Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 24-3872 Zaaknummer: C/09/667205 Datum beschikking: 14 mei 2025 Vaststelling kinderalimentatie, wijziging gezag en omgangs- c.q. zorgregeling Beschikking op het op 3 juni 2024 ingekomen verzoek van: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. I. Correljé te Hoek van Holland. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. I. de Vink te Rijswijk. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift tevens verzoekschrift; - het verweer tegen het zelfstandig verzoek; - het aanvullend verweerschrift van 4 april 2025 van de man, met bijlagen; - het bericht van 11 april 2025 van de vrouw, met bijlagen. De minderjarige [minderjarige 1] heeft in raadkamer haar mening gegeven over het verzoek. Op 16 april 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw en de man bijgestaan door hun advocaten en [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). Feiten - Partijen hebben een affectieve relatie gehad met elkaar. - Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind: - [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats] . - De man heeft [minderjarige 1] erkend. - De vrouw oefent van rechtswege het gezag over [minderjarige 1] uit. - [minderjarige 1] verblijft bij de vrouw. - De man is met zijn nieuwe partner ook nog ouder van de minderjarige kinderen: - [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats] , - [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2022 te [geboorteplaats] . - De man heeft de Marokkaanse nationaliteit en de vrouw en [minderjarige 1] hebben de Nederlandse nationaliteit. Verzoek en verweer Het verzoek van de vrouw luidt, met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift de kinderalimentatie op € 340,- per maand te bepalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens. De man voert verweer dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens heeft de man zelfstandig verzocht: te bepalen dat de man en de vrouw het ouderlijk gezag over de minderjarige [minderjarige 1] gezamenlijk uitoefenen, alsmede te bepalen dat het gezamenlijk gezag over het kind wordt aangetekend in het in artikel 1:244 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bedoelde register; een omgangsregeling vast te stellen op de wijze zoals onder 26 van het verweerschrift van de man is omschreven, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens. De vrouw heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling Gezamenlijk gezag De man verzoekt te bepalen dat hij samen met de vrouw het gezag over [minderjarige 1] uit zal oefenen. Hij stelt dat er na het uiteengaan van partijen nog regelmatig contact is geweest tussen de man en [minderjarige 1] . De man vindt het in het belang van [minderjarige 1] dat hij deel blijft uitmaken van haar leven, opvoeding en ontwikkeling. Daar past volgens de man bij dat hij betrokken wordt bij gezagsbeslissingen. De man stelt dat er geen gronden zijn op basis waarvan zijn verzoek afgewezen zou moeten worden. De vrouw verweert zich tegen dit verzoek en stelt dat de man nooit een actieve rol in het leven van [minderjarige 1] heeft gespeeld. Hij weet niets van haar af, bijvoorbeeld over naar welke school zij gaat of wat haar medische achtergrond is. De man heeft altijd de kans gehad om intensief bij de opvoeding en verzorging van [minderjarige 1] betrokken te zijn, maar dit heeft de man laten afweten. Er is altijd sporadisch contact geweest tussen [minderjarige 1] en de man. Daarnaast is er geen communicatie tussen de ouders en heeft de vrouw altijd alle gezagsbeslissingen in haar eentje genomen. De vrouw is daarom juist bang dat [minderjarige 1] klem of verloren raakt tussen de ouders als zij samen het gezag zullen uitoefenen. De rechtbank overweegt als volgt. In de situatie waarin de man jarenlang geen contact met [minderjarige 1] heeft gehad en er momenteel geen enkele vorm van contact is tussen de ouders, acht de rechtbank het niet in het belang van [minderjarige 1] dat de man op dit moment samen met de vrouw het gezag gaat uitoefenen. Voor gezamenlijk gezag is vereist dat beide ouders een actieve rol in het leven van het kind spelen en zij beiden een band hebben met het kind, om zo gezamenlijk gezagsbeslissingen te kunnen nemen. Dit is momenteel niet aan de orde. De rechtbank ziet niet hoe partijen in de huidige situatie gezamenlijk gezagsbeslissingen kunnen nemen en zal het verzoek van de man daarom afwijzen. Omgangsregeling De man verzoekt een omgangsregeling tussen hem en [minderjarige 1] te bepalen. Er is in de afgelopen jaren weinig tot geen contact geweest tussen de man en [minderjarige 1] . De man heeft inmiddels via social media af en toe contact met [minderjarige 1] en hij heeft aangegeven bij haar voetbalwedstrijden te willen komen kijken. Daarom verzoekt de man een omgangsregeling vast te leggen als startpunt, waarna partijen met elkaar en met [minderjarige 1] kunnen overleggen over de precieze invulling ervan. De vrouw heeft aangegeven hiervoor open te staan, maar dat dit volledig naar de wens van [minderjarige 1] moet verlopen. Op de zitting hebben partijen afgesproken om een omgangsregeling vast te leggen waarbij [minderjarige 1] en de man een keer in de drie weken op zaterdag een paar uur contact met elkaar hebben. Zij zullen in onderling overleg en in overleg met [minderjarige 1] bepalen hoe laat het contact zal plaatsvinden. De rechtbank zal deze afspraak in het belang van [minderjarige 1] vastleggen. Kinderalimentatie De vrouw heeft verzocht om een bijdrage aan kinderalimentatie. Bij de vaststelling van de kinderalimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie (hierna: de expertgroep) opgenomen in het Rapport alimentatienormen (hierna: het rapport) als uitgangspunt. De rechtbank rondt hierna in haar berekening de bedragen telkens af op hele euro’s. Samenloop van onderhoudsverplichtingen Er is sprake van een samenloop van de onderhoudsverplichtingen. De man is voor [minderjarige 1] onderhoudsplichtig, maar ook voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , zijn kinderen met zijn partner met wie hij op [datum] 2025 gehuwd is. De man heeft gesteld ook onderhoudsplichtig te zijn voor [naam 2] en [naam 3] , de kinderen van zijn nieuwe partner uit een eerdere relatie. De man heeft aangegeven dat de vader van deze kinderen niet financieel bijdraagt. De man heeft echter geen inkomens- of andere gegevens van de vader van deze kinderen in het geding gebracht, noch enige andere gegevens of stukken waaruit de behoefte van deze kinderen en het aandeel van de beide ouders van deze kinderen in hun behoefte kan worden afgeleid. De rechtbank zal er daarom vanuit gaan dat de man niet hoeft bij te dragen in de behoefte van [naam 2] en [naam 3] . Bij een samenloop zoals hiervoor omschreven moet de rechtbank beoordelen of de man in staat is om aan al zijn onderhoudsverplichtingen te voldoen. De onderhoudsplicht voor [minderjarige 1] is van gelijke rang als die voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . De rechtbank zal voor de draagkrachtverdeling van de man de nieuwe methode bij samengestelde gezinnen toepassen. De rechtbank zal de draagkracht van de man voor zijn aandeel in beide gezinnen apart berekenen. Zo wordt de zuivere draagkracht van de man per gezin berekend, in plaats van zijn afgeleide draagkracht op basis van de drie kinderen waarvoor hij onderhoudsplichtig is. Voor zover de man een tekort heeft om in het totaal van de aandelen van de kinderen te kunnen voorzien, wordt dit naar rato van dit tekort over de drie aandelen omgeslagen. De rechtbank zal dit hieronder uiteenzetten en motiveren. Ingangsdatum Om proceseconomische redenen zal de rechtbank eerst de ingangsdatum vaststellen. De vrouw heeft verzocht om een bijdrage aan kinderalimentatie vast te stellen met ingang van de datum van indiening van haar verzoekschrift, 1 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.