Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-2511 Zaaknummer: C/09/682985 Datum beschikking: 15 mei 2025 Voorlopige voorzieningen Beschikking op het op 3 april 2025 ingekomen verzoek van: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. A.C.M. van Lieshout in Capelle aan den IJssel. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. N.T. Vogelaar in Maasdijk, gemeente Westland. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken: het verzoekschrift; de bijlagen 6 t/m 8 namens de vrouw, ingekomen op 28 april 2025; het verweerschrift, met zelfstandige verzoeken; het bericht van 29 april 2025, met bijlage, namens de vrouw. Op 1 mei 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat, de man met mr. J. Todorov als waarnemend advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Van de zijde van de vrouw zijn pleitnotities overgelegd. Feiten De vrouw en de man zijn gehuwd op [datum] 2019 in [plaats 1] , Oostenrijk. Zij zijn de ouders van de nu nog minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] . De vrouw en de man oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit. De ouders geven op dit moment uitvoering aan een zorgregeling waarbij [minderjarige] bij de man is: in de even weken: van donderdag 14.30 uur tot zaterdag 14.30 uur; in de oneven weken: van donderdag 14.30 uur tot zondag 16.00 uur. Verzoek en verweer De vrouw verzoekt dat: zij gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] in ( [postcode] ) [plaats 2] , met inbegrip van de inboedel en met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden; [minderjarige] aan de vrouw wordt toevertrouwd; een zorgregeling wordt vastgesteld, waarbij [minderjarige] bij de man verblijft in de even weken van donderdag 14.30 uur tot vrijdag 19.00 uur en in de oneven weken van donderdag 14.30 uur tot zondag 16.00 uur, waarbij de man [minderjarige] ophaalt bij de vrouw en de vrouw [minderjarige] ophaalt bij de man; in de oneven weken op zaterdag op een tijdstip gelegen tussen 13.00 uur en 16.00 uur de vrouw (video)belcontact heeft met [minderjarige] , in onderling overleg met de man af te stemmen; een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 1.011,- per maand wordt vastgesteld, met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift althans met ingang van de datum van de te wijzen beschikking, telkens bij vooruitbetaling te voldoen; voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens. De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de man zelfstandig dat: - primair: [minderjarige] in de echtelijke woning blijft zonder dat hij aan één van de partijen wordt toevertrouwd; subsidiair: de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] in ( [postcode] ) [plaats 2] , met inbegrip van de inboedel; [minderjarige] aan de man wordt toevertrouwd; een zorgregeling wordt vastgesteld, inhoudende een co-ouderschapsregeling, waarbij in de oneven weken [minderjarige] bij de man is van donderdag 14.30 uur tot zondag 19.00 uur en bij de vrouw van zondag 19.00 uur tot donderdag 14.30 uur, en in de even weken [minderjarige] bij de man is van donderdag 14.30 uur tot zaterdag 14.30 uur en bij de vrouw van zaterdag 14.30 uur tot donderdag 14.30 uur; de vakanties en feestdagen in onderling overleg bij helfte worden verdeeld, conform het door de man opgestelde schema; een door de vrouw aan de man te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 1,- per maand wordt vastgesteld, met ingang van de datum van de af te geven beschikking, althans een zodanig bedrag en met ingang van zodanige datum als de rechtbank juist acht, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vrouw voert verweer tegen de zelfstandige verzoeken van de man, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht In deze voorlopige voorzieningenprocedure heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht en wordt Nederlands recht toegepast. Gelet op de verzoeken die voorliggen ziet de rechtbank aanleiding om als eerste de voorlopige zorgregeling te bespreken. Voorlopige zorgregeling Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, is de rechtbank het volgende gebleken. De vrouw en de man zijn feitelijk in januari 2024 uit elkaar gegaan. De vrouw is toen met [minderjarige] in de echtelijke woning gebleven en de man is bij zijn ouders gaan wonen. Partijen zijn destijds een zorgregeling overeengekomen waarbij [minderjarige] bij de man is: in de even weken: van donderdag 14.30 uur tot zaterdag 14.30 uur; in de oneven weken: van donderdag 14.30 uur tot zondag 16.00 uur. Aan deze regeling wordt tot op heden uitvoering gegeven. Toen de vrouw en de man deze zorgregeling overeenkwamen werkte de vrouw niet en was zij alle (doordeweekse) dagen beschikbaar voor [minderjarige] . Per 1 februari 2025 werkt de vrouw op maandag, dinsdag en donderdag. Zij