uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.6224 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , eiseres V-nummer: [V nummer] (gemachtigde: mr. A.G. Kleijweg) en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning voor het verblijfsdoel ‘verblijf bij een minderjarig Nederlands kind’. Op 26 februari 2024 heeft verweerder alsnog een inwilligend besluit genomen op de aanvraag. Eiseres wil nu nog dat de rechtbank verweerder veroordeelt in de proceskosten. Verweerder heeft niet op dit verzoek gereageerd. Overwegingen
- De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1
- Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan iemand daartegen in beroep gaan. Dat is wat eiseres heeft gedaan.
- Het beroep van eiseres is kennelijk niet-ontvankelijk. Eiseres wilde met haar beroep namelijk bereiken dat verweerder zou beslissen op haar aanvraag. Omdat verweerder dit inmiddels heeft gedaan, heeft eiseres geen belang meer bij een oordeel van de rechtbank over haar beroep.
- Tenzij geheel aan het beroep wordt tegemoetgekomen, heeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede betrekking op het alsnog genomen besluit
- Omdat verweerder bij het besluit inwilligend op de aanvraag van eiseres heeft beslist en eiseres
- Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2 Artikel 6:20, derde lid, van de Awb. geen gronden tegen dit besluit heeft aangevoerd, gaat de rechtbank ervan uit dat geheel aan het beroep van eiseres is tegemoetgekomen. Dit betekent dat het beroep geen betrekking heeft op het alsnog genomen besluit. Proceskostenveroordeling
- Over de vergoeding van de proceskosten die eiseres vraagt, overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank ziet aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres redelijkerwijs heeft moeten maken. Het bestreden besluit van 26 februari 2024 is namelijk te laat genomen. Eiseres heeft tegen het niet tijdig nemen van een besluit terecht beroep ingesteld. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de andere partij laten betalen.3
- Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van eiseres. De rechtbank leidt hieruit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van eiseres te betalen. De rechtbank bepaalt daarom dat verweerder de proceskosten van eiseres moet vergoeden.
- De rechtbank stelt de proceskosten van eiseres die verweerder moet betalen vast op € 437,
- De rechtbank hanteert een wegingsfactor 0,5, omdat deze zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 0,5). Ook moet verweerder het door eiseres betaalde griffierecht vergoeden. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het niet-tijdig beslissen, niet-ontvankelijk; bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 187,- vergoedt; veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 437,
- Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier. 3 Artikel 8:75, eerste lid, van de Awb, artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Documentcode: [Documentcode] t