uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.3583 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. C.L.J.M. Wilhelmus), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Inleiding Verzoeker heeft op 30 oktober 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier met als doel ‘Verblijf als familie- of gezinslid bij [A] ’. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 9 januari 2024 afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek zou op 30 april 2024 op zitting worden behandeld. Partijen hebben de rechtbank echter toestemming gegeven om de zaak buiten zitting af te doen, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten. Beoordeling door de voorzieningenrechter Wanneer tegen een besluit bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen als verzoeker daarom vraagt. Dit kan alleen als er sprake is van onmiddellijke spoed. Dit betekent dat de beslissing op het bezwaar absoluut niet kan worden afgewacht. Om dit te beoordelen moet de voorzieningenrechter de belangen van verzoeker afwegen tegen de belangen van verweerder.¹ Verweerder heeft met de brief van 5 april 2024 de rechtbank geïnformeerd dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek, voor zover dit ziet op het niet uitzetten van verzoeker totdat er een beslissing is genomen op het bezwaarschrift.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.