RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 24/1051 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder (gemachtigde: mr. D. Spiering-Kalay). Inleiding 1.1 Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering per 4 september 2023 op grond van de Werkloosheidswet (WW). Bij besluit van 29 augustus 2023 heeft verweerder de uitkering toegekend. Met het primaire besluit van 13 september 2023 is verweerder hierop teruggekomen en de aanvraag alsnog afgewezen. 1.2 Bij besluit van 6 december 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en het primaire besluit in stand gelaten. 1.3 Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. 1.4 Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. 1.5 De rechtbank heeft het beroep op 7 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres en haar tolk deelgenomen. De gemachtigde van verweerder is zonder nader bericht niet verschenen. 1.6 De rechtbank heeft het beroep ter zitting aangehouden en eiseres in de gelegenheid gesteld om de stageovereenkomst in te dienen en ook om stukken in te dienen waaruit blijkt dat zij tijdens haar stage heeft gesolliciteerd voor een baan. 1.7 Eiseres heeft aanvullende stukken ingediend en verweerder heeft hierop gereageerd waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten. Overwegingen 2.1 De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. 2.2 Eiseres was tot eind augustus 2023 werkzaam bij De Haagse Hogeschool (werkgever) voor 16 uur per week. Op 25 augustus 2023 heeft zij een uitkering op grond van de WW aangevraagd. Met het besluit van 29 augustus 2023 is aan haar medegedeeld dat zij per 4 september 2023 recht heeft op een WW-uitkering. 2.3 Op 9 september 2023 heeft verweerder van de werkgever van eiseres een melding ontvangen dat eiseres fulltime stage loopt en niet beschikbaar is voor de arbeidsmarkt. Vervolgens heeft verweerder met het primaire besluit van 13 september 2023 bepaald dat eiseres per 4 september 2023 geen recht heeft op een WW-uitkering omdat zij fulltime stage loopt en daarom niet beschikbaar is voor werk. Gronden van eiseres 3. Eiseres voert aan dat zij 36 uur per week stage liep bij Oxfam Novib, verdeeld over maandag tot en met donderdag, zodat zij nog beschikbaar was voor betaald werk in de avonden en van vrijdag tot en met zondag. Bovendien heeft zij gedurende haar stage ook gesolliciteerd en gezocht naar een baan, ook hieruit blijkt haar beschikbaarheid voor werk. Verweerder heeft dus ten onrechte aangegeven dat ze 40 uur per week stage liep en niet beschikbaar was voor werk. Standpunt van verweerder 4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden voor het recht op een WW-uitkering, omdat zij 40 uur per week stage liep bij Oxfam Novib en daarvoor een vergoeding ontving van € 450,- per maand. De stage is feitelijk in de plaats gekomen van haar werkzaamheden als werknemer, zodat zij niet beschikbaar is om arbeid te aanvaarden. Er is geen sprake van een situatie dat zij eerder naast de door haar verrichte werkzaamheden als werknemer al actief was in het kader van een stage. Uit de door eiseres ingediende aanvullende stukken blijkt volgens verweerder niet dat er sprake is van voldoende sollicitatie-inspanningen. Verweerder ziet daarom geen reden voor een andere conclusie dan dat eiseres niet beschikbaar was voor werk. Beoordeling door de rechtbank 5.1 In artikel 15 van de WW staat dat de werknemer die werkloos wordt recht heeft op een uitkering, met inachtneming van de artikelen 16 tot en met 21 van de WW en de daarop berustende bepalingen. 5.2 Op grond van artikel 16, eerste lid, van de WW is werkloos de werknemer die (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.