uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.928 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V nummer] (gemachtigde: mr. S. Oukil), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: A.J. Philipse). Procesverloop Bij besluit van 8 januari 2024 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen. Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Partijen hebben de voorzieningenrechter toestemming gegeven om de zaak zonder zitting af te doen. Overwegingen Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan – onder meer – wanneer voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Verweerder heeft in een brief van 1 maart 2024 laten weten dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening waardoor rechtmatig verblijf ontstaat. Nu partijen het er over eens zijn dat van uitzetting van verzoekster behoort te worden afgezien, wijst de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening toe en verbiedt de uitzetting tot vier weken nadat op het bezwaar is beslist.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.