Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 24-3245 Zaaknummer: C/09/665852 Datum beschikking: 30 april 2025 Alimentatie Beschikking op het op 30 april 2024 ingekomen verzoek van: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. L. Rijsdam te Leiden. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M.C. Reichmann te Amsterdam. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het bericht van 26 juni 2024, met bijlagen, van de zijde van de vrouw; het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek; het bericht van 20 maart 2025, met bijlage, van de zijde van de vrouw; het bericht van 21 maart 2025, met bijlagen, van de zijde van de man. Op 2 april 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat en de man met zijn advocaat. Van de zijde van de man zijn pleitnotities overgelegd. Feiten - Partijen zijn gehuwd geweest. - Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen: - [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats] , - [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats] . - Tevens zijn zij de ouders van het volgende meerderjarige kind: - [jongmeerderjarige] , geboren op [geboortedatum 3] 2005 te [geboorteplaats] . - Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit. - De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw. - De man heeft daarna de volgende vier minderjarige kinderen gekregen: - [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 4] 2013 te [geboorteplaats] , - [minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 5] 2015 te [geboorteplaats] , - [minderjarige 5] , geboren op [geboortedatum 6] 2018 te [geboorteplaats] , - [minderjarige 6] , geboren op [geboortedatum 7] 2020 te [geboorteplaats] . - Bij beschikking van 17 augustus 2021 – voor zover hier van belang – : - is een voorlopige zorgregeling bepaald; - is de door de man met ingang van 1 augustus 2021 aan de vrouw te betalen kinderalimentatie voor [jongmeerderjarige] , [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op € 210,- per maand bepaald, telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen en jaarlijks wettelijk te indexeren voor het eerst per 1 januari 2022, en is het door de man meer of anders verzochte over een verlaging van de kinderalimentatie afgewezen; - zijn partijen verwezen naar Coöp JGT Holland Rijnland voor deelname aan het traject Kinderen uit de Knel. - In afwijking van de beschikking van 17 augustus 2021 hebben partijen afspraken gemaakt over de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie, inhoudende dat de man aan de vrouw een bedrag van € 175,- per kind per maand betaalt ten behoeve van de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. Geïndexeerd naar 2025 is dit € 209,- per kind per maand. Verzoek en verweer De vrouw verzoekt te bepalen dat de man aan haar een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen dient te voldoen van € 654,- per maand per kind met ingang van augustus 2023, dan wel datum indiening van dit verzoekschrift, dan wel een datum die de rechtbank juist acht, een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. De man voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast heeft de man zelfstandig verzocht te bepalen dat hij met ingang van de datum van de te wijzen beschikking zal bijdragen in de kosten van de kinderen met een bedrag van ad € 216,50 per maand per kind, een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens. Beoordeling Kinderalimentatie Ontvankelijkheid Ingevolge artikel 1:401 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek kan een rechterlijke uitspraak of overeenkomst betreffende levensonderhoud bij latere rechterlijke uitspraak worden gewijzigd of ingetrokken, wanneer zij nadien door wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen. Tussen partijen staat vast, zo is ook namens de man op de zitting aangegeven, dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden. De rechtbank zal daarom overgaan tot een inhoudelijke beoordeling van de kinderalimentatie. Inhoudelijke beoordeling Bij de vaststelling van de kinderalimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie zoals opgenomen in het Rapport Alimentatienormen (het Rapport) als uitgangspunt. De rechtbank rondt hierna in haar berekening de bedragen telkens af op hele euro's. Behoefte Tussen partijen is niet in geschil dat de behoefte van [jongmeerderjarige] , [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in 2021 in totaal € 1.754,- per maand bedroeg, zijnde € 585,- per maand per kind. Geïndexeerd naar 2025 is de behoefte € 697,- per kind per maand. Partijen zijn het erover eens dat de man voor [jongmeerderjarige] geen bijdrage meer hoeft te betalen. Derhalve is de totale behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] € 1.394,- per maand. De behoefte van de kinderen moet door partijen worden opgebracht naar rato van hun beider draagkracht. Conform de aanbevelingen uit het Rapport Alimentatienormen dient de financiële draagkracht van partijen in beginsel te worden vastgesteld aan de hand van de formule 70% x [NBI – (0,3 X NBI + 1.310)], waarbij NBI staat voor netto besteedbaar inkomen. Draagkracht vrouw De vrouw heeft gesteld dat zij een WIA-uitkering ontvangt van € 1.914,- per maand. Dit is door de man niet betwist. Derhalve zal de rechtbank bij de berekening van de financiële draagkracht van de vrouw uitgaan van een inkomen van € 1.914,- per maand exclusief vakantiegeld. Rekening houdend met de algemene heffingskorting, het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop berekent de rechtbank het NBI van de vrouw op € 2.302,- per maand. Voor de berekening van dit bedrag verwijst de rechtbank naar de berekening die aan deze beschikking is gehecht. De draagkracht van de vrouw bedraagt volgens de formule € 211,- per maand, te weten 70% x [2.302 – (0,3 X 2.302 + 1.310)]. Draagkracht man Bij de berekening van de financiële draagkracht van de man dient volgens de vrouw gerekend te worden met de gemiddelde winst over de de jaren 2022, 2023 en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.