RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL24.290 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser geboren op [geboortedatum], van Marokkaanse nationaliteit, v-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. S. Wortel), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: me. G.M. Bouius). Procesverloop Verweerder heeft op 29 oktober 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort. Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding. Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. De rechtbank heeft het beroep op 12 januari 2024 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht hierover, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Met inachtneming van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de rechtbank onmiddellijk na sluiting van het onderzoek ter zitting mondeling uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond; - wijst het verzoek om schadevergoeding af. Overwegingen
- De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
- De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst in de uitspraak van 5 december 2023 in de zaak NL23.
- Daarom staat nu alleen ter beoordeling of het voortduren van de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van het onderzoek in de voorgaande zaak op 1 december 2023 rechtmatig is.
- De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend aan de uitzetting werkt en dat er concreet zicht op uitzetting naar Marokko bestaat. Verweerder heeft in de onderhavige beoordelingsperiode op 3 januari 2024 een vertrekgesprek met eiser gevoerd. Daarnaast heeft verweerder op 12 december 2023 en 2 januari 2024 schriftelijk gerappelleerd op de laissez-passer (lp)-aanvraag. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder, onder verwijzing naar de schriftelijke verklaring van 29 december 2023 van het Marokkaanse consulaat, naar voren gebracht dat de Marokkaanse autoriteiten eisers nationaliteit en identiteit hebben bevestigd, met dien verstande dat eiser onder een andere naam bij de Marokkaanse autoriteiten bekend is. Verder heeft de gemachtigde van verweerder naar voren gebracht dat er inmiddels een lp is verstrekt, dat er een vluchtakkoord is tot stand gekomen en dat er een vlucht met escorts voor eiser is geboekt voor 25 januari
- Eisers betoog dat er nog geen lp is afgegeven, faalt derhalve.
- De rechtbank ziet ook voor het overige geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring in deze beoordelingsperiode onrechtmatig is geweest. Verder is eisers enkele stelling dat moet worden volstaan met een lichter middel, zoals een wekelijkse meldplicht, onvoldoende onderbouwd zodat al daarom voor opheffing van de bewaring dan wel het opleggen van een lichter middel geen grond bestaat.
- Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2024 door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van mr. A.E. Geçer, griffier. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.