RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht zaaknummers: NL24.17703 (beroep) NL24.17705 (voorlopige voorziening) V-nummer: [v-nummer] uitspraak van de meervoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiseres] , geboren op [geboortedag 1] 1976, van Nigeriaanse nationaliteit, eiseres en verzoekster, hierna te noemen: eiseres (gemachtigde: mr. J. Werner), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. R. van der Straten). Procesverloop Bij besluit van 30 mei 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres van 16 september 2022 om vernieuwing van haar verblijfsdocument EU/EER afgewezen en vastgesteld dat het verblijfsrecht per 22 oktober 2022 is geëindigd. Het daartegen gemaakte bezwaar is bij besluit van 25 maart 2024 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard. Op 22 april 2024 heeft de rechtbank het beroepschrift van eiseres ontvangen. Bij verzoekschrift van dezelfde datum is verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt de uitzetting te verbieden totdat op het beroep is beslist. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Partijen hebben nadere stukken ingediend. De rechtbank heeft de 10-jarige [betrokkene] (de zoon van eiseres en halfbroer van referente) in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken over de onderhavige procedure. [betrokkene] heeft op 16 september 2025 van deze gelegenheid gebruik gemaakt door middel van een kindgesprek met de behandelend rechter en griffier. Een samenvatting van het gesprek is met partijen gedeeld in het digitale dossier. Het onderzoek ter zitting heeft bij de enkelvoudige kamer plaatsgevonden op 16 september
- Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door mr. J. Raaijmakers. Ook waren ter zitting aanwezig mevrouw B. Hitchcock als tolk, [minderjarige] (referente), mevrouw [persoon 1] en mevrouw [persoon 2] . De rechtbank/voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting gesloten. Het onderzoek is heropend waarna de procedures op 29 september 2025 zijn verwezen naar de meervoudige kamer. Het onderzoek ter zitting bij de meervoudige kamer (hierna: de rechtbank) heeft plaatsgevonden op 5 maart
- Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door mr. R. van der Straten. Ook waren ter zitting aanwezig mevrouw K. Blom als tolk, referente, [betrokkene] en mevrouw [persoon 2] ( [bedrijf] ). De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten. Overwegingen Ten aanzien van het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening
- Eiseres heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank wijst het verzoek toe. Ten aanzien van het beroep Achtergrond 2.
- Eiseres is geboren op [geboortedag 1] 1976 en heeft de Nigeriaanse nationaliteit. [minderjarige] – tevens referente – is de dochter van eiseres en is geboren op [geboortedag 3]
- Referente heeft zowel de Nederlandse als Nigeriaanse nationaliteit. Referente heeft de Nederlandse nationaliteit net als haar vader [persoon 4] . Referente heeft sporadisch contact met haar vader. 2.
- Eiseres is op 21 februari 2015 getrouwd met [persoon 3] . Zij hebben op [geboortedag 2] 2015 samen een zoon gekregen. Zijn naam is [betrokkene] . 2.
- Eiseres is op 5 oktober 2021 samen met referente, haar zoon [betrokkene] en echtgenoot [persoon 3] Nederland ingereisd. Eiseres heeft na 2022 geen contact meer met haar echtgenoot gehad. Eerdere procedure
- Eiseres heeft op 16 december 2021 een aanvraag ingediend tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER op grond van het arrest Chavez-Vilchez. Bij besluit van 12 juli 2022 heeft verweerder het gevraagde verblijfsdocument afgegeven en bepaald dat het tot 22 oktober 2022 geldig is omdat referente dan achttien jaar oud wordt. Besluitvorming
- Bij het primaire besluit, gehandhaafd in het bestreden besluit, heeft verweerder vastgesteld dat het verblijfsrecht van eiseres per 22 oktober 2022 is geëindigd. Op deze datum is referente achttien jaar oud geworden en kan eiseres geen verblijfsrecht meer ontlenen aan het arrest Chavez-Vilchez. Ook heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot vernieuwing van haar verblijfsdocument EU/EER afgewezen. Verweerder ziet geen reden om op grond van het arrest K.A. aan te nemen dat sprake is van een zodanige afhankelijkheidsverhouding dat eiseres en Faaiz op geen enkele wijze van referente gescheiden kunnen worden. Verweerder ziet evenmin aanleiding om aan eiseres op grond van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden een verblijfsvergunning te verlenen. Artikel 20 van het VWEU
- Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat op grond van het VWEU aan haar een afgeleid verblijfsrecht moet worden toegekend. Volgens eiseres loopt haar afgeleide verblijfsrecht dat zij op grond van artikel 20 van het VWEU heeft gekregen ook door als referente achttien jaar oud is geworden en zij nog steeds afhankelijk is van eiseres.
