← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:10479

vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team Insolventies insolventienummer: C/09/24/93 R vonnis van 3 juni 2025 (bij vervroeging) in de zaak van: [naam 1] geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] , advocaat: mr. M. van den Broek. Waar deze zaak over gaat De heer [naam 1] zit in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De looptijd van die regeling is voorbij. De rechtbank beoordeelt nu of de heer [naam 1] aan de verplichtingen heeft voldaan die horen bij de WSNP. Als dat zo is wordt aan de heer [naam 1] de zogenoemde “schone lei” verleend. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op de heer [naam 1] kunnen verhalen. De rechtbank zal aan de heer [naam 1] de schone lei verlenen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist. 1Verloop van de procedure 1.

  1. De heer [naam 1] is op 14 oktober 2024 toegelaten tot de WSNP. Daarbij is mr. D. de Loor tot rechter-commissaris en N. Pavljasevic te Barendrecht tot bewindvoerder benoemd. 1.
  2. De looptijd is op 14 april 2025 verstreken. 1.
  3. De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht over het verloop van de schuldsaneringsregeling. Uit dit verslag blijkt dat de informatieverplichting, de sollicitatieverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en de afdrachtverplichting volledig zijn nagekomen. Om deze reden adviseert de bewindvoerder de heer [naam 1] de schone lei te verlenen. 1.
  4. Per brief van 4 april 2025 heeft [naam 2] namens [naam 3] , schuldeiser, aan de rechtbank verzocht de heer [naam 1] geen schone lei te verlenen. Voorts heeft [naam 3] met deze brief te kennen gegeven bij de zitting aanwezig te willen zijn. 1.
  5. De bewindvoerder heeft de rechtbank bij brief van 7 april 2025 geïnformeerd, naar aanleiding van de brief van 4 april 2025 van [naam 3] . De bewindvoerder volhardt in zijn advies de heer [naam 1] de schone lei te verlenen. 1.
  6. De eindzitting heeft op 26 mei 2025 plaatsgevonden. Op deze zitting verschenen: - de heer [naam 1] , bijgestaan door mr. Van den Broek, - [naam 4] , namens de bewindvoerder, - [naam 3] , - [naam 2] . 1.
  7. De uitspraak is bepaald op 9 juni 2025 met mededeling dat zo mogelijk bij vervroeging uitspraak zal worden gedaan. 2Standpunten van partijen 2.
  8. [naam 3] geeft, samengevat, te kennen dat zijn vordering op de heer [naam 1] niet te goeder trouw is ontstaan en dat hem daarom de schone lei dient te worden onthouden. 2.
  9. De bewindvoerder stelt dat de goede trouw bij de beoordeling of aan iemand de schone lei kan worden verleend geen rol speelt. Omdat de heer [naam 1] de verplichtingen van de WSNP is nagekomen dient de schone lei te worden verleend. 3De beoordeling 3.
  10. Op de zitting van 30 september 2024 is het verzoek van de heer [naam 1] om toegelaten te worden tot de WSNP behandeld. De rechtbank heeft met deze behandeling de schulden beoordeeld en de heer [naam 1] toegelaten tot de WSNP. 3.
  11. Met het verstrijken van de looptijd eindigen voor de heer [naam 1] de verplichtingen die de WSNP met zich brengt. Uitsluitend moet nog worden beoordeeld of aan de heer [naam 1] de schone lei kan worden verleend. Daarvoor is nodig dat de verplichtingen uit de WSNP tijdens de looptijd voldoende zijn nagekomen, ofwel dat de heer [naam 1] daarin niet toerekenbaar is tekort geschoten. 3.
  12. De rechtbank stelt vast dat de heer [naam 1] niet (toerekenbaar) tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen. Dat betekent dat de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd met de schone lei. Er zijn geen redenen gebleken om tot een ander oordeel te komen. 3.
  13. De rechtbank zal de vergoeding van de bewindvoerder vaststellen. 3De beslissing De rechtbank: - stelt vast dat de heer [naam 1] niet (toerekenbaar) in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten; - geeft te kennen dat de verplichtingen van de heer [naam 1] zijn geëindigd op 14 april 2025, maar dat de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden; - stelt de vergoeding van de bewindvoerder vast op € 4.683,08 (inclusief de verschuldigde omzetbelasting); - stelt het vastrecht vast op € 797,-. Dit is de beslissing van mr. M. van Nooijen, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 3 juni
  14. Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.