Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-1431 (bodemprocedure) FA RK 25-1432 (223 Rv) Zaaknummer: C/09/680860 (bodemprocedure) C/09/680861 (223 Rv) Datum beschikking: 14 juli 2025 Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, informatieregeling en voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Beschikking op het op 5 februari 2025 bij de rechtbank Rotterdam ingekomen en vervolgens op 25 februari 2025 bij deze rechtbank ingekomen verzoek van: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. H. Devkinandan te Zoetermeer. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. N.P.M. Planthof te Goes. Procedure Bij beschikking van 24 februari 2025 heeft de rechtbank Rotterdam de zaak, in de stand waarin die zich op dat moment bevond, verwezen naar deze rechtbank. De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder: het verzoekschrift; de doorverwijzingsbeschikking; het verweerschrift; het F9-formulier van de zijde van de moeder van 11 juni 2025, met bijlagen. Op 16 juni 2025 zijn de zaken gevoegd behandeld op de zitting van deze rechtbank. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat; de vader met zijn advocaat; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Van de zijde van de moeder zijn pleitnotities overgelegd. Feiten Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind: - [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] . De vader heeft de minderjarige erkend. De minderjarige heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder. Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarige uit. Bij vonnis van 6 augustus 2024 van de rechtbank Rotterdam is – voor zover hier van belang – een voorlopige zorgregeling bepaald waarbij de minderjarige bij de vader zal zijn: - De eerste twee weken op zaterdagen en woensdagen van 12.00 uur tot 15.00 uur onder begeleiding van de moeder van de vader of een ander als zij met vakantie is; - de twee daarop volgende weken op zaterdagen en woensdagen van 10.00 uur tot 17.00 uur onder begeleiding van de moeder van de vader of een andere derde als zij met vakantie is; - de weken daarop volgend op zaterdag en woensdagen van 10.00 uur tot 17.00 uur zonder begeleiding. Verzoek en verweer In de procedure met zaaknummer C/09/680861 De moeder verzoekt bij wijze van voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv: - te bepalen dat de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zal worden vastgelegd, waarbij [minderjarige] bij de vader is: - in de even weken op zaterdag en op woensdag van 10.00 uur tot 17.00 uur; - in de oneven weken op zaterdag en woensdag van 10.00 uur tot 17.00 uur; - te bepalen dat partijen elkaar een keer in de maand zullen informeren aangaande de ontwikkelingen van [minderjarige] , behoudens de overdrachtsinformatie die na elke overdracht zal worden verstrekt aan de andere ouder, beperkt tot maximaal een halve A4-pagina; voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vader voert verweer dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. In de procedure met zaaknummer C/09/680860 De moeder verzoekt: - te bepalen dat de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zal worden vastgelegd, waarbij [minderjarige] bij de vader is: - in de even weken op zaterdag en op woensdag van 10.00 uur tot 17.00 uur; - in de oneven weken op zondag en woensdag van 10.00 uur tot 17.00 uur; - te bepalen dat partijen elkaar een keer in de maand zullen informeren aangaande de ontwikkelingen van [minderjarige] , behoudens de overdrachtsinformatie die na elke overdracht zal worden verstrekt aan de andere ouder, beperkt tot maximaal een halve A4-pagina; voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vader voert verweer dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarbij verzoekt hij zelfstandig: - primair een zorgregeling vast te stellen als volgt: - [minderjarige] is de eerste vier weken van woensdag 09.00 uur tot donderdag 10.00 uur en zaterdag 10.00 uur tot zondag 19.00 uur bij de vader; - [minderjarige] is de daaropvolgende vier weken: - van zondag 19.00 uur tot woensdag 09.00 uur bij de moeder; - van woensdag 09.00 uur tot zaterdag 10.00 uur bij de vader; - van zaterdag 10.00 uur tot woensdag 09.00 uur bij de moeder; - van woensdag 09.00 uur tot zondag 19.00 