← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:11281

vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team Insolventies rekestnummers: C/09/683678 / FT RK 25/412 en C/09/683680 / FT RK 25/413 vonnis van 17 juni 2025 in de zaak van [verzoeker] , wonende te [adres] [postcode] [woonplaats] , hierna: de heer [verzoeker] , tegen Hoist Finance AB (SKP), vertegenwoordigd door LAVG Noord – Afdeling Schuldhulp, gevestigd te Amsterdam, hierna: Hoist en LAVG. Waar deze zaak over gaat De heer [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Hij heeft een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers, waarbij de vordering door de schuldeiser wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft de heer [verzoeker] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank afgewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist. 1De feiten waar de rechtbank van uit gaat 1.

  1. Uit de overgelegde schuldenlijst volgt dat de heer [verzoeker] de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van € 16.881,91 aan 18 schuldeisers. Het is de heer [verzoeker] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van de gemeente ’s-Gravenhage heeft hij voor het laatst op 2 december 2024 een schuldregeling aangeboden (nul-aanbod). Dit voorstel houdt in dat aan de schuldeisers 0% wordt aangeboden, tegen kwijtschelding van hun vorderingen. 1.
  2. Hoist is niet akkoord gegaan met dit voorstel. De heer [verzoeker] heeft een schuld aan Hoist van € 1.485,
  3. Dat is 8,8% van de totale schuldenlast. 1.
  4. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [verzoeker] bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil hij dat de rechtbank Hoist dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil hij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). 2De procedure 2.
  5. De verzoeken van de heer [verzoeker] zijn behandeld op de zitting van 10 juni
  6. Op deze zitting verschenen: - de heer [verzoeker] , - [naam 1] en [naam 2] , schuldhulpverleners van de gemeente ’s-Gravenhage. 2.
  7. Hoist is opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen. LAVG heeft op 2 juni 2025 namens Hoist schriftelijk verweer gevoerd. 3Standpunten van partijen 3.
  8. De heer [verzoeker] stelt dat het onredelijk is dat Hoist het aanbod niet aanvaardt. Volgens hem heeft hij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden en kan hij niet meer aanbieden dan hij heeft gedaan. Het belang van de overige schuldeisers wordt geschaad door de weigering van Hoist. De overgrote meerderheid van de schuldeisers is wel akkoord. 3.
  9. Hoist (vertegenwoordigd door LAVG) stemt samengevat om de volgende redenen niet in met de aangeboden schuldregeling. LAVG vertegenwoordigt niet uitsluitend Hoist maar ook Ziggo Services B.V. (hierna Ziggo). Om proces economische redenen zal Ziggo het verzoekschrift eveneens als aan haar gericht beschouwen. De heer [verzoeker] heeft nooit een voorstel gedaan ten behoeve van de vorderingen van Ziggo. Het verzoek van de heer [verzoeker] is niet deugdelijk gemotiveerd. De WSNP biedt een beter vooruitzicht voor de schuldeisers. Gelet op het aanbod biedt het minnelijk traject geen voordeel ten opzichte van de WSNP. Het aanbod is niet maximaal. 4De beoordeling van de verzoeken 4.
  10. De rechtbank zal het verzoek van de heer [verzoeker] om een dwangakkoord op te leggen afwijzen. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht. Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord 4.
  11. Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat Hoist weigert in te stemmen met de aangeboden schuldregeling. De schuldbemiddeling moet zijn uitgevoerd door een bevoegde instantie 4.
  12. De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door de gemeente ’s-Gravenhage. Dat betekent dat wordt voldaan aan de door wet gestelde voorwaarde(n), namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. De rechtbank moet een belangenafweging maken 4.
  13. Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen (van een (groot) deel) van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. 4.
  14. De rechtbank acht onvoldoende aannemelijk dat het minnelijk traject correct is uitgevoerd. Uit het voorstel van 2 december 2024 volgt een schuldenlast van € 20.098,
  15. In de aan de rechtbank overgelegde schuldenlijst staat een schuldenlast van € 16.881,
  16. Ter zitting is desgevraagd geen verklaring gegeven voor dit verschil. Blijkens de overgelegde schuldenlijst en het verzoek dwangakkoord is sprake van een schuld van € 176,32 aan Ziggo en is Ziggo akkoord gegaan met het voorstel dat door de heer [verzoeker] aan zijn schuldeisers is gedaan. Uit het verweerschrift van Hoist/Ziggo volgt dat de schuld aan Ziggo € 1.514,70 bedraagt en dat Ziggo niet akkoord is gegaan met het voorstel, omdat zij nooit een voorstel heeft ontvangen. Verder volgt uit het verweerschrift dat Ziggo niet akkoord zou zijn gegaan, indien zij het voorstel wel zou hebben ontvangen. 4.
  17. De rechtbank kan er gelet op het vorengaande niet van uitgaan dat er in het minnelijk traject een correcte (en volledige) inventarisatie van de schulden heeft plaatsgevonden en het minnelijke schuldsaneringstraject correct is uitgevoerd. Dit maakt reeds dat het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord wordt afgewezen, zodat de rechtbank niet toekomt aan de belangenafweging. Argumenten van Hoist/Ziggo 4.
  18. Omdat de rechtbank op grond van het voorgaande al tot afwijzing van het verzoek tot het opleggen van het dwangakkoord komt, is het niet nodig de andere argumenten op grond waarvan Hoist/Ziggo niet instemt met de aangeboden schuldregeling te bespreken. Op het WSNP-verzoek wordt in een apart vonnis beslist 4.
  19. De heer [verzoeker] heeft op de zitting laten weten het verzoek om te worden toegelaten tot WSNP te handhaven als het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord wordt afgewezen. De rechtbank zal op dat verzoek in een apart vonnis beslissen. 5De beslissing De rechtbank: - wijst het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord af. Dit is een beslissing van mr. drs. J.C.A.T. Frima, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 juni
  20. Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kan verzoeker gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag. Dit kan alleen indien het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ook door de rechtbank is afgewezen en verzoeker tegelijk hoger beroep instelt tegen die afwijzing (art. 292 lid 3 Fw).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.