RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL23.39789 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], V-nummer: [nummer], eiseres (gemachtigde: mr. A.A. Scholtmeijer), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris (gemachtigde: mr. S. Azzaoui). Inleiding
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag. Eiseres stelt van Armeense nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum]. Zij heeft op 22 november 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris heeft met het bestreden besluit van 19 december 2023 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiseres afkomstig is uit Armenië dat als veilig land van herkomst wordt beschouwd. 1.1 De rechtbank heeft het beroep op 1 februari 2024 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit het beroep, op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Tevens is een tolk is verschenen. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tegelijkertijd met dit beroep zijn het beroep en de voorlopige voorziening van de zoon van eiseres behandeld. Beoordeling door de rechtbank
- De rechtbank beoordeelt de kennelijk ongegrondverklaring van de aanvraag. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
- De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris de aanvraag terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond op artikel 30b, eerste lid, onder b van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het asielrelaas
- Eiseres legt aan haar asielaanvraag - kort samengevat - het volgende ten grondslag. De echtgenoot van eiseres is overleden op 5 januari
- De echtgenoot zou een hooggeplaatste functionaris ([naam 2]) een groot geldbedrag schuldig zijn. Deze hooggeplaatste functionaris verlangde vervolgens van eiseres (en van haar schoonvader en zwager) dat zij het geldbedrag zou terugbetalen. Hij bleef eiseres steeds lastig vallen en intimideren. De hooggeplaatste functionaris stelde dat hij de zoon iets zou aandoen en dat een aangifte bij de politie geen enkele zin had omdat hij connecties had bij de politie. Daarnaast heeft de zoon van eiseres bijna de dienstplichtige leeftijd bereikt en is er in Armenië een dreigende oorlogssituatie. Het bestreden besluit
- Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de staatssecretaris de volgende relevante elementen:
- Identiteit, nationaliteit en herkomst;
- Problemen met een hooggeplaatste functionaris. De staatssecretaris stelt zich op het standpunt dat zowel element 1 als element 2 geloofwaardig zijn. Echter, Armenië wordt in het algemeen gezien als een veilig land van herkomst in de zin van de artikelen 36 en 37 van de Procedurerichtlijn. Bij de beoordeling van de asielaanvraag wordt ook die omstandigheid betrokken. Uit verklaringen van eiseres blijkt ook niet dat Armenië voor haar persoonlijk niet veilig is. Eiseres heeft daarnaast niet aannemelijk gemaakt dat, in afwijking van de algehele situatie in het betreffende land, er aanleiding is om aan te nemen dat Armenië ten aanzien van eiseres zijn verdragsverplichtingen niet nakomt en heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat, indien problemen zich voordoen in Armenië, er voor eiseres geen mogelijkheid bestaat om tegen deze problemen in de huidige situatie de bescherming van de autoriteiten van Armenië in te roepen. De staatssecretaris concludeert daarom dat eiseres geen verblijfsvergunning asiel krijgt.
- Eiseres kan zich hiermee niet verenigen. Op hetgeen zij in dit verband heeft aangevoerd, zal hierna inhoudelijk worden ingegaan. Is Armenië een veilig land van herkomst?
- Eiseres heeft gesteld dat Armenië geen veilig land van herkomst is vanwege de oorlogsdreiging. De staatssecretaris heeft in het bestreden besluit verwezen naar brief aan de Tweede Kamer van 27 maart 2020, Bijlage 13 van het Voorschrift Vreemdelingen en de herbeoordeling van 26 april
- De aanwijzing van Armenië als veilig land van herkomst is gehandhaafd, met uitzondering van LHBTI’s en personen van wie aannemelijk is dat zij in strafrechtelijke detentie worden geplaatst. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres niet behoort tot één van de van de aanwijzing uitgezonderde categorieën vreemdelingen. De staatssecretaris stelt zich verder op het standpunt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat Armenië ten opzichte van haar niet aan zijn verdragsverplichtingen voldoet.
- De rechtbank overweegt dat het op de weg van eiseres ligt om aannemelijk te maken dat Armenië, ondanks de aanwijzing als veilig land van herkomst, niet als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt. De stelling van eiseres dat Armenië geen veilig land van herkomst is, omdat het door de oorlogsdreiging (tussen Armenië en Azerbeidzjan) niet veilig is om in Armenië te wonen, is daarvoor, tegenover hetgeen over Armenië is vastgesteld in de aanwijzing, onvoldoende. Dit betekent dat een algemeen rechtsvermoeden bestaat dat Armenië terecht is aangewezen als veilig land van herkomst. Het ligt vervolgens op de weg van eiseres om aannemelijk te maken dat Armenië voor haar persoonlijk niet veilig is. Kan Armenië voor eiseres worden aangemerkt als een veilig land van herkomst?
- Eiseres betoogt dat zij juist wel aannemelijk heeft gemaakt dat Armenië zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Eiseres stelt dat zij geen hulp kan verwachten van de Armeense autoriteiten omdat zij – onbetwist – problemen heeft met een hooggeplaatste militaire functionaris. Deze functionaris is zodanig hooggeplaatst dat hij zijn invloed kan en zal aanwenden om te voorkomen dat betrokkene aangifte kan doen en/of er gevolg wordt gegeven aan een eventuele aangifte van betrokkene. Eiseres verwijst naar onder meer een brief van Vluchtelingenwerk van 22 december 2023 over grootschalige corruptie en een Algemeen Ambtsbericht Armenië over (huiselijk) geweld tegen vrouwen. Daarnaast heeft eiseres verwezen naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Den Bosch, van 9 november
- Verder heeft eiseres (vertalingen van) nieuwsberichten en facebookberichten ingebracht.
- De staatssecretaris heeft de problemen met de hooggeplaatste functionaris geloofwaardig geacht. De staatssecretaris stelt echter dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat Armenië ten aanzien van eiseres persoonlijk zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Van eiseres mag verwacht worden dat zij haar problemen in Armenië probeert op te lossen. Eiseres heeft nog vijf jaar in Armenië verbleven sinds zij voor het eerst is benaderd door de functionaris. Eiseres heeft in deze gehele periode geen aangifte gedaan of op een andere manier de hulp van de autoriteiten ingeschakeld. Dit mag wel van eiseres verwacht worden, aldus de staatssecretaris. Dat eiseres angst had om contact te zoeken met de autoriteiten is geen verschonende reden. Van eiseres mag verwacht worden dat zij, desnoods in een andere plaats, aangifte had gedaan. Eiseres heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat deze mogelijkheid voor haar niet bestond of dat zij geen hulp of bescherming kon krijgen. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat er voor haar geen mogelijkheid bestaat de bescherming van de Armeense autoriteiten in te roepen. De staatssecretaris heeft ter zitting toegelicht dat de casus die eiseres heeft ingebracht het voorgaande niet anders maakt vanwege een ander feitencomplex. Dat geldt ook voor de ingebrachte berichtgeving.
- De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris moet beoordelen of terugkeer van eiseres naar Armenië voor haar persoonlijk (en voor haar zoon) onveilig is. De staatssecretaris heeft zich, naar het oordeel van de rechtbank, niet ten onrechte en voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat daarvan geen sprake is. Eiseres heeft met hetgeen zij heeft ingebracht niet aannemelijk gemaakt dat Armenië ten aanzien van haar zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. De enkele stelling dat zij vreest voor problemen die tevens hun weerslag hebben op haar zoon, is onvoldoende om te kunnen concluderen dat Armenië ten aanzien van haar zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Dat zij zich niet kan wenden tot de hogere autoriteiten omdat de hooggeplaatste functionaris ook daar zijn invloed kan uitoefenen heeft eiseres eveneens niet aannemelijk gemaakt. Conclusie en gevolgen
- De staatssecretaris heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J. Tijnagel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. zaaknummer NL23.39790 zaaknummers NL23.39792 en NL23.39793 de Kamerbrief van 26 april 2022, ‘Herbeoordeling veilige landen van herkomst- Armenië’ uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2474 zaaknummer NL22.15067, ECLI:NL:RBDHA:2022:11899