uur bij de vader; - [minderjarige] is na de voorgaande acht weken om de week een volledige week bij de vader en een volledige week bij de moeder, waarbij het wisselmoment op zondag om 16.00 uur zal plaatsvinden; - waarbij het halen en brengen bij helfte tussen partijen wordt verdeeld; subsidiair: een zorgregeling vast te stellen zoals de rechtbank in goede justitie juist acht; te bepalen dat [minderjarige] van 4 augustus 2025 10.00 uur tot 10 augustus 16.00 uur bij de vader verblijft; te bepalen dat de moeder de inloggegevens van het online portaal c.q. de ouder app van het kinderdagverblijf aan de vader dient te verstrekken; voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens. Beoordeling In de procedure met zaaknummer C/09/680861 Voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Op grond van het eerste lid van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. Op grond van het tweede lid moet deze vordering samenhangen met de hoofdvordering. In een verzoekschriftprocedure kan een voorlopige voorziening naar analogie van artikel 223 Rv worden verzocht (Hoge Raad 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3533). Nu de rechtbank in de bodemprocedure een beslissing neemt over hetzelfde onderwerp als in de voorlopige voorzieningenprocedure, zal de rechtbank het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afwijzen bij gebrek aan belang. In de procedure met zaaknummer C/09/680860 Wijziging zorgregeling De moeder verzoekt een wijziging van de zorgregeling, in die zin dat [minderjarige] de ene week op woensdag en zaterdag bij de vader is, en de andere week op woensdag en zondag. De moeder heeft grote zorgen over de opvoedkwaliteiten van de vader. Zij vindt daarom dat er nog geen uitbreiding van de zorgregeling kan zijn. De vader heeft zelfstandig ook om wijziging van de zorgregeling verzocht. Door middel van een opbouwschema hoopt de vader na acht weken op een co-ouderschapsregeling te zitten, waarbij [minderjarige] de ene week bij de moeder is en de andere week bij de vader. De vader herkent zich niet in de door de moeder geschetste zorgen. Op grond van artikel 1:253a, vierde lid, in samenhang met artikel 1:377e, eerste lid, BW kan de rechtbank op verzoek van de ouders of één van hen een door de ouders onderling getroffen zorgregeling wijzigen als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. De rechtbank overweegt allereerst dat de band tussen de ouders ernstig verstoord is. Het lukt de ouders niet om in het belang van [minderjarige] het ouderschap samen vorm te geven. Om aan de onderlinge band als ouders te werken, en om de praktische problemen waar beiden tegenaan lopen te kunnen bespreken, zijn de ouders met hun instemming en uitgesproken bereidheid daaraan mee te zullen werken na de zitting doorverwezen naar het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject ouderschapsbemiddeling. Daarnaast overweegt de rechtbank dat op dit moment een regeling loopt waarbij er twee dagen per week omgang tussen de vader en [minderjarige] is en het halen en brengen tussen de ouders wordt gedeeld. De rechtbank heeft geen reden om aan te nemen dat [minderjarige] niet veilig is bij de vader. De moeder vraagt ook geen beperking van de zorgregeling, waarin de rechtbank begrijpt dat haar zorgen niet dermate groot zijn dat de verwachting is dat [minderjarige] niet veilig is. De door de moeder naar voren gebrachte zorgen zien met name op problemen als ex-partners en daar gaat aan gewerkt worden in het traject van ouderschapsbemiddeling. De rechtbank ziet alles overwegende ruimte voor een uitbreiding in de zorgregeling, maar op dit moment niet op de wijze zoals door de vader is verzocht. De rechtbank bepaalt dat [minderjarige] gedurende de eerste drie maanden na de beschikking, bij de vader zal zijn volgens het volgende tweewekelijkse schema: in week 1: woensdag van 10.00 uur tot donderdag 10.00 uur; zaterdag van 10.00 uur tot 17.00 uur; in week 2: woensdag van 10.00 uur tot donderdag 10.00 uur; zondag van 10.00 uur tot 17.00 uur. Na deze drie maanden zal de volgende regeling gelden, waarbij [minderjarige] bij de vader is: in week 1: woensdag 10.00 uur tot donderdag 10.00 uur; vrijdag 16.00 uur tot zaterdag 17.00 uur in week
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.