RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummers: NL25.19854 en NL25.20485 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], eiseres V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. K.S. Kort), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. J.R. Vreijsen). Procesverloop Bij besluit van 23 april 2025 (bestreden besluit 1) heeft verweerder de overdrachtstermijn voor de overdracht van eiseres aan Frankrijk verlengd tot achttien maanden. Bij besluit van 2 mei 2025 (bestreden besluit 2) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiseres heeft tegen de bestreden besluiten afzonderlijk beroep ingesteld. De rechtbank heeft de beroepen op 6 juni 2025 op zitting behandeld. De gemachtigde van eiseres is, met bericht vooraf, niet verschenen. Eiseres is zonder verder bericht niet aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Overwegingen
- De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eiseres procesbelang heeft bij haar beroepen. Gebleken is dat eiseres op 27 maart 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. Dit volgt uit het bericht van verweerder van 16 april 2025 en 3 juni
- Daaruit volgt ook dat zij op 11 april 2025 een asielaanvraag ingediend in België.
- De gemachtigde van eiseres heeft op 5 juni 2025 meegedeeld dat het haar, ondanks vele pogingen, niet meer is gelukt om contact te krijgen met eiseres en dat zij niet ter zitting zal verschijnen. Eiseres zelf is niet op de zitting verschenen noch heeft de rechtbank iets van haar vernomen.
- Gelet op het voorgaande neemt de rechtbank aan dat eiseres geen prijs meer stelt op de door haar aanvankelijk gezochte internationale bescherming. Gelet hierop heeft eiseres geen rechtens te beschermen procesbelang bij een beoordeling van de door haar ingestelde beroepen. De beroepen van eiseres zijn daarom niet-ontvankelijk.
- Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Op grond van artikel 29, tweede lid, van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening).