RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.28744 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. H.A. Rispens), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Inleiding Eiser heeft op 12 september 2023 beroep ingesteld omdat hij vreest dat zijn recht op tijdelijke bescherming zoals bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG vanaf 4 september 2023 is beëindigd. De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Beoordeling door de rechtbank
- Er kan op een beroep worden beslist zonder een zitting te houden als sprake is van een kennelijke uitkomst. Dat betekent dat de uitkomst op voorhand buiten redelijke twijfel staat. Dit staat in artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. Deze situatie doet zich hier voor gelet op het volgende.
- Eiser heeft aangevoerd dat hij verblijf heeft gekregen op grond van de Richtlijn 2001/55/EG en dat hij aanneemt dat er een voornemen en een beschikking zijn uitgebracht waarin staat dat zijn tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt beëindigd. Hij baseert zich in dat verband op algemene berichtgeving. Hij geeft aan dat hij geen voornemen heeft ontvangen en ook geen besluit waarin de tijdelijke bescherming is ingetrokken.
- In artikel 8:1, gelezen samen met artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, staat dat alleen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit. Het besluit waarop het beroep betrekking heeft, moet zo mogelijk bij het beroepschrift worden overgelegd. Dat volgt uit artikel 6:5, tweede lid, van de Awb. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank – na een herstelmogelijkheid – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
- De rechtbank stelt vast dat eiser geen (kopie van het) bestreden besluit heeft overgelegd.
- De rechtbank heeft eiser met een bericht van 25 september 2023 gewezen op dat verzuim en heeft eiser in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken het verzuim te herstellen. De rechtbank heeft eiser er voorts op gewezen dat, als hij van die gelegenheid geen gebruik maakt, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
- Eiser heeft daarop gereageerd met een bericht van 16 oktober
- Eiser heeft daarin nogmaals aangegeven dat het gaat om het beëindigen van het recht op tijdelijke bescherming, maar dat hij niet over een besluit beschikt. Tevens heeft hij aangegeven dat hij verwacht dat verweerder het besluit zal overleggen. Eiser heeft verder vermeld dat hij ervan uitgaat dat zijn beroepschrift voldoende duidelijk maakt tegen welk besluit het beroep is gericht.
- De rechtbank stelt vast dat eiser het verzuim niet heeft hersteld. Er is geen reden om te oordelen dat eiser in dit geval heeft mogen volstaan met een omschrijving van het besluit. Eiser omschrijft een beschikking. Een beschikking treedt in werking door uitreiking of toezending aan de betrokkene. Als er een beschikking over de beëindiging van de tijdelijke bescherming aan eiser is toegezonden of uitgereikt, dan mag worden aangenomen dat het voor eiser mogelijk was om daarvan een afschrift aan de rechtbank over te leggen. Er is geen verontschuldiging voor het verzuim gebleken.
- Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. artikel 3:41, eerste lid, Awb