RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 25/330 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. E. El-Sharkawi), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: A.T.M. Proon-Van Berckel). Inleiding
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek om naturalisatie. Verweerder heeft het verzoek met het besluit van 5 maart 2024 afgewezen. 1.
- Met het bestreden besluit van 9 december 2024 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. 1.
- De rechtbank heeft het beroep op 28 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat de zaak over?
- Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1991 en heeft de Syrische nationaliteit, maar zij wil graag de Nederlandse nationaliteit. Daarom heeft zij op 19 september 2022 een verzoek om naturalisatie ingediend. Verweerder heeft het verzoek afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid onder a van de Rijkswet op het Nederlanderschap (hierna: RWN), omdat ernstige vermoedens bestaan dat eiseres een gevaar voor de openbare orde vormt. Dit vermoeden is gebaseerd op het feit dat eiseres in de periode vóór de aanvraag een misdrijf heeft gepleegd. Eiseres is volgens haar Uittreksel Justitiële Documentatie (d.d. 1 februari 2024) op 13 januari 2018 door het Hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor het uitgeven van vals geld (artikel 209 en 213 van het Wetboek van Strafrecht) tot 120 uur taakstraf (subsidiair 60 uren vervangende hechtenis) en een maand voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaren. Op 20 november 2018 is deze zaak onherroepelijk geworden. Wat vindt eiseres in beroep?
- Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Eiseres pleegde acht jaar geleden een misdrijf en werd daarvoor zeven jaar geleden veroordeeld. In de periode waarin eiseres de taakstraf verrichtte (eind 2018/begin 2019), was zij slachtoffer van huiselijk geweld. Ook zijn haar kinderen in die periode door haar ex-man naar Syrië ontvoerd. Om die redenen heeft zij de aan haar opgelegde taakstraf in twee delen moeten uitvoeren en heeft zij de taakstraf pas in augustus 2022 afgerond. Dit is een ongelukkige samenloop van omstandigheden die eiseres niet moet worden tegengeworpen bij de beoordeling van de periode voorafgaand aan haar naturalisatieverzoek. Ook al heeft ze de taakstraf pas drie jaar geleden afgerond, dit betekent niet dat er ernstige vermoedens zijn dat zij een gevaar voor de openbare vormt. Eiseres zou bovendien 24 dagen vervangende hechtenis hebben uitgezeten na afronding van het eerste deel van de taakstraf, zodat de rehabilitatietermijn ook al om die reden eerder zou zijn verstreken. Verder heeft verweerder onvoldoende rekening gehouden met de gevolgen van de afwijzing van het naturalisatieverzoek voor eiseres. Zo heeft zij haar moeder tien jaar niet gezien. Wat zijn de regels?
- Een van de voorwaarden voor naturalisatie is dat de vreemdeling die hierom verzoekt, geen gevaar vormt voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk. Dat staat in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN. Uit rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat het beleid, neergelegd in de Handleiding voor toepassing van de RWN (hierna: de Handleiding), als uitgangspunt dient bij de beoordeling van de vraag of sprake is van ernstige vermoedens dat de betrokkene gevaar oplevert voor de openbare orde. Verweerder moet bij de toepassing van het beleid wel rekening houden met de individuele omstandigheden van het geval. 4.
- In de Handleiding wordt onder de toelichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a van de RWN ingegaan op het begrip ‘gevaar voor de openbare orde’. Bij de concretisering van dit begrip, staan de verwachtingen over het toekomstige gedrag van de vreemdeling centraal. Die verwachtingen worden gebaseerd op zijn gedrag in het heden en het recente verleden. In paragraaf 5 staat dat naturalisatie wordt geweigerd wanneer er gedurende een periode van vijf jaar direct voorafgaande aan de indiening van het naturalisatieverzoek of de beslissing daarop, sprake was van de sanctionering van een misdrijf of de tenuitvoerlegging daarvan. Deze termijn van vijf jaar heet de rehabilitatietermijn. Wat is het oordeel van de rechtbank? Het verstrijken van de rehabilitatietermijn
- Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres 65 uur van de taakstraf voltooid heeft in de maanden november en december 2018 en januari
- Ook is niet in geschil dat zij later nog 49 uur taakstraf heeft verricht en de taakstraf heeft afgerond op 11 augustus
- 5.