- De rechtbank overweegt dat uit rechtsoverwegingen 64 tot en met 76 van het arrest K.A. volgt dat artikel 20 van het VWEU zo uitgelegd moet worden dat wanneer de burger van de Unie meerderjarig is, het alleen in uitzonderlijke gevallen – waarin de betrokkene, gelet op alle relevante omstandigheden, op geen enkele wijze kan worden gescheiden van het familielid van wie hij afhankelijk is – voorstelbaar is dat er een zodanige afhankelijkheidsverhouding bestaat dat deze kan rechtvaardigen dat aan de betrokken derdelander op grond van die bepaling een afgeleid verblijfsrecht wordt toegekend.
- Naar het oordeel van de rechtbank is in onderhavige procedure sprake van een uitzonderlijk geval als bedoeld in het arrest K.A. De rechtbank neemt hiervoor in aanmerking dat referente vanaf haar geboorte altijd met eiseres in gezinsverband heeft samengewoond, vanaf 2004 tot 2021 in Nigeria en daarna in Nederland. Op het moment van aankomst in Nederland op 5 oktober 2021 was referente zeventien jaar oud. Zij sprak de taal nog niet goed en zij is een opleiding gaan volgen waarbij eiseres haar in alles, zowel mentaal als financieel, heeft bijgestaan. Referente zit ook nog in een proces van integratie in Nederland en wordt ook daarin bijgestaan door eiseres, die immers in hetzelfde proces zit. Referente is dan ook allerminst zelfstandig te noemen. Daarbij komt dat zij onvoldoende inkomen heeft om te voorzien in haar eigen levensonderhoud en de kosten van haar opleiding. Eiseres werkt om in het levensonderhoud van het gezin te voorzien. Ook heeft referente geen sociaal vangnet. De vader van referente is wel in Nederland, maar daar heeft ze slechts af en toe contact mee. Hij is niet betrokken in het dagelijks leven van referente.
- Het Hof heeft in rechtsoverweging 65 van het arrest K.A. overwogen dat van volwassenen wordt verwacht – anders dan minderjarigen – dat zij in beginsel in staat zijn om onafhankelijk van hun familieleden een leven te leiden. De rechtbank overweegt dat de overgang naar het volwassen worden in stappen gaat en dat een minderjarige bij het zetten van deze stappen in zijn algemeenheid begeleid wordt door zijn ouders, verzorgers en andere personen in het sociale netwerk. De rechtbank stelt aan de hand van de afgelegde verklaringen en overgelegde stukken vast dat referente stappen heeft gezet, maar dat zij nog volop in het proces zit van het volwassen worden. Door het verhuizen op zeventienjarige leeftijd naar Nederland heeft zij relatief kort tijd gehad om de stap te kunnen zetten naar het onafhankelijk van haar familieleden leiden van haar leven en in haar geval is het te kort gebleken. Op het moment dat het afgeleide verblijfsrecht van eiseres niet zou doorlopen na de achttiende verjaardag van referent, blijft referente alleen achter in Nederland terwijl zij eiseres nodig heeft bij het zetten van de noodzakelijke stappen naar volwassenheid. De rechtbank acht het dan ook niet voorstelbaar dat indien eiseres terugkeert naar Nigeria referente zich in Nederland zelfstandig zou kunnen handhaven.
- Gelet op voornoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat referente op geen enkele wijze kan worden gescheiden van eiseres. Dit betekent dat de rechtbank vaststelt dat tussen eiseres en referente sprake is van een zodanige afhankelijkheidsverhouding dat deze rechtvaardigt dat aan eiseres op grond van artikel 20 van het VWEU een afgeleid verblijfsrecht toekomt. Het verblijfsrecht is dus ook na het moment dat referente achttien is geworden doorgelopen. Omdat er in dit concrete geval maar één beslissing mogelijk is, zal de rechtbank zelf in de zaak voorzien en bepalen dat verweerder eiseres een verblijfsdocument moet verstrekken waaruit het rechtmatig verblijf blijkt.
- Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank draagt verweerder op een verblijfsdocument te verstrekken waaruit het rechtmatig verblijf van eiseres blijkt. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken. Aan de bespreking van de overige beroepsgronden komt de rechtbank niet toe. Gelet de uitkomst van deze zaak en de door de rechtbank gegeven uitleg, is het niet nodig om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof.
- De rechtbank heeft voor [betrokkene] een aparte terugkoppeling van de beslissing gemaakt. Deze terugkoppeling, in de vorm van een brief aan [betrokkene] , is gelijktijdig met de uitspraak verstuurd en als bijlage aan deze uitspraak gehecht. Ten aanzien van het verzoek om een voorlopige voorziening
- De gevraagde voorziening strekt er toe de uitzetting te verbieden totdat is beslist op het beroep. In het onderhavige geval is er geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorziening, gelet op het feit dat de rechtbank heden op het beroep heeft beslist. Ten aanzien van het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening
- De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 3.736,-- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, 1 punt voor het verschijnen ter nadere zitting van de meervoudige kamer met een waarde per punt van € 934,--, en een wegingsfactor 1). Beslissing De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder nummer: NL24.17703, - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit; - draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een verblijfsdocument te verstrekken waaruit het rechtmatig verblijf van eiseres blijkt. De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder nummer: NL24.17705, - wijst het verzoek af. De rechtbank/ voorzieningenrechter, in beide zaken, - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 3.736,--. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H.W. Franssen, voorzitter, mr. N. Boonstra en mr. H.B. van Gijn, leden, in aanwezigheid van mr. M. Belhaj, griffier. Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open. Bijlage: 30 maart 2026 Beste [betrokkene] , Alweer een tijd geleden hebben wij met elkaar gepraat bij de rechtbank. Supergoed van jou dat je bent gekomen en mij hebt verteld wat jij vindt van de zaak over het verblijfsrecht van jullie familie in Nederland. Je hebt mij verteld dat je het in Nederland erg naar je zin hebt. Het maakt je verdrietig als je eraan denkt om terug naar Nigeria te moeten gaan. Je vertelde dat jullie daar niemand meer hebben en dat je ook niet weet of je daar kan voetballen. Je zei verder dat je niet zonder je zus [minderjarige] zou willen zijn. Jullie hebben het fijn en zij helpt je met huiswerk maken en brengt je ook naar de voetbal. Aan het eind van ons gesprek hebben we samen afgesproken wat ik uit ons gesprek mocht vertellen op de rechtszitting. Ook hebben we toen samen afgesproken dat ik jou zou laten weten wat mijn beslissing zou zijn. Daarom schrijf ik je nu deze brief. Ik heb na ons gesprek jou laten weten dat ik het een moeilijke zaak vind en dat ik had besloten dat er drie rechters over gaan nadenken. Dat hebben we ook gedaan. Wij moeten beslissen over het verblijfsrecht van jouw moeder in Nederland. Onze beslissing is dat wij vinden dat jouw moeder in Nederland moet kunnen blijven, omdat [minderjarige] jouw moeder nog nodig heeft. Wat belangrijk is voor jou om te weten is dat wij niet kunnen beslissen dat jullie voor altijd kunnen blijven. Dat kan alleen voor zolang [minderjarige] jouw moeder nodig heeft. Voor jouw eigen verblijfsrecht is er nog een andere procedure, daar kunnen wij niet over beslissen. Maar omdat jouw moeder nu voorlopig hier mag blijven, mag ook jij voorlopig hier blijven. Maar wij kunnen dus niet zeggen voor hoe lang dat is. Ik moet je ook nog vertellen dat het kan zijn dat de minister het niet eens is met onze beslissing. Hij kan dan aan hogere rechters vragen of onze beslissing juist is. Dat heet in hoger beroep gaan. Als de minister niet in hoger beroep gaat dan is onze beslissing definitief en moet de minister jouw moeder een verblijfsdocument geven. Ik hoop dat het voor jou zo duidelijk is wat wij hebben beslist, en waarom we die beslissing hebben genomen. Verder hoop ik dat het goed met jou zal gaan en dat je kan blijven trainen om profvoetballer te worden. Groetjes, De kinderrechter: Margot Franssen Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof) van 10 mei 2017, ECLI:EU:2017:
- Arrest van het Hof van 8 mei 2018, zaaknummer C82/16, ECLI:EU:C:2018:
- Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.