← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:7347

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL24.2347 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], eiseres V-nummer: [nummer 1] mede namens haar minderjarige dochter: [naam] V-nummer: [nummer 2] (gemachtigde: mr. A.M.I. Eleveld), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris Inleiding

  1. Op 11 december 2023 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, het door eiser ingestelde beroep inzake NL23.34020 tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag gegrond verklaard. De staatssecretaris is opgedragen om binnen acht weken na bekendmaking van de uitspraak op de aanvraag van eiser te beslissen. Daarbij heeft de rechtbank bepaald dat de staatssecretaris een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag waarmee de staatssecretaris de genoemde termijnen overschrijdt, met een maximum van € 7.500,-. 1.
  2. Op 21 januari 2024 heeft eiser (nogmaals) beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. 1.
  3. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank
  4. Uit het beleid van de rechtbank volgt dat in het geval er een opvolgend beroep niet tijdig wordt ingesteld voordat de maximale dwangsom is volgelopen, het (opvolgende) beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. Het opleggen van een tweede dwangsom nog voordat de eerste dwangsom is volgelopen, is namelijk in strijd met het systeem van dit soort beroepen. Een opvolgend beroep tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag doet daarmee af aan de rechtskracht van de eerste uitspraak. De rechtbank ziet geen aanleiding om in dit geval anders te oordelen.
  5. De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris tot en met 5 februari 2024 de tijd had om een besluit te nemen. Ten tijde van het instellen van het onderhavige beroep, op 21 januari 2024, was de termijn voor het nemen van een besluit door de staatssecretaris nog niet verlopen.
  6. Het is de rechtbank niet gebleken dat de staatssecretaris inmiddels een besluit heeft genomen. Omdat er geen besluit is genomen kan de staatssecretaris, gelet op de uitspraak van 11 december 2023, eerst vanaf 6 februari 2024 een rechterlijke dwangsom verbeuren. Deze dwangsom was ten tijde van het instellen van onderhavig beroep nog niet volgelopen.
  7. Dat betekent dat het beroep niet-ontvankelijk is.
  8. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. D.M. Schuiling, rechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Beleid ten aanzien van de beroepen niet tijdig in het vreemdelingenrecht, vastgesteld op 25 maart 2020 (gepubliceerd op rechtspraak.nl).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.