uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.21996 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster (gemachtigde: mr. M. Taheri), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. D. Gökcan). Inleiding In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster. Verzoekster wil met dit verzoek bereiken dat zij niet mag worden uitgezet totdat verweerder heeft beslist op haar bezwaar tegen het besluit van 4 juli 2023 (het bestreden besluit). In dit besluit heeft verweerder de aanvraag van verzoekster voor een verblijfsvergunning met het verblijfsdoel familie en gezin, op grond van artikel 8 van het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM), afgewezen. Partijen hebben de voorzieningenrechter toestemming gegeven om op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de zaak buiten zitting af te doen, waarna de rechtbank het onderzoek heeft afgesloten. Beoordeling door de voorzieningenrechter Verzoekster verzoekt om haar vrij te stellen van de verplichting tot betaling van griffierecht wegens betalingsonmacht. Verzoekster heeft aannemelijk gemaakt dat zij over onvoldoende inkomsten of vermogen beschikt om het verschuldigde bedrag aan griffierecht te betalen. Het beroep op betalingsonmacht slaagt zodat verzoekster in deze procedure wordt vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen. Indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank tegen een besluit bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.1
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.