← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:12385

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL24.31620 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [verzoekster], verzoekster, v-nummer: [V-nummer], (gemachtigde: mr. J. Singh), en de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Verzoekster heeft op 29 februari 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag voor verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor verblijf bij [naam] (referent). Bij uitspraak van 17 juni 2024 heeft deze rechtbank en zittingsplaats, het beroep van 29 februari 2024 gegrond verklaard en daarbij verweerder opgedragen om binnen een termijn van twintig weken een besluit op de aanvraag te nemen. Op 9 augustus 2024 heeft verzoekster opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de hierboven genoemde aanvraag. Bij besluit van 23 augustus 2024 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster afgewezen. Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Overwegingen

  1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
  2. In de uitspraak van 17 juni 2024 van deze rechtbank en zittingsplaats heeft de rechtbank aan verweerder een beslistermijn van twintig weken gegeven, waarbinnen hij een besluit bekend had moeten maken. Op het moment van het indienen van het beroep van 9 augustus 2024 was de door de rechtbank opgelegde beslistermijn van twintig weken nog niet verstreken. De beslistermijn is namelijk verstreken op 5 november
  3. Dit betekent dat het beroep prematuur is ingediend. Gelet hierop is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling van verweerder. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af. Deze uitspraak is gedaan op 10 juli 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. ECLI:NL:RBDHA:2024:
  4. Algemene wet bestuursrecht. Besluit proceskosten bestuursrecht.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.