Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Meervoudige kamer Parketnummers: 09/232505-24, 09/043094-23 (tul) Datum uitspraak: 30 juli 2025 Tegenspraak De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [de verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] , op dit moment gedetineerd in P.P.C. [locatie] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 30 oktober 2024, 22 januari 2025, 9 april 2025, 10 juni 2025 (telkens pro forma) en 16 juli 2025 (inhoudelijke behandeling). De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S.F. Heslinga en van hetgeen door de verdachte en zijn raadslieden, raadsman mr. M.J. Lamers en raadsvrouw mr. F.S. Baardman, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 18 juli 2024 te Zoetermeer, althans in Nederland, [slachtoffer] opzettelijk (en met voorbedachten rade) van het leven heeft beroofd, door met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen in het gezicht en/of het hoofd en/of de hals en/of de nek en/of het lichaam van die [slachtoffer] te steken/snijden. 3De bewijsbeslissing 3.
(3)geldt bovendien dat het nader vast stellen van de schade een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. Partijen kunnen dit deel van hun vordering bij de burgerlijke rechter aanhangig maken. Meer specifiek wordt (voor zowel de toegewezen bedragen als de posten die niet-ontvankelijk zijn) verwezen naar de motivering per schadepost in de tabel. [kind van het slachtoffer] (zoon van slachtoffer)/ voogd [voogd] vordering specificatie standpunt OvJ standpunt verdediging toe te wijzen deel niet-ontvankelijk deel motivering rechtbank (ter aanvulling op de algemene motivering) of opmerking Materiële schade € 1.200,00 kosten uitvaart toewijzen referte € 1.200,00 Voldoende aannemelijk dat dit bedrag door Jeugdbescherming is voorgeschoten door de voogd; hoogte van het bedrag is aannemelijk gemaakt. € 88.011,53 levensonderhoud tot 21 jaar referte referte € 10.000,00 € 78.011,53 Dit is een substantiële vordering van complexe aard waarvan de omvang zich niet eenvoudig laat vaststellen (vgl. ECLI:NL:HR:2024:646). Partijen moeten de gelegenheid krijgen om hier een debat over te voeren, waarvoor in deze procedure geen ruimte is. Aan de orde zouden onder meer kunnen komen de vraag in hoeverre uitkeringen die eiser tot zijn 21e zal ontvangen, overlappen met deze schadepost. De rechtbank zal daarom schattenderwijs een deel vergoeden. € 7.400,00 architectkosten uitbouw pleeggezin niet-ontvankelijk niet-ontvankelijk € 7.400,00 Deze post moet worden gezien als kosten voor levensonderhoud en lijkt voorshands te overlappen met die (elders opgevoerde) post. € 25.000,00 nader te onderbouwen schade niet-ontvankelijk niet-ontvankelijk € 25.000,00 Niet onderbouwd. € 121.611,53 Subtotaal materiële schade € 11.200,00 € 110.411,53 vordering specificatie standpunt OvJ standpunt verdediging toe te wijzen deel niet-ontvankelijk deel motivering rechtbank (ter aanvulling op de algemene motivering) of opmerking Immateriële schade € 30.000,00 Aantasting in de persoon niet-ontvankelijk referte € 30.000,00 De rechtbank stelt vast dat niet kan worden vastgesteld of [kind van het slachtoffer] (die pas enkele weken oud was) geestelijk letsel heeft ondervonden. Gesteld wordt dat het kindje moet opgroeien zonder moeder, daardoor in de toekomst psychisch letsel zal ontwikkelen, en daarom recht heeft op schadevergoeding. Voorzover deze schadepost overlapt met affectieschade (elders gevorderd), is deze niet ontvankelijk. Andere schade die het gevolg is van de onrechtmatige daad jegens de overledene komt– gelet op het limitatieve en exclusieve karakter van artikel 6:108 BW – niet voor vergoeding in aanmerking (vgl. ECLI:NL:PHR:2022:166, paragraaf 4). € 20.000,00 affectieschade toewijzen referte € 20.000,00 Gelet op het Besluit vergoeding affectieschade wordt aan minderjarige kinderen van ouders die zijn overleden door een misdrijf een bedrag van € 20.000 als affectieschade toegekend. € 25.000,00 nader te onderbouwen niet-ontvankelijk niet-ontvankelijk € 25.000,00 Niet onderbouwd. toewijzen referte € 75.000,00 Subtotaal immateriële schade € 20.000,00 € 55.000,00 De rechtbank zal bepalen dat het immateriële deel van de schadevergoeding zal worden gestort op een rekening met een zogenoemde BEM-clausule. De BEM-clausule is bedoeld ter bescherming van de belangen van de minderjarige. De minderjarige en zijn wettelijk vertegenwoordiger kunnen slechts met toestemming van de kantonrechter over het vermogen van de minderjarige beschikken tot hij achttien jaar oud is. € 196.611,53 Totaal € 31.200,00 € 165.411,53 [zus van het slachtoffer] (zus van slachtoffer) vordering specificatie standpunt OvJ standpunt verdediging toe te wijzen deel niet-ontvankelijk deel motivering rechtbank (ter aanvulling op de algemene motivering) of opmerking Immateriële schade € 20.000,00 schokschade toewijzen niet-ontvankelijk € 5.000,00 € 15.000,00 Deze post is slechts summier onderbouwd. Gelet op het ernstige zichtbare letsel van het slachtoffer, acht de rechtbank het aannemelijk dat de benadeelde een heftige emotionele schok heeft ondervonden bij de confrontatie met het lichaam. De rechtbank zal daarom een deel toewijzen. € 5.000,00 nader te onderbouwen niet-ontvankelijk niet-ontvankelijk € 5.000,00 Niet onderbouwd. € 25.000,00 Totaal € 5.000,00 € 20.000,00 [moeder van het slachtoffer] (moeder van slachtoffer) vordering specificatie standpunt OvJ standpunt verdediging toe te wijzen deel niet-ontvankelijk deel motivering rechtbank (ter aanvulling op de algemene motivering) of opmerking Materiële schade € 4.312,60 kosten lijkbezorging toewijzen dient te worden verminderd met 700 euro € 4.312,60 Dit bedrag (€ 2.655 + € 1.657,60) is onderbouwd met een factuur. Immateriële schade € 40.000,00 schokschade niet-ontvankelijk niet-ontvankelijk € 5.000,00 € 35.000,00 Deze post is slechts summier onderbouwd. Gelet op het ernstige zichtbare letsel van het slachtoffer, acht de rechtbank het aannemelijk dat de benadeelde een heftige emotionele schok heeft ondervonden bij de confrontatie met het lichaam. De rechtbank zal daarom een deel toewijzen. € 17.500,00 affectieschade toewijzen referte € 17.500,00 Gelet op het Besluit vergoeding affectieschade wordt aan de ouders van meerderjarige niet-thuiswonende kinderen die zijn overleden door een misdrijf een bedrag van € 17.500 als affectieschade toegekend. € 5.000,00 nader te onderbouwen niet-ontvankelijk niet-ontvankelijk € 5.000,00 Niet onderbouwd. € 62.500,00 Subtotaal immateriële schade € 22.500,00 € 40.000,00 € 66.812,60 Totaal € 26.812,60 € 40.000,00 Ten aanzien van alle toegekende schadebedragen zal de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd. 8De vordering tot tenuitvoerlegging 8.
- De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft op 25 september 2024 gevorderd dat de bij parketnummer 09/043094-23 door de politierechter van de rechtbank Den Haag voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van één week ten uitvoer wordt gelegd wegens het niet naleven van de algemene voorwaarden. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie gepersisteerd bij deze vordering. 8.
- Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen, omdat hiermee geen redelijk doel gediend zou zijn, gelet op de oplegging van een tbs-maatregel. 8.
- Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht termen aanwezig voor toewijzing van de vordering van de officier van justitie van 25 september 2024 tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van één week, waartoe de verdachte werd veroordeeld bij onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter in deze rechtbank d.d. 8 mei 2023, omdat uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, doordat hij zich voor het einde van de proeftijd die bij voormeld vonnis was opgelegd, wederom schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. 9De toepasselijke wetsartikelen De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen: - 36f, 37a, 37b, 38z en 287 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals die ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden. 10De beslissing De rechtbank: verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.6 bewezen is verklaard; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en dat het bewezenverklaarde uitmaakt: doodslag; verklaart de verdachte daarvoor strafbaar; veroordeelt de verdachte tot: een gevangenisstraf voor de duur van 5 (VIJF) JAREN; bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht; gelast de terbeschikkingstelling van de verdachte; beveelt dat de ter beschikkinggestelde van overheidswege zal worden verpleegd; legt aan de verdachte op de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking; de vordering van de benadeelde partijen veroordeelt de verdachte de hieronder te noemen bedragen te betalen: - aan [kind van het slachtoffer] (zoon van slachtoffer: € 31.200,00(*) - aan [zus van het slachtoffer] (zus van slachtoffer): € 5.000,00 - aan [moeder van het slachtoffer] (moeder van slachtoffer): € 26.812,60 (*) bepaalt dat van dit toegewezen bedrag € 20.000 (als immateriële schade) moet worden gestort op een ten behoeve van [kind van het slachtoffer] , geboren op 5 juli 2024, te openen rekening met een BEM-clausule; voorgaande bedragen telkens te vermeerderen met de wettelijke rente over elk van deze bedragen vanaf 18 juli 2024 tot de dag waarop deze vordering is betaald; bepaalt dat de benadeelde partijen voor het overige niet-ontvankelijk zijn in de vordering tot schadevergoeding en dat de benadeelde partijen dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen; veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten van de elk van de benadeelde partijen, begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden; de schadevergoedingsmaatregel legt aan de verdachte op de verplichting om aan de Staat de volgende bedragen te betalen, en bepaalt voor elk bedrag dat, als het verschuldigde bedrag niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor het hierna te noemen aantal dagen: - ten behoeve van [kind van het slachtoffer] (zoon van slachtoffer): € 31.200,00 (te vervangen door 146 dagen gijzeling); - ten behoeve van [zus van het slachtoffer] (zus van slachtoffer): € 5.000,00 (te vervangen door 52 dagen gijzeling); - ten behoeve van [moeder van het slachtoffer] (moeder van slachtoffer) € 26.812,60 (te vervangen door 165 dagen gijzeling); de toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op; bepaalt dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, en dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen; vordering tenuitvoerlegging gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij voormeld vonnis van de politierechter in deze rechtbank d.d. 8 mei 2023, gewezen onder parketnummer 09/043094-23, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week. Dit vonnis is gewezen door mr. V.J. de Haan, voorzitter, mr. G. Kuijper, rechter, mr. A.W. Duijnstee, rechter, in tegenwoordigheid van mr. T. Verschoor, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 juli
- Bijlage De rechtbank zal voor het feit met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft dit bewezen verklaarde feit namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast hebben de raadslieden van de verdachte geen vrijspraak bepleit. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena (a)r (en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2024228846, van de districtsrecherche Zoetermeer-Leidschendam/Voorburg (doorgenummerd pagina 1 t/m 298), met daarbij de bijlage Forensisch Dossier Marmer
- De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:
- De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 16 juli 2025; 2Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 18 juli 2024 (p. 116-118); 3Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 18 juli 2024 (p. 121-123); 4Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 18 juli 2024 (p. 135);
- Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] , opgemaakt op 18 juli 2024 (p. 146-150);
- Het proces-verbaal Forensisch onderzoek woning ( [adres] te Zoetermeer), opgemaakt op 27 december 2024 (p. 66-69 van de bijlage FO dossier);
- Een geschrift, te weten het Radiologisch onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood, van Maastricht UMC+, van 26 september 2024 (p. 124-138 van de bijlage FO dossier);
- Een deskundigenrapport van het NFI, Forensisch pathologisch onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet-natuurlijke aard van overlijden, van 30 juli 2024 (p. 166-174 van de bijlage FO dossier); 9Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 23 juli 2024 (p. 238-239); 10Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 19 juli 2024 (p. 243-249);
- Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 29 september 2024 (p. 253-254); 12Het proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt op 3 oktober 2024 (p. 57-98).