← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:7704

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL24.19476 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser, V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. F.W. Verweij), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Verweerder heeft op 28 april 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort. Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding. Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft daarop gereageerd. De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten. Overwegingen

  1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Nigeriaanse nationaliteit te hebben.
  2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
  3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in het vorige beroep op 10 april
  4. Eiser stelt dat niet begrijpelijk is dat de maatregel van bewaring is voortgezet op grond van artikel 59b, derde lid, van de Vw. Zijn identiteit en nationaliteit zijn niet in geschil, gelet op de beschikking van 24 april
  5. Hij is ook in het verleden in het bezit gesteld van een reguliere verblijfsvergunning op basis van een origineel en authentiek paspoort. Ook is volgens eiser onduidelijk welk onderzoek verweerder bedoelt. Contact met de Nigeriaanse autoriteiten is uitgesloten zolang de beroepsprocedure loopt en het terugkeerbesluit is geschorst. Eiser meent daarom dat de voortduring van de maatregel niet rechtmatig is.
  6. Dat eiser in het verleden een reguliere verblijfsvergunning voor studiedoeleinden heeft gehad, betekent niet dat zijn identiteit en nationaliteit in het kader van zijn asielaanvraag vaststaan. Ten tijde van het opleggen van de maatregel van bewaring, en het indienen van zijn asielaanvraag, beschikte eiser immers niet over een identificerend document. Verweerder moest daarom onderzoek doen naar eisers identiteit en nationaliteit om de asielaanvraag te behandelen. Bij uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 15 april 2024 is geoordeeld dat de maatregel van bewaring (en de grondslag) rechtmatig is, nu eiser rechtmatig verblijf had in Nederland gelet op zijn asielaanvraag.
  7. Uit het dossier blijkt dat eiser op 2 mei 2025 beroep heeft ingesteld tegen de afwijzende beschikking op zijn asielaanvraag. Eiser mag dit beroep in Nederland afwachten, wat maakt dat hij nog altijd rechtmatig verblijf in Nederland heeft en artikel 59b van de Vw van toepassing is op hem. Het is de rechtbank niet gebleken dat de aan de maatregel ten grondslag gelegde gronden, en het daaruit volgende risico op onttrekking aan het toezicht, niet meer van toepassing zijn op eiser. Verweerder heeft de maatregel van bewaring daarom ook mogen laten voortduren. Verweerder heeft daarbij voortvarend gehandeld door de rechtbank te verzoeken de behandeling van het beroep naar voren te halen.
  8. Tot slot leidt ook de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
  9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
  10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond; - wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Vreemdelingenwet
  11. 15 april 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:5683

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.