- Het verzoek tot naturalisatie werd door eiseres ingediend op 19 september 2022 en de besluitvorming vond plaats op 5 maart
- Aangezien eiseres haar taakstraf op 11 augustus 2022 heeft afgerond, was in de vijf jaar voorafgaand aan (de behandeling van) haar naturalisatieverzoek, nog sprake van de tenuitvoerlegging van een misdrijf. 5.
- Met betrekking tot het betoog van eiseres dat zij vervangende hechtenis heeft uitgezeten (zie rechtsoverweging 3) overweegt de rechtbank als volgt. Nog los van het feit dat de rechtbank niet kan volgen waarom eiseres nog uren taakstraf zou hebben uitgevoerd na het uitzitten van vervangende hechtenis (die juist zou dienen ter vervanging van de uitvoering van de nog openstaande uren taakstraf), is deze stelling niet met stukken onderbouwd. Verweerder heeft een poging gedaan informatie over de vervangende hechtenis op te vragen bij het Openbaar Ministerie en Centraal Justitieel Incassobureau, maar beide instanties hebben aangegeven dat er geen informatie kan worden gegeven en dat het aan eiseres is om de informatie hierover op te vragen. Ter zitting bevestigt eiseres dat onderbouwing op dit punt ontbreekt. 5.
- Omdat de rehabilitatietermijn nog niet verstreken was op het moment van (de behandeling van) het naturalisatieverzoek en niet is gebleken dat deze termijn vanwege een uitgezeten vervangende hechtenis eerder zou zijn geëindigd, heeft verweerder het verzoek om naturalisatie naar het oordeel van de rechtbank mogen afwijzen en aan het bestreden besluit ten grondslag mogen leggen dat er ernstige vermoedens bestaan dat eiseres een gevaar oplevert voor de openbare orde. Bijzondere omstandigheden
- In de Handleiding staat in paragraaf zes dat verweerder er bij de toepassing van het beleid rekening mee moet houden dat zich omstandigheden kunnen voordoen op grond waarvan slechts tot een juiste wetstoepassing kan worden gekomen indien hij van dat beleid afwijkt. In deze paragraaf zijn omstandigheden opgenoemd die volgens vaste rechtspraak in het algemeen niet als bijzondere omstandigheden worden aangemerkt. Een van die omstandigheden is dat het misdrijf is gepleegd in een bijzonder moeilijke periode die definitief is afgesloten. 6.
- Eiseres stelt zich niet op het standpunt dat het gepleegde misdrijf plaatsvond in een moeilijke periode. Wel voert zij aan dat de periode (vlak) daarna, namelijk de periode waarin zij de straf voor het misdrijf uitvoerde, moeilijk was en dat zij door alles wat er toen gebeurde (zie rechtsoverweging 3) mentale problemen ervaarde. 6.
- Uit paragraaf zes volgt dat als sprake is van bijzondere omstandigheden, het op de weg van eiseres ligt om die aan te voeren. Dat heeft eiseres niet gedaan, terwijl verweerder haar expliciet heeft gevraagd deze stukken (bijvoorbeeld van een psycholoog, psychiater of de kinderbescherming) te overleggen. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat zonder onderbouwing niet kan worden beoordeeld of en in hoeverre de persoonlijke omstandigheden van eiseres een rol hebben gespeeld bij de (staking van de) uitvoering van de taakstraf. Nog los hiervan kon verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank redelijkerwijs op het standpunt stellen dat, gelet op de voorbeelden van bijzondere omstandigheden in de Handleiding, de omstandigheden die eiseres aanvoert niet bijzonder of ernstig genoeg zijn, om van het beleid af te wijken. 6.
- Verweerder heeft kortom mogen oordelen dat van bijzondere omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat er niet langer een ernstig vermoeden bestaat dat eiseres een gevaar voor de openbare orde vormt en de rehabilitatietermijn zou moeten worden ingekort, geen sprake is. 6.
- Tot slot merkt de rechtbank op dat de afwijzing van het verzoek niet betekent dat eiseres in de toekomst niet het Nederlanderschap kan verkrijgen. Zij kan na verloop van de rehabilitatietermijn opnieuw een verzoek om naturalisatie indienen. Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder het verzoek om naturalisatie terecht heeft afgewezen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. dr. C. Hofman, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.P. Lindhout, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 27 mei
- griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3230.