RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.24677 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigden: mr. N. Ulutas en mr. C.H.H.P.M. Kelderman). Inleiding In het besluit van 8 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 21 december 2023 op een zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M.E. Velleman. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.H.H.P.M. Kelderman. Beoordeling door de rechtbank Feiten 1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1989 en heeft de Malinese nationaliteit. 2. Op 14 januari 2022 heeft eiser asiel aangevraagd in Nederland. Daaraan heeft hij het volgende ten grondslag gelegd. Eiser behoort tot de etnische minderheidsgroep [groepering]. Leden van deze groep worden in Mali al lange tijd tot slaaf gemaakt en onderdrukt en dit wordt nog steeds geaccepteerd. Ook eiser en zijn familie zijn in hun dorp (in de regio [regio]) onderdrukt door de slavenmeesters ([groepering 2]). Recentelijk zijn de [groepering] in opstand gekomen en daartoe hebben zij de [naam vd beweging]-beweging opgericht (wat betekent: wij zijn allemaal gelijk). Eiser is betrokken geweest bij de oprichting van deze beweging en is bij deze beweging actief geworden als assistent van de secretaris van de lokale afdeling in zijn dorp. Daardoor is eiser door de [groepering 2] met de dood bedreigd. Twee leden van de lokale afdeling zijn vermoord, eisers moeder is mishandeld en zijn ouderlijk huis is vernield. Daarna is eiser uit zijn land van herkomst gevlucht. Standpunten van partijen 3. In het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder heeft de door eiser gestelde nationaliteit, identiteit en herkomst geloofwaardig geacht. Ook heeft verweerder geloofwaardig geacht dat eiser als slaaf werd beschouwd vanwege zijn etniciteit. Dat eiser betrokken is geweest bij de oprichting van de lokale [naam vd beweging]-beweging,daarbij actief was en dat hij daardoor problemen heeft ondervonden, heeft verweerder ook geloofwaardig geacht. Volgens verweerder komt eiser echter niet in aanmerking voor een asielvergunning. Eisers werkzaamheden voor de [naam vd beweging]-beweging waren namelijk marginaal en niet bekend buiten de regio [regio]. De [groepering 2] zijn alleen lokaal actief en eiser heeft niet verklaard dat hij ook problemen heeft ondervonden van de autoriteiten. Eiser heeft slechts van horen zeggen dat hij op een dodenlijst zou staan en de door hem ondervonden problemen zijn van acht jaar geleden. Volgens verweerder kan eiser zich dan ook vestigen in de hoofdstad van Mali, [stad]. 4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij voert aan dat verweerder ten onrechte stelt dat zijn werkzaamheden voor de [naam vd beweging]-beweging marginaal waren. Daarnaast voert hij aan dat hij zich niet kan vestigen in [stad]. Slavernij is in geheel Mali geaccepteerd en de [groepering 2] kunnen hem daar ook vinden. Hij heeft daar weliswaar eerder verbleven, maar dat was slechts gedurende een korte tijd en eiser heeft zich in die tijd vooral schuilgehouden. Verder is het volgens eiser niet zorgvuldig dat het bestreden besluit is opgesteld door dezelfde ambtenaar als die eerder het voornemen tot afwijzing van zijn asielaanvraag heeft opgesteld. 5. In het verweerschrift heeft verweerder vastgehouden aan het bestreden besluit. Bij het tegenwerpen van [stad] als binnenlands vestigingsalternatief is volgens verweerder aan alle vereisten van artikel 3.37d van het Voorschrift Vreemdelingen (VV) voldaan. Verweerder verwijst hierbij naar de Kamerbrieven van 23 november 2022 (kenmerk 4333540, met bijbehorende beslisnota) en 17 januari 2023 (19 637, nr. 3056) over de veiligheidssituatie in Mali. Daarnaast stelt verweerder zich op het standpunt dat de zorgvuldigheid niet vereist dat een besluit wordt opgesteld door een andere ambtenaar dan die eerder het voornemen heeft opgesteld. Hierbij verwijst verweerder naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 5 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2986. 6. Op wat eiser aanvoert zal hierna verder worden ingegaan. De rechtbank zal de afwijzing van de asielaanvraag van eiser beoordelen aan de hand van de beroepsgronden. Vierogenprincipe 7. De enkele omstandigheid dat het bestreden besluit is opgesteld door dezelfde ambtenaar die eerder het voornemen heeft opgesteld, maakt het bestreden besluit niet onzorgvuldig. Dit volgt uit de rechtspraak van de Afdeling waar verweerder op heeft gewezen. Ter zitting is namens eiser nog gesteld dat de betreffende ambtenaar en eisers gemachtigde geen goede verstandhouding hebben. Ook dit is op zichzelf onvoldoende om het bestreden besluit onzorgvuldig te achten. Vestigingsalternatief 7. Op grond van artikel 3.37d van het VV en volgens onderdeel C2/3.4 van de Vreemdelingencirculaire 2000 voldoet een ander gebied in het land van herkomst van een vreemdeling als vestigingsalternatief als aan drie voorwaarden is voldaan: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.