RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.30748 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. R.T. Laigsingh), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder, (gemachtigde: [gemachtigde]). Procesverloop Verweerder heeft op 21 februari 2025 aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort. Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding. Verweerder heeft een voortgangsrapport overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 17 juli
- Overwegingen
- Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2001 en de Gambiaanse nationaliteit te hebben.
- Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
- De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring en het voortduren daarvan al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats volgt dat de maatregel van bewaring en het voortduren daarvan tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraken ten grondslag heeft gelegen rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, ter beoordeling of sinds 18 juni 2025 het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig is.
- Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Hij is op 24 april 2025 gepresenteerd. Verweerder had meer moeten doen dan enkel vertrekgesprekken te voeren en algemene rappels te verzenden. Het is verder van belang te weten hoe de presentatie is verlopen, zodat het presentatieverslag dient te worden overgelegd.
- De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend handelt. Uit het voorgangsrapport blijkt dat verweerder regelmatig rappelleert bij de Gambiaanse autoriteiten, laatstelijk op 4 juli
- Ook voert verweerder regelmatig vertrekgesprekken met eiser. Verder blijkt uit het voortgangsrapport dat de presentatie aan de Gambiaanse autoriteiten schriftelijk heeft plaatsgevonden, zodat in hetgeen eiser aanvoert geen reden wordt gezien om het presentatieverslag op te vragen.
- Verder is in de uitspraak van 6 maart 2025 geoordeeld dat zicht op uitzetting niet ontbreekt. Eiser heeft geen andere feiten of omstandigheden naar voren gebracht op grond waarvan geconcludeerd moet worden dat het zicht op uitzetting is komen te ontbreken. De Gambiaanse autoriteiten hebben daarnaast niet te kennen gegeven dat zij voor eiser geen laissez-passer zullen afgeven. Ook is niet gebleken van enige poging van eiser om zijn nationaliteit aan te tonen, terwijl het aan hem is om actief en volledig mee te werken aan zijn uitzetting, zoals hem ook duidelijk is gemaakt tijdens de met hem gevoerde vertrekgesprekken.
- Tot slot leidt ook de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
- Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep ongegrond; en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan op 18 juli 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Rb Den Haag (zittingsplaats Middelburg) 6 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:3425, 15 april 2025, ELCI:NL:RBDHA:2025:6223, 12 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:8237 en 18 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10652.