← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:14797

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL25.22680 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiseres, V-nummer: [nummer], (gemachtigde: mr. N. Imminga), en de minister van Asiel en Migratie, de minister. Inleiding

  1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf van 30 april
  2. 1.
  3. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. 1.
  4. Eiseres heeft gevraagd om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Eiseres hoeft dus geen griffierecht te betalen. Beoordeling door de rechtbank Is het beroep ontvankelijk?
  5. De minister moet uiterlijk binnen 90 dagen na het ontvangen van de aanvraag beslissen. De minister heeft deze termijn met drie maanden verlengd. De rechtbank stelt vast dat deze termijn is verstreken. Eiseres heeft de minister, met de brief van 6 mei 2025, door de minister ontvangen op 7 mei 2025, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. De termijn van twee weken vangt aan één dag na ontvangst van de brief waarin eiseres de minister heeft gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. In het geval van eiseres begon deze termijn op 8 mei
  6. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn daarom is verstreken op 22 mei
  7. Eiseres heeft het beroepschrift ingediend op 19 mei
  8. Het beroep is te vroeg en dus prematuur ingediend en voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen. Conclusie en gevolgen
  9. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. De minister hoeft de proceskosten niet aan eiseres te vergoeden. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 2u, eerste lid van de Vreemdelingenwet (Vw). Artikel 6:12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb. Artikel 4:17, derde lid, van de Awb. Zoals bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.