RECHTBANK DEN HAAG Familie- en Jeugdrecht Zaaknummer: C/09/662298 / JE RK 24-378 Datum uitspraak: 20 maart 2024 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van Raad voor de Kinderbescherming te Den Haag, hierna te noemen de Raad, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen [minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat mr. J.H. Weermeijer-Patist te Leiden, De kinderrechter merkt als informant aan: [de grootmoeder] , de grootmoeder moederzijde, hierna te noemen de grootmoeder; 1Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 1 maart 2024. 1.2. De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 maart 2024. Daarbij waren aanwezig: de moeder met haar advocaat; de grootmoeder; de partner van de grootmoeder; - [naam 1] namens de Raad; - [naam 2] namens de gecertifieerde instelling. 1.3. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben, afzonderlijk van elkaar, de dag voor de zitting gesproken met de kinderrechter. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter enkele elementen uit die gesprekken met toestemming van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gedeeld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2De feiten 2.1. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn erkend door [naam 3] . 2.2. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.3. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven bij de grootmoeder en haar partner. 3Het verzoek 3.1. De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van een jaar. Tevens verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de grootmoeder, voor de duur van de ondertoezichtstelling. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Er zijn ernstige zorgen over de ontwikkeling van de kinderen. De kinderen zijn opgegroeid in een onveilige en onduidelijke opvoedomgeving. De opvoedomgeving van de kinderen heeft zich gekenmerkt door een gebrek aan structuur en stabiliteit. Ook zijn de kinderen getuige geweest van hoogoplopende ruzies, spanningen en meningsverschillen tussen de ouders en tussen de moeder en de stiefvader. De kinderen verblijven sinds november 2023 bij de grootmoeder en haar partner. De moeder is op dit moment niet beschikbaar als gezaghebbende ouder. De moeder heeft een depressieve stoornis met gegeneraliseerde angst- en somatisch symptomen en er zijn aanwijzingen voor een posttraumatische stressstoornis. Doordat de moeder onvoldoende beschikbaar is als opvoeder voor de kinderen, worden de kinderen bedreigd in hun ontwikkeling en zijn zij niet in staat om het verleden te verwerken. Daarnaast zijn de moeder en de grootmoeder niet in staat om op een positieve manier te communiceren in het belang van de kinderen. De moeder en de grootmoeder hebben een andere visie op het belang van de kinderen. De ingezette hulp in het vrijwillig kader is tot op heden onvoldoende toereikend geweest, mede doordat de moeder zich niet aan de afspraken van de hulpverlening kon houden. Gelet op het bovenstaande is een ondertoezichtstelling noodzakelijk om gerichte hulpverlening in te zetten voor de kinderen en de band tussen de moeder en de kinderen te herstellen. Een uithuisplaatsing is noodzakelijk om het verblijf bij de grootmoeder te continueren, zodat de kinderen rust en stabiliteit geboden krijgen. 4De standpunten 4.1. De gecertificeerde instelling heeft ter zitting aangegeven dat op dit moment geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is voor het gezin. De gecertificeerde instelling zal in de komende periode wel zorgen voor rust en een plan gaan maken met het gezin. Vervolgens zal worden ingezet op de verstandhouding tussen de moeder en de grootmoeder. Het is noodzakelijk dat die gaat verbeteren. 4.2. Door en namens de moeder is verweer gevoerd tegen het verzochte. Volgens de moeder moeten er scherpe doelen gesteld worden om het contact enerzijds tussen de moeder en de kinderen en anderzijds tussen de moeder en de grootmoeder te herstellen. Ook moet er hulpverlening worden ingezet om de persoonlijke problematiek bij de kinderen aan te pakken. De advocaat van de moeder refereert zich ten aanzien van de ondertoezichtstelling aan het oordeel van de kinderrechter. Ten aanzien van het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing is het volgende naar voren gebracht. Een machtiging uithuisplaatsing is de grootste inmenging in het ouderlijk gezag. De advocaat beroept zich op het blokkaderecht van een pleegouder (art. 1:253s lid 1 BW). Indien een kind met toestemming van de ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.