wil daarom graag meer tijd met [minderjarige] kunnen doorbrengen in het weekend. De rechtbank ziet in dit geval aanleiding om, zoals de man verzoekt, een birdnesting-regeling vast te stellen. Daarvoor heeft de rechtbank de volgende redenen. Op dit moment is niet duidelijk wie de echtelijke woning gaat overnemen. De man woont inmiddels anderhalf jaar bij zijn ouders. Hij heeft hierover aangegeven dat de intentie destijds was dat dit tijdelijk zou zijn, dat de spanningen daar inmiddels oplopen en dat hij privacy met [minderjarige] mist. De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige] en de man dat zij ook tijd met z’n tweeën kunnen doorbrengen. Daarnaast is gebleken dat de vrouw ook bij haar ouders kan verblijven. De man heeft onbetwist gesteld dat partijen in het verleden, toen hun woning werd gebouwd, twee jaar als gezin bij de ouders van de vrouw hebben ingewoond. De rechtbank heeft weliswaar spanningen tussen partijen geconstateerd, maar niet is gebleken dat deze spanningen zo groot zijn dat dit in de weg zou moeten staan aan birdnesting. De rechtbank is van oordeel dat een birdnesting-regeling het meest in het belang van [minderjarige] is. Voor [minderjarige] is het prettig en brengt het rust als hij in zijn eigen huis kan blijven. Ten aanzien van de invulling van de birdnesting-regeling overweegt de rechtbank het volgende. De vrouw werkt nu drie dagen in de week. De rechtbank gunt het de vrouw om ook een weekend met [minderjarige] te kunnen doorbrengen. Daarbij overweegt de rechtbank dat het feit dat de vrouw weer is gaan werken niet alleen kan worden afgewenteld op de tijd die de man met [minderjarige] heeft, wat in het voorstel van de vrouw wel het geval is. De rechtbank vindt het belangrijk dat de tijd die beide ouders met [minderjarige] doorbrengen op dit moment niet substantieel wordt gewijzigd. De rechtbank zal daarom een regeling vaststellen die in het midden ligt van de voorstellen van de ouders, inhoudende dat [minderjarige] met de man in de echtelijke woning is: in de even weken: van donderdag 14.30 uur tot zaterdag 10.00 uur; in de oneven weken: van donderdag 14.30 uur tot zondag 19.00 uur. Het verzoek van de vrouw voor vaststelling van een videobelregeling zal de rechtbank afwijzen. De rechtbank acht het, gelet op de leeftijd van [minderjarige] , op dit moment niet in zijn belang om op een vast moment met de vrouw te moeten videobellen. Daarbij neemt de rechtbank in overweging dat de man op de zitting heeft aangegeven open te staan voor videobellen op het moment dat de vrouw daarom vraagt en [minderjarige] daarvoor beschikbaar is. De rechtbank ziet geen aanleiding om in deze voorlopige voorzieningenprocedure een vakantieregeling vast te stellen. Vaststelling van een vakantieregeling past niet bij het karakter van een voorlopige voorziening; een ordemaatregel voor de duur van de echtscheidingsprocedure. De rechtbank gaat ervan uit dat, waar nodig, partijen in onderling overleg afspraken maken over vakanties met [minderjarige] . Uitsluitend gebruik echtelijke woning en toevertrouwing Gelet op de vast te stellen voorlopige birdnesting-regeling zal de rechtbank bepalen dat de vrouw dan wel de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning gedurende de tijd dat [minderjarige] volgens deze voorlopige zorgregeling bij de vrouw dan wel de man is. Het verzoek om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen. De rechtbank zal bij deze stand van zaken [minderjarige] niet aan één ouder toevertrouwen. De verzoeken op dat punt zullen worden afgewezen. Voorlopige kinderalimentatie Beide partijen verzoeken kinderalimentatie te ontvangen van de andere ouder. De rechtbank stelt een voorlopige zorgregeling vast die neerkomt op co-ouderschap. Aangezien hierna zal blijken dat de vrouw aanzienlijk minder verdient dan de man, zal de rechtbank een door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie berekenen. Bij de vaststelling van de voorlopige kinderalimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie opgenomen in het Rapport Alimentatienormen (het rapport) als uitgangspunt. De rechtbank rondt hierna in haar berekening de bedragen telkens af op hele euro's. Ingangsdatum De rechtbank zal als ingangsdatum van de vast te stellen voorlopige kinderalimentatie in redelijkheid de datum van deze beschikking hanteren. Behoefte Voor het bepalen van de behoefte moet allereerst het netto besteedbaar gezinsinkomen van partijen ten tijde van hun uiteengaan worden bepaald. Het NBGI bestaat uit het netto besteedbaar inkomen (NBI) van partijen samen, eventueel inclusief kindgebonden budget. De ouders zijn in januari 2024 feitelijk uit elkaar gegaan, zodat de rechtbank zal rekenen met de tarieven van de periode 2024-I en de inkomensgegevens uit
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.