← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:3940

uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.25461 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker], V-nummer: [V nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. L. Soedamah), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. W. Epema). Inleiding In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker. Verzoeker wil met dit verzoek bereiken dat hij niet terug hoef te keren naar Italië totdat verweerder heeft beslist op zijn bezwaar tegen het besluit van 3 augustus 2023 (het bestreden besluit). In dit besluit heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor verblijf bij zijn partner [referent] (referente) afgewezen. Verzoeker is wegens betalingsonmacht vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen. Het verzoek zou op 5 januari 2024 worden behandeld. Echter hebben partijen de voorzieningenrechter op voorhand toestemming gegeven om op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de zaak buiten zitting af te doen, waarna de rechtbank het onderzoek heeft afgesloten. Beoordeling door de voorzieningenrechter

  1. Indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank tegen een besluit bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.1
  2. Artikel 8:81, eerste lid, van de Awb.
  3. Bij brief van 27 december 2023 heeft verweerder medegedeeld zich niet te verzetten tegen toewijzing van wat in het verzoekschrift is verzocht, voor zover dit ziet op de schorsing van het terugkeerbevel totdat een beslissing is genomen op het bezwaarschrift.
  4. Nu tussen partijen niet langer in geschil is dat van terugkeer naar Italië van verzoeker in deze fase behoort te worden afgezien, wijst de voorzieningenrechter de voorziening toe en schorst het bestreden besluit voor zover daarin is bepaald dat eiser op grond van artikel 62a van de Vreemdelingenwet onmiddellijk terug moet keren naar Italië.
  5. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en een wegingsfactor 1). Beslissing De voorzieningenrechter: wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe; schorst het bestreden besluit voor zover dit ziet op het terugkeerbevel totdat de beslissing op bezwaar is gemaakt; veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Hak, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 29 januari 2024 Documentcode: [Documentcode] Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.