vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team Insolventies rekestnummer: C/09/665231 / FT RK 24/382 vonnis van 10 juni 2024 in de zaak van: [verzoeker] , wonende te [adres] [postcode] [woonplaats] , verzoeker. Waar deze zaak over gaat De heer [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor de schulden te komen heeft de heer [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt afgewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist. Eerst volgt een overzicht van de procedure. 1De procedure 1.
- De heer [verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP. 1.
- Het verzoek is behandeld op de zitting van 27 mei
- Op de zitting verschenen: - de heer [verzoeker] , - [naam 1] , zoon en werkgever van verzoeker, - [naam 2] , schuldregelaar gemeente [gemeente] + kantoormedewerker, - Dhr. [naam 3] , van [bedrijfsnaam] - [naam 4] , klantbegeleider gemeente [gemeente] , - [naam 5] , Doelgroepenteam gemeente [gemeente] , - [verweerster] , verweerster, - mr. A.A.M. Knol, advocaat van verweerster, + kantoorgenoot. 1.
- De rechtbank heeft kennisgenomen van het verweerschrift van Maaldrink Vermeulen Advocaten, namens mevrouw [verweerster] . 2De beoordeling van het verzoek 2.
- De heer [verzoeker] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als hij aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoet. Een van de voorwaarden is dat aannemelijk moet zijn dat de heer [verzoeker] in een problematische schuldensituatie verkeert en dat de heer [verzoeker] zijn verplichtingen in de WSNP voldoende zal nakomen. 2.
- De heer [verzoeker] heeft een totale schuldenlast van € 1.649.463,
- De grootste schuldeiser is de ex-echtgenote van de heer [verzoeker] , mevrouw [verweerster] met een vordering van € 1.602.683,
- Deze vordering vloeit voort uit een echtscheidingsconvenant uit
- Verzoeker heeft ter zitting, samengevat, verklaard dat hij door de kredietcrisis genoodzaakt was zijn onroerend goed met verlies te verkopen. Hierdoor zou hij inmiddels niet meer in staat te zijn om de vorderingen te voldoen. De rechtbank stelt voorop dat het op de weg ligt van de heer [verzoeker] om aan te tonen dat hij in een problematische schuldensituatie verkeert, dat hij te goeder trouw is geweest ten aanzien van het onbetaald laten van zijn schulden en dat hij zijn verplichtingen in de WSNP naar behoren zal nakomen. Naar het oordeel van de rechtbank is de heer [verzoeker] hier niet in geslaagd. Mevrouw [verweerster] heeft onderbouwd aangevoerd dat de heer [verzoeker] nog steeds over vermogensbestandsdelen beschikt. De heer [verzoeker] heeft meerdere ondernemingen en onroerende goederen op zijn naam gehad en was werkzaam in de onroerend goed sector. Deze ondernemingen en onroerende goederen staan inmiddels niet meer op naam van de heer [verzoeker] . Opvallend is dat de zoon van de heer [verzoeker] , [naam 1] , bestuurder is van gelijksoortige ondernemingen. Volgens mevrouw [verweerster] zou [naam 1] fungeren als stroman voor de heer [verzoeker] . De heer [verzoeker] heeft ter zitting weliswaar alles ontkend, maar heeft geen enkele documentatie overgelegd die het verweer van mevrouw [verweerster] weerleggen. De rechtbank is derhalve van oordeel dan onvoldoende duidelijk is dat alle vermogensbestandsdelen bekend zijn en dat de heer [verzoeker] daadwerkelijk verkeert in een situatie zonder vermogen. Daarnaast is de heer [verzoeker] in loondienst bij de Stichting [stichting] , waarvan de zoon de voorzitter, secretaris en penningmeester is. De heer [verzoeker] ontvangt, volgens de salarisspecificatie van januari 2024, een inkomen op basis van een uurloon van € 11,
- Dit inkomen ligt onder het wettelijk minimumuurloon van € 13,
- Ter zitting heeft de heer [verzoeker] verklaard dat hij zich bezig houdt met de verhuur van appartementen in [plaats buitenland 1] en [plaats buitenland 2] . Hij regelt de zaken zoals de sleuteloverdracht, onderhoud en schoonmaak. Dit doet hij zowel fysiek ter plaatse als op afstand. Gelet op zijn jarenlange ervaring in de vastgoedsector acht de rechtbank het echter niet onaannemelijk dat de heer [verzoeker] bij een andere werkgever mogelijk een hoger inkomen zou kunnen genereren. De heer [verzoeker] heeft ter zitting enkel verklaard dat hij geen opleiding heeft genoten en daarom geen hoger inkomen kan generen. Het zou ook een kwestie zijn van vraag en aanbod zijn. De heer [verzoeker] heeft dit echter op geen enkele manier met stukken onderbouwd. De heer [verzoeker] heeft ter zitting ook niet aannemelijk gemaakt dat hij bereid is om zich in te spannen tot het vinden van een betere baan met een hoger inkomen. De rechtbank acht het daarom onaannemelijk dat de heer [verzoeker] zijn verplichtingen in de WSNP naar behoren zal nakomen. 2.
- Op grond van het voorgaande wijst de rechtbank het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. 3De beslissing De rechtbank: - wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling van: [verzoeker] af. Dit is een beslissing van mr. D. de Loor, rechter, in samenwerking met B.A.H. van der Ven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 juni
- Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.