← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:10709

RECHTBANK DEN HAAG Jeugd- en Zorgrecht Zaaknummer: C/09/685547 / JE RK 25-913 Datum uitspraak: 5 juni 2025 Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp in de zaak van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] , Gambia, hierna te noemen: [minderjarige] , advocaat: mr. G.E.M. Later te Den Haag. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] , [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] . 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 20 mei 2025; het plan van aanpak van de gecertificeerde instelling van 22 mei 2025, ontvangen op 3 juni 2025; - de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 23 mei 2025; - een voorlopig perspectiefplan van iHub, ingediend door de gecertificeerde instelling op 28 mei
  2. 1.
  3. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 juni
  4. Daarbij waren aanwezig: [minderjarige] met zijn advocaat; de vader; - [naam] namens de gecertificeerde instelling. De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. 1.
  5. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover voorafgaand aan de zitting – in aanwezigheid van zijn advocaat – een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2De feiten 2.
  6. [minderjarige] is erkend door de vader. 2.
  7. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.
  8. [minderjarige] verblijft op de gesloten groep [groep] bij [instelling] . 2.
  9. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 12 september 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 15 september
  10. 2.
  11. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 14 april 2025 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 15 juni
  12. 3Het verzoek 3.
  13. De gecertificeerde instelling verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden. 3.
  14. De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [minderjarige] verblijft sinds april 2024 op de gesloten groep [groep] van [instelling] en laat hier een wisselende motivatie en ontwikkeling zien. Sinds de vader heeft aangegeven dat hij niet langer openstaat voor een thuisplaatsing van [minderjarige] , vertoont [minderjarige] wederom moeilijk gedrag. Er zijn maandelijks diverse incidenten en deze zijn toegenomen in frequentie sinds hij meer vrijheden heeft verkregen. [minderjarige] loopt met regelmaat weg en blijft dan soms meerdere nachten weg. Ook is er sprake van drugsgebruik en komt hij vaak onder invloed terug op de groep. Er is meerdere keren verslavingszorg aangeboden, maar [minderjarige] werkt hier onvoldoende aan mee. Het lukt [minderjarige] onvoldoende om gehoor te geven aan de regels en afspraken. Hij toont wel inzet voor het therapeutisch kickboksen dat recent is gestart. Het is echter nog onduidelijk welk effect deze behandeling heeft. De situatie, het gedrag van [minderjarige] en de incidenten laten het tot op heden niet toe om hem op een open groep te plaatsen, omdat zijn veiligheid hier onvoldoende gewaarborgd kan worden. Er zal met de inzet van een expertiseteam worden gekeken naar een passende vervolgplek voor [minderjarige] , waar hij verdere behandeling kan krijgen. Deze plek is tot nu nog niet gevonden. Veel van de mogelijke organisaties kennen contra-indicaties voor de verslavingsproblematiek van [minderjarige] . Het diagnostisch onderzoek heeft stilgelegen, omdat de gedragswetenschapper van [groep] uit dienst was getreden, maar dit wordt inmiddels weer opgepakt. Ook wordt gekeken naar de mogelijkheden voor verslavingszorg. Totdat een passende vervolgplek gevonden wordt, is het van belang dat [minderjarige] op de gesloten groep van [groep] kan blijven wonen. [minderjarige] heeft aangegeven dat hij graag meer vrijheden zou hebben. Er wordt echter gezien dat [minderjarige] hier niet goed mee kan omgaan. Hij heeft baat bij een duidelijke grenzen, regels en structuur. [minderjarige] mag sinds twee dagen weer op semi-begeleid verlof en mag twee uur per dag zijn telefoon gebruiken. De komende periode zal moeten blijken hoe hij omgaat met deze vrijheden. 4De standpunten 4.
  15. Door en namens [minderjarige] is geen uitdrukkelijk verweer gevoerd tegen het verzochte. [minderjarige] heeft naar voren gebracht dat het voor hem belangrijk is dat hij meer vrijheden krijgt. Zolang nog geen vervolgplek beschikbaar is, wil hij het liefst bij [groep] blijven, maar wel met meer vrijheden. Ook de advocaat van [minderjarige] heeft benadrukt dat het van belang is dat [minderjarige] meer vrijheden krijgt, waaronder de mogelijkheid om meer contact met familie en vrienden te hebben. Er moet duidelijk worden uitgelegd aan [minderjarige] dat hij ook verantwoordelijkheid moet tonen om die vrijheden te behouden. Bovendien heeft de advocaat naar voren gebracht dat het onwenselijk is dat geen vaste jeugdbeschermer betrokken is, omdat [minderjarige] veel ondersteuning nodig heeft. 4.
  16. De vader is het eens met het verzochte. De vader heeft aangegeven dat hij geen andere optie voor [minderjarige] ziet. Verder heeft de vader naar voren gebracht dat hij sinds januari weinig contact heeft gehad met de mentor van de groep. De vader hoopt dat met de komst van de nieuwe gedragswetenschapper bij de groep weer nieuwe stappen gezet zullen worden. 5De beoordeling 5.
  17. De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. 5.
  18. De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Er zijn al langere tijd ernstige zorgen over het gedrag van [minderjarige] . [minderjarige] loopt regelmatig weg en blijft dan meerdere dagen weg. Ook zijn er zorgen over zijn drugsgebruik. Hij accepteert geen verslavingszorg, maar is recent wel gestart met therapeutisch boksen. De gedragswetenschapper heeft aangegeven dat sprake lijkt te zijn van een vicieuze cirkel. [minderjarige] slaapt slecht, waardoor hij vaak te laat op school komt. Wanneer hij te laat komt, worden zijn vrijheden afgenomen. Daardoor kan hij niet naar zijn vrienden en familie in [plaats] . Dit levert veel frustratie op bij [minderjarige] , waardoor hij wegloopt. Het is in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat deze vicieuze cirkel doorbroken wordt. Hij heeft eerder laten zien dat hij wel in staat is om zich te houden aan de regels en verantwoordelijkheid te tonen. [minderjarige] heeft een gesprek gehad met een psychiater die slaapmedicatie heeft voorgeschreven. De komende periode moet worden toegewerkt naar een meer hybride situatie, waarbij [minderjarige] meer vrijheden heeft, zodat het verblijf bij [groep] voor hem leuker en dragelijker wordt. Ook moet gezocht worden naar een passende vervolgplek voor [minderjarige] . Tot die tijd is het noodzakelijk dat [minderjarige] bij [groep] kan blijven wonen, waar hij gewend is aan de groep en de begeleiders. 5.
  19. De kinderrechter betreurt het dat er geen vaste jeugdbeschermer is voor [minderjarige] . Voor een kwetsbare jongen als [minderjarige] die al langere tijd binnen de gesloten jeugdhulp verblijft is het van groot belang dat hij een vaste jeugdbeschermer heeft. De kinderrechter verwacht dan ook dat deze op zo kort mogelijke termijn beschikbaar komt. Tot die tijd is het van belang dat [minderjarige] weet bij wie hij terecht kan als hij vragen heeft over bijvoorbeeld zijn behandeltraject of perspectief. Daarom moet hem duidelijk worden uitgelegd hoe hij de gecertificeerde instelling kan bereiken. 5.
  20. De kinderrechter is van oordeel dat er op dit moment geen passende alternatieven zijn en acht een gesloten plaatsing daarom noodzakelijk. De kinderrechter machtigt de gecertificeerde instelling om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
  21. verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 15 juni 2025 tot 15 september
  22. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2025 door mr. O.F. Bouwman, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.W. Straatsma als griffier, en op schrift gesteld op 18 juni
  23. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.