RECHTBANK Den Haag Team Handel Zaaknummer: C/09/631057 / HA ZA 22-506 Vonnis van 24 januari 2024 in de zaak van [eiser] te [plaats 1] , eisende partij, advocaat: mr. E.W. Bosch te Maasdijk, tegen 1 [gedaagde 1] te [plaats 2] (België), 2. CIRCLES GROUP S.A. , te Windhof ( Luxemburg ), gedaagde partijen, advocaat: mr. J. Veenis te Amsterdam. Partijen worden hierna ‘ [eiser] ’, ‘ [gedaagde 1] ’ en ‘ Circles Group ’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken: - de dagvaarding van 13 juni 2022, met producties 1 t/m 21; - de conclusie van antwoord, met producties 1 t/m 5. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 december 2023. Ter zitting is verschenen [eiser] , vergezeld van zijn echtgenote en bijgestaan door mr. E.W. Bosch. Namens [gedaagde 1] is verschenen de heer [naam directeur] , directeur van [gedaagde 1] . De gedaagde partijen zijn beiden vertegenwoordigd door mr. J. Veenis. De griffier heeft tijdens de zitting aantekeningen gemaakt. Deze aantekeningen zijn toegevoegd aan het griffiedossier. 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald op heden. 2 De feiten 2.1. Op 18 augustus 2019 heeft [eiser] deelgenomen aan de door [gedaagde 1] georganiseerde ‘ [naam hindernisbaan] ’ in Zevenhuizen . 2.2. De [naam hindernisbaan] is een hindernisbaan van één kilometer op het water waarbij de deelnemers van obstakel naar obstakel zwemmen en proberen om de in totaal vijftien obstakels zo snel mogelijk te overbruggen. 2.3. De echtgenote van [eiser] heeft hem voor dit evenement samen met anderen als team aangemeld via de website van [gedaagde 1] . 2.4. Het derde obstakel van het parcours bestond op 18 augustus 2019 uit twee schuine zijden met opblaasbare treden. Het ziet er als volgt uit: 2.5. Het obstakel is ongeveer 5 tot 6 meter lang, 7,5 meter breed en 2,5 meter hoog. 2.6. Beide zijden van het obstakel zijn vrijwel identiek. Het enige verschil is dat aan de zijde waar de deelnemers komen aanzwemmen en het obstakel opklimmen een opstap zit, zodat de deelnemers hierdoor beter vanuit het water op het obstakel kunnen klimmen. 2.7. [eiser] heeft het obstakel aan de voorzijde beklommen. Hij heeft even gewacht op de een na hoogste trede van de voorzijde van het obstakel totdat er ruimte was om aan de achterkant vanaf de top van het obstakel het water in te springen. Vervolgens stapte hij op de top van het obstakel (de bovenste rode ‘trede’) om te springen en gleed uit. Hij viel voorover, met zijn hoofd naar beneden, en raakte met zijn hoofd de onderste zwarte, met lucht gevulde, rand van het obstakel aan de achterzijde. 2.8. Na het ongeval werd in het Erasmus MC onder meer een dwarslaesie vastgesteld bij [eiser] . [eiser] heeft zeer ernstig blijvend letsel door zijn val waardoor hij ook veel schade lijdt. 2.9. Op 4 oktober 2019 heeft [eiser] [gedaagde 1] aansprakelijk gesteld voor de geleden en nog te lijden schade. [gedaagde 1] heeft de aansprakelijkheid afgewezen. 3 Het geschil 3.1. [eiser] vordert – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: a. een verklaring voor recht dat [gedaagde 1] aansprakelijk is voor de door eiser geleden en nog te lijden schade door het ongeval op 18 augustus 2019, en haar deswege te veroordelen tot vergoeding van de door eiser daardoor geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; een verklaring voor recht dat [eiser] geen eigen schuld draagt ex artikel 6:101 BW, zodat [gedaagde 1] gehouden is om de schade van [eiser] integraal te vergoeden, althans in goede justitie een percentage eigen schuld te bepalen, al dan niet onder toepassing van de billijkheidscorrectie; een verklaring voor recht dat Circles Group in haar hoedanigheid van aansprakelijkheidsverzekeraar van [gedaagde 1] gehouden is om onder de bij haar afgesloten aansprakelijkheidsverzekering uit te keren vergoeding rechtstreeks aan eiser over te (doen) maken, dit indien en voor zover de polis dekking biedt; gedaagde partijen hoofdelijk te veroordelen in de kosten van de procedure, inclusief nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het vonnis tot aan de dag der algehele betaling. 