RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Den Haag DJ c Rep.nr.: 11492550 \ RP VERZ 25-50041 Datum: 28 april 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoeker in de hoofdzaak en het incident, verweerder in het tegenverzoek, gemachtigde: mr. A. Rodríguez González, verder te noemen: [verzoeker] , tegen de besloten vennootschap Intrixo B.V., gevestigd te Maasland, verweerster in de hoofdzaak en het incident, verzoekster in het tegenverzoek, gemachtigden: mrs. Z.N. Aliar en L. de Wit, verder te noemen Intrixo. 1Het procesverloop 1.
- De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken: - een verzoekschrift van [verzoeker] , binnengekomen op 14 januari 2025 met de producties 1 tot en met 11, tevens inhoudende een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ex art. 223 Rv; - een brief van [verzoeker] met een wijziging van het verzoek en producties 12 en 13; - het verweerschrift met zelfstandig tegenverzoek van Intrixo met producties 1 tot en met
- 1.
- De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 maart
- [verzoeker] is verschenen, vergezeld van een tolk en bijgestaan door mr. A. Rodríguez González. Namens Intrixo zijn mrs. Aliar en De Wit verschenen. Ter zitting is besloten de zaak aan te houden in verband met het aanleveren van nadere stukken door [verzoeker] . Tevens is voortzetting van de mondelinge behandeling bepaald. 1.
- Op 3 april 2025 heeft de rechtbank van [verzoeker] een brief met producties 14 tot en met 17 ontvangen. 1.
- Op 10 april 2025 heeft voortzetting van de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [verzoeker] is verschenen vergezeld van een tolk en bijgestaan door mr. Rodríguez González. Namens Intrixo is [naam 1] , directrice, verschenen, bijgestaan door mrs. Aliar en De Wit. De gemachtigden van Intrixo hebben spreekaantekeningen voorgedragen. De griffier heeft voor het overige aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting op hun standpunten naar voren hebben gebracht. De aantekeningen bevinden zich in het griffiedossier. 1.
- Daarna is de uitspraak bepaald op vandaag. 2De feiten 2.
- Intrixo (voorheen Voorne Putten Uitzendbureau B.V.) is een uitzendbureau dat zich richt op groenvoorzieningen, de agrarische sector en bouwnijverheid. [naam 2] is de bestuurder en enig aandeelhouder van Intrixo. 2.
- Intrixo, althans haar bestuurder [naam 2] , exploiteerde tot 10 maart 2024 een restaurant genaamd [bedrijf] . Sinds 10 maart 2024 is het restaurant gesloten. 2.
- Intrixo is erkend referent bij IND. Dat houdt onder meer in dat zij gerechtigd is om verblijfsvergunningen aan te vragen voor kennismigranten. De referent is vervolgens gehouden om de kennismigrant een salaris te betalen ter hoogte van het gestelde normbedrag. Voor werknemers jonger dan 30 jaar bedroeg het normbedrag met ingang van 1 januari 2024 € 3.909,- bruto per maand en per 1 januari 2025 € 4.171,- bruto per maand. Als naderhand blijkt dat de kennismigrant niet conform deze looneis wordt betaald kan IND de verblijfsvergunning van de kennismigrant intrekken. 2.
- [verzoeker] heeft op 3 oktober 2024 een brief ontvangen van IND met onder meer de volgende inhoud:” “U hebt een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