorkomen van geboorten tot het strategisch treffen van onafhankelijke groepen. Al deze patronen en methoden beschouwt de stichting als: genocide. Verder heeft de stichting tot doel het verrichten van alle verdere handelingen, die met het hiervoor genoemde doel in de ruimste zin verband houden of daarvoor bevorderlijk kunnen zijn. De stichting tracht haar doel onder meer te bereiken door het handhaven van (inter)nationale (straf)rechtelijke verplichtingen, wettelijke verplichtingen en ethische normen ten aanzien van nationale, etnische, raciale en godsdienstige groepen, door het aanwenden van rechtsmiddelen, het bereiken van minnelijke overeenkomsten en door het vergroten van het (publieke) bewustzijn en overige wettelijke middelen. 7.
  17. De rechtbank stelt vast dat het doel van de stichting zeer ruim en algemeen is omschreven. Het toedelen van straatnamen is van belang voor de bewoners van een stad, maar raakt de belangen van eiseres niet. Ook valt niet in te zien dat een straatnaam als die waarvan eiseres vindt dat die moet worden herzien, door redelijke en weldenkende mensen als in strijd met het Genocideverdrag zal worden ervaren. Daarbij komt dat dit Verdrag niet onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is om in de nationale rechtsorde zonder meer als objectief recht te worden toegepast. 7.
  18. De rechtbank overweegt dat de stichting gelet op wat hiervoor is overwogen niet als belanghebbende is te beschouwen. Daarmee is haar verzoek niet aan te merken als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb, waarop verweerder een besluit moet nemen en waartegen bezwaar en beroep kan worden ingesteld. 7.
  19. Het bezwaar is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom ongegrond. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. De overige door eiseres aangevoerde beroepsgronden worden daarom niet besproken. 7.
  20. Eiseres krijgt het door haar betaalde griffierecht niet terug. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr.J.R. van Veen, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 februari
  21. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:
  22. Uitspraak van de Afdeling van 18 januari 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AU
  23. Artikel 5, eerste lid, van de Verordening naamgeving en nummering (adressen) Delft
  24. Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide, Parijs, 9 december 1948 (www. wetten.overheid.nl). Op grond van artikel I van dit Verdrag stellen de Verdragsluitende Partijen vast, dat genocide, ongeacht of het feit in vredes- dan wel in oorlogstijd wordt bedreven een misdrijf is krachtens internationaal recht, welk misdrijf zij op zich nemen te voorkomen en te bestraffen. In artikel II, en onder b, van dit Verdrag wordt onder genocide verstaan een van de volgende handelingen, gepleegd met de bedoeling om een nationale, etnische, godsdienstige groep, dan wel een groep, behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk als zodanig te vernietigen: het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep. Uitspraak van 11 november 2022 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland, ECLI:NL:RBMNE:2022:
  25. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 13 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:
  26. HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1223.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.