3.2. [eiser] legt aan deze vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde 1] heeft onvoldoende zorg betracht ter voorkoming van zijn schade. [gedaagde 1] had ervoor moeten zorgdragen dat zich aan ‘de afspringkant’ geen harde randen in het water bevonden waaraan deelnemers die van het obstakel afspringen zich (ernstig) zouden kunnen bezeren. Daarnaast had [gedaagde 1] adequaat moeten waarschuwen en/of moeten instrueren dat deelnemers waterschoenen droegen. [eiser] houdt [gedaagde 1] aansprakelijk voor de door hem geleden schade op grond van zowel artikel 6:162 BW als – na aanvulling ter zitting – op grond van artikel 6:74 BW. 3.3. [gedaagde 1] voert verweer. Zij betwist dat het obstakel gevaarlijk was of een zodanig risico vormt dat zij (nadere) maatregelen had moeten treffen. Volgens [gedaagde 1] was voldoende duidelijk dat het gevaarlijk is om van de top van het obstakel te springen en is daarbij ook nog gewaarschuwd door een medewerker van [gedaagde 1] die zich bovenop het obstakel bevond (ter indicatie zie de persoon in het gele hesje op de foto onder 2.4). [gedaagde 1] doet verder een beroep op een exoneratiebeding uit haar algemene voorwaarden en concludeert tot afwijzing van de vordering. Circles Group betwist dat zij als verzekeraar van [gedaagde 1] gehouden is om (rechtstreeks aan) [eiser] een bedrag uit te keren. In de regel doet zij dat wel. Zij meent dat [eiser] jegens haar niet ontvankelijk zou moeten worden verklaard omdat hij geen belang heeft bij zijn vordering op haar. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Bevoegdheid rechter en toepasselijk recht 4.1. Omdat [gedaagde 1] gevestigd is in België en Circles Group in Luxemburg draagt deze zaak een internationaal karakter. Gelet op de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan – Zevenhuizen – is de rechtbank Den Haag relatief bevoegd om van dit geschil kennis te nemen (artikel 7 lid 2 Verordening (EU) nr. 1215/2012 ). Aangezien de schade zich in het onderhavige geval voordoet in Nederland, is Nederlands recht op de vordering van toepassing (artikel 4.1 Verordening (EG) nr. 864/2007 ). Aansprakelijkheid 4.2. In deze zaak ligt de vraag voor of [gedaagde 1] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] en aansprakelijk is voor zijn schade. 4.3. De rechtbank acht voor de beoordeling van de aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 BW, waar het gaat om de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt, het volgende van belang. Uitgangspunt is dat [gedaagde 1] als professionele sportevenementorganisator verantwoordelijk is voor een veilige sportomgeving. Achtergrond van deze zorgplicht is dat [gedaagde 1] als professionele organisatie in zekere mate zeggenschap heeft over haar deelnemers en zich in een positie bevindt waarin zij zodanige omstandigheden kan creëren dat het evenement veilig kan verlopen. Dat iemand kiest voor deelname aan de [naam hindernisbaan] , ondanks de hieraan bekende, intrinsiek verbonden risico’s, ontslaat [gedaagde 1] niet van de op haar rustende zorgplicht. 4.4. Om de vraag te beantwoorden of [gedaagde 1] in dit geval ten opzichte van [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld zijn de criteria van het Kelderluik-arrest maatgevend. Deze criteria houden in dat in het licht van de omstandigheden van het geval moet worden beoordeeld:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.