Rechtbank DEN HAAG Zittingsplaats ‘s-Gravenhage DL BM.nr.: 25551 Zaaknr.: 10534449 EJ VERZ 23-76199 Datum: 18 januari 2024 Beschikking van de kantonrechter in het beschermingsbewind van: [betrokkene] , geboren op 21 juli 2001 te Den Haag, wonende te [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats] , hierna te noemen: betrokkene. De bewindvoerder in dit beschermingsbewind is: [bewindvoerder] h.o.d.n. [bedrijfsnaam] , kantoorhoudende aan de [adres 2] , [postcode 2] [plaatsnaam] , hierna te noemen: de bewindvoerder. Feiten Het CIZ heeft bij brief van 6 april 2021 een indicatiebesluit afgegeven aan betrokkene met ingang van 6 april 2021 voor GGZ Wonen (wonen met intensieve begeleiding en gedragsregulering), 24-uurszorg. Bij beschikking van 14 juli 2021 van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag is betrokkene onder bewind gesteld wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand, met aanstelling van de bewindvoerder. Het bewind is gepubliceerd in het Centraal Curatele en Bewindregister (CCBR). De bewindvoerder heeft de kantonrechter op 23 juli 2021 verzocht om in aanmerking te komen voor de beloning gebaseerd op problematische schulden. De machtiging is op 13 augustus 2021 verleend. Het CZ Zorgkantoor heeft op 31 juli 2021 een toekenningsbeschikking afgegeven aan betrokkene. Het totale toegekende budget was € 9.908,32, waarvan € 250,-- verantwoordingsvrij was. De bewindvoerder heeft de kantonrechter op 8 oktober 2021 verzocht om in aanmerking te komen voor de beloning in verband met PGB-beheer, ten bedrage van € 632,83 per jaar. De machtiging is op 22 november 2021 verleend. In de door de bewindvoerder ingediende rekening en verantwoording over de periode van 15 juli 2021 tot en met 31 december 2021 staat bij de inkomsten een bedrag van € 250,-- met omschrijving “pgb beheer kosten voor bewindvoerder”, die bij de uitgaven terugkomen als onderdeel van de beloning bewindvoerder. In de door de bewindvoerder ingediende rekening en verantwoording over het jaar 2022 is – blijkens de overgelegde specificatie – in het bedrag aan opgenomen beloning van de bewindvoerder een bedrag van € 307,34 verwerkt met omschrijving “pgb beheer juli t/m dec 2020”. Het bedrag is op 15 maart 2022 van de beheerrekening van betrokkene naar de kantoorrekening van de bewindvoerder geboekt. Bij email van 28 augustus 2023 is de bewindvoerder gevraagd om een toelichting te geven op het opgenomen bedrag. Bij email van dezelfde datum heeft de bewindvoerder geantwoord dat hij voor het bewind al betrokken was bij de zaken van betrokkene. Wellicht was het beter geweest als genoemde kosten niet waren opgenomen in de rekening en verantwoording omdat die kosten buiten de bewindvoeringsperiode vallen en had deze vraag niet hoeven te worden gesteld, aldus de bewindvoerder. Bij brief van 3 oktober 2023 is namens de kantonrechter aan de bewindvoerder verzocht om het bedrag van € 307,34 terug te storten omdat de beloning is opgenomen over een periode voor de ingangsdatum van het bewind. Bij email van 9 oktober 2023 heeft de bewindvoerder laten weten dat hij voor het bewind al gewaarborgde hulp van betrokkene was. Het bedrag is de vergoeding voor het zijn van gewaarborgde hulp. Beoordeling Ter zitting van 1 december 2023 heeft de bewindvoerder het opgenomen bedrag van € 307,34 met omschrijving “pgb beheer juli t/m dec 2020” als volgt toegelicht. De bewindvoerder is vanuit de zorginstelling waar betrokkene werd behandeld benaderd om betrokkene te begeleiden. Hij is toen gewaarborgde hulp geworden. De bewindvoerder is voor ongeveer vijf mensen alleen gewaarborgde hulp. Hij neemt zijn vergoeding voor de werkzaamheden als gewaarborgde hulp op uit het vrij besteedbare bedrag van het PGB. De SVB maakt daar geen probleem van, omdat het vrij besteedbare bedrag niet wordt gecontroleerd. Ter zitting kon de bewindvoerder niet verklaren waarom de vergoeding in dit geval niet is betaald uit het vrij besteedbare bedrag. Na de zitting heeft de bewindvoerder het formulier “Vertegenwoordiger voor PGB-zaken” overgelegd. Op dit formulier is ingevuld dat betrokkene met ingang van 6 april 2021 als eerste vertegenwoordiger de bewindvoerder aanmeldt bij de SVB. In de begeleidende email stelt de bewindvoerder: “Zoals dat ook in het formulier staat ben ik per april 2021 de vertegenwoordiger in pgb zaken. Dat houdt in dat in de rekening verantwoording vermelde datum van 2020 niet juist is, het had moeten zijn
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.