← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:13308

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL25.18626 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], verzoeker, V-nummer: [nummer], (gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen), en de Minister van Asiel en Migratie, de minister. Inleiding

  1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten. 1.
  2. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. Beoordeling door de rechtbank
  3. Verzoeker heeft een opvolgend beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Vervolgens heeft de minister alsnog een besluit genomen. Verzoeker heeft daarop het beroep ingetrokken en daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
  4. De rechtbank stelt vast dat de minister na het indienen van het opvolgende beroep tegen het niet tijdig beslissen alsnog een besluit heeft genomen. Daarmee is de minister aan verzoeker tegemoetgekomen. De minister dient daarom de proceskosten van verzoeker te betalen. 3.
  5. Dat de rechterlijke dwangsomperiode volgend uit de uitspraak in het eerste beroep niet tijdig beslissen nog niet (volledig) was verstreken op het moment dat verzoeker het onderhavige opvolgende beroep indiende, doet aan het voorgaande, anders dan de minister in haar verweerschrift stelt, niet af. Verzoeker houdt ook in die situatie procesbelang. Conclusie en gevolgen
  6. Het verzoek wordt toegewezen. De minister moet de door verzoeker gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,
  7. De rechtbank ziet geen aanleiding een hogere vergoeding toe te kennen. Beslissing De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 453,
  8. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 8:75 en 8:75a van de Awb, nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Op grond van het Bpb voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.