RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL25.18819 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], V-nummer: [nummer], [naam], V-nummer: [nummer], gezamenlijk: eisers, (gemachtigde: mr. W. Spijkstra), en de minister van Asiel en Migratie, de minister. Inleiding
- In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eisers tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar van 30 april 2024 om een machtiging tot voorlopig verblijf. 1.
- De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. Beoordeling door de rechtbank
- Eisers hebben op 11 maart 2025 een eerste beroep (NL25.11587) tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag ingediend. Op 21 april 2025 hebben eisers nogmaals een beroep (NL25.18819) tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde aanvraag ingediend. Bij uitspraak van 24 april 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats uitspraak gedaan in het eerste beroep van 11 maart 2025 (NL25.11587).
- De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eisers procesbelang hebben bij een beoordeling van hun tweede beroep. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang. Er is door deze rechtbank en zittingsplaats immers al beslist op het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van eisers. Aangezien de rechtbank niet twee keer kan beslissen op een beroep gericht tegen hetzelfde niet tijdig nemen van een besluit dat hetzelfde doel dient, namelijk het verzoek tot het opleggen van een beslistermijn aan de minister, hebben eisers geen belang bij hun tweede beroep.
- Ten overvloede merkt de rechtbank op dat eisers geen nieuwe feiten en omstandigheden, dan wel een relevante wijziging van recht aan dit beroep ten grondslag hebben gelegd. Conclusie en gevolgen
- Het beroep van eisers tegen het niet tijdig nemen van een besluit is kennelijk niet-ontvankelijk. De minister hoeft de proceskosten niet aan eisers te vergoeden. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).