uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.19804 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. D. van Elp), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: R. van der Heijden). Procesverloop In het besluit van 20 juni 2023 (het primaire besluit) heeft de staatssecretaris de aanvraag van verzoeker voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [A] ’ afgewezen. Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Partijen hebben de voorzieningenrechter toestemming gegeven om de zaak zonder zitting af te doen. Overwegingen Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan – onder meer – indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Verweerder heeft in een brief van 20 februari 2024 laten weten dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.