Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/662626 / KG ZA 24-201 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding ter zitting van 18 maart 2024 in de zaak van [eiser] te [woonplaats] , eiser, advocaat mr. C. Brandt te Den Haag, tegen: 1 [gedaagde 1] te [woonplaats] , 2. [gedaagde 2] te [woonplaats] , gedaagden, advocaat mr. D.A. IJpelaar te Den Haag. Partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [de erven] ’ genoemd. Aanwezig is mr. H.J. Vetter, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. F.J. Streng, griffier. Tevens zijn aanwezig [eiser] , vergezeld van mr. Brandt. Namens [de erven] is mr. D.A. IJpelaar aanwezig. Nadat partijen hun standpunten hebben toegelicht, over en weer hebben gereageerd op de standpunten van de wederpartij en vragen van de voorzieningenrechter hebben beantwoord, heeft de voorzieningenrechter de zitting voor korte tijd geschorst. Na hervatting van de zitting heeft de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 29a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) mondeling uitspraak gedaan. Deze luidt als volgt. 1De gronden van de beslissing 1.1. [naam 1] (de rechtsvoorganger van [de erven] ) heeft [eiser] op basis van een aantal geldleningsovereenkomsten grote sommen geld uitgeleend. 1.2. [naam 1] en [eiser] hebben op 28 juni en 14 augustus 2019 twee overeenkomsten gesloten, inhoudende (samengevat) dat [eiser] de woning aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning) aan [naam 1] verkoopt tegen een kooprijs van € 682.000,--, kosten koper, onder de voorwaarde dat levering van de woning uiterlijk 1 oktober 2019 zou plaatsvinden. Daarbij is overeengekomen dat [eiser] na levering (dus uiterlijk een jaar na 1 oktober 2019) de woning nog gedurende een jaar om niet zou mogen blijven bewonen en dat [eiser] gedurende die periode de mogelijkheid zou hebben een koper voor de woning te vinden die tenminste de door [naam 1] betaalde koopprijs vermeerderd met rente en kosten zoals in de overeenkomsten benoemd, zou willen betalen. Het surplus (d.w.z. het overblijvende nadat [naam 1] geheel zou zijn voldaan) zou aan [eiser] toekomen. 1.3. Op 6 oktober 2019 is [naam 1] overleden en zijn [de erven] als rechtsopvolgers onder algemene titel in zijn plaats getreden. 1.4. In september 2022 is een nieuwe vaststellingsovereenkomst (verder: de nieuwe vaststellingsovereenkomst) aangegaan tussen [de erven] en [eiser] , waarin is bepaald dat [eiser] de woning alsnog uiterlijk 15 november 2022 zou leveren aan [de erven] tegen betaling van een koopprijs van € 682.000,-- kosten koper. Verder is afgesproken dat [eiser] tot 1 maart 2023, onder voorwaarden, de tijd zou krijgen een koper voor de woning te vinden en die koper de woning dan ook uiterlijk 1 maart 2023 zou afnemen. [eiser] heeft de woning niet op 15 november 2022 aan [de erven] geleverd. 1.5. Vervolgens hebben [de erven] [eiser] in kort geding gedagvaard en, samengevat, gevorderd om [eiser] te veroordelen tot nakoming van de verbintenissen uit de tussen partijen gesloten koopovereenkomst door levering van de woning aan [de erven] , met diverse nevenvorderingen. 1.6. Bij vonnis van 11 augustus 2023 heeft de voorzieningenrechter [eiser] veroordeeld, kort samengevat, tot nakoming van de verbintenissen uit de tussen partijen gesloten koopovereenkomst (die besloten liggen in de nieuwe vaststellingsovereenkomst) door de woning aan [de erven] te leveren, waarbij de voorzieningenrechter ruimte heeft gelaten voor [eiser] om de woning alsnog aan een derde te verkopen tegen een koopprijs van € 682.000,--, vermeerderd met de kosten koper en vermeerderd met de op het moment van levering resterende schuld, inclusief rente, die [eiser] bij [de erven] en aan [de erven] gelieerde rechtspersonen heeft. De voorzieningenrechter heeft [eiser] een termijn van vier maanden vanaf de datum van het vonnis gegeven, dus tot uiterlijk 11 december 2023, om de woning aan een derde te verkopen tegen deze voorwaarden, waarbij de levering uiterlijk binnen vijf maanden na datum vonnis, dus op 11 januari 2024, moet plaatsvinden. Indien [eiser] niet binnen vier maanden een koopovereenkomst met een derde is aangegaan c.q. levering niet uiterlijk binnen vijf maanden na de datum van het vonnis plaatsvindt, dan is hij verplicht tot nakoming van de tussen partijen gesloten koopovereenkomst. Tegen het vonnis van vonnis 11 augustus 2023 is geen hoger beroep ingesteld en het vonnis is inmiddels onherroepelijk. 1.7. In de periode na het wijzen van dit kortgedingvonnis hebben de advocaten van partijen met elkaar gecorrespondeerd. Eind oktober 2023 heeft de advocaat van [de erven] aan de advocaat van [eiser] verzocht om aan te geven of er inmiddels een koopovereenkomst is gesloten of dat daar zicht op is. Op 4 november 2023 heeft de advocaat van [eiser] gereageerd dat er nog geen koopovereenkomst is, maar twee serieuze gegadigden zijn. 1.8. Op 11 december 2023 hebben [de erven] het vonnis van 11 augustus 2023 aan [eiser] laten betekenen. Een dag later, op 12 december 2023, heeft de advocaat van [de erven] de notaris verzocht om de levering van de woning in gang te zetten. De notaris heeft op 14 december 2023 een concept leveringsakte aangeleverd. Deze akte is niet ondertekend. 1.9. Op 18 januari 2024 heeft [eiser] met de heer [naam 2] en mevrouw [naam 3] (hierna: [naam 2] c.s.) een schriftelijke koopovereenkomst gesloten met betrekking tot de woning. Zij zijn daarin een koopprijs van € 835.000,-- kosten koper en een leveringsdatum 21 maart 2024 overeengekomen. Verder zijn zij overeengekomen dat als [eiser] deze koopovereenkomst niet nakomt en [naam 2] c.s. deze koopovereenkomst ontbinden, [eiser] een boete van 10% van de koopprijs is verschuldigd, onverminderd het recht van [naam 2] c.s. op aanvullende schadevergoeding indien de werkelijke schade hoger is dan de boete. 1.10. Op diezelfde dag heeft de advocaat van [eiser] een afschrift van deze koopovereenkomst aan de advocaat van [de erven] verstuurd. De advocaat van [de erven] heeft daarop bij e-mail van 6 februari 2024 gereageerd dat zijn cliënten niet bereid zijn om mee te werken aan de verkoop en dat zij nakoming van de vaststellingsovereenkomst willen zoals door de voorzieningenrechter bepaald. Verder heeft de door [eiser] ingeschakelde notaris op 29 februari 2024 aan de advocaat van [eiser] bericht dat de overdracht van de woning aan [naam 2] c.s. op dit moment niet kan worden uitgevoerd, omdat er sprake is van een eerdere koop op grond van het kortgedingvonnis. 1.11. [eiser] heeft [de erven] op 11 maart 2024 in kort geding gedagvaard. In dit kort geding vordert [eiser] , zakelijk weergegeven, (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.