← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:12348

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummers: AWB 23/6736 en AWB 23/6737 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juni 2025 in de zaak tussen [eiseres] , v-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: S. de Boer), en de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de minister. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van verweerder van 25 mei

  1. Overwegingen
  2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaken niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaken niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
  3. Iemand die in beroep gaat of een verzoek om een voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in artikel 8:82, eerste lid, van de Awb. In dit geval is het griffierecht voor beide zaken € 184,-.
  4. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep en het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
  5. De rechtbank heeft eiseres op 21 februari 2025 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
  6. Eiseres heeft verzocht om vrijstelling van de verplichting tot het betalen van griffierecht. De rechtbank heeft eiseres bij brieven van 30 juni 2023, 1 september 2023 en 6 maart 2024 de gelegenheid gegeven om haar verzoek nader te onderbouwen. Eiseres heeft hierop niet gereageerd. De rechtbank heeft eiseres op 20 februari 2025 een brief gestuurd waarin staat dat haar verzoek is afgewezen en dat zij het griffierecht wel moet betalen. Eiseres moest dit doen voor 21 maart
  7. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiseres heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
  8. Het beroep en het verzoek zullen niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep en het verzoek doen. Het beroep en het verzoek zijn kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54, eerste lid, van de Awb). Beslissing De rechtbank verklaart het beroep en het verzoek niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van L.M. Kalkman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 juni
  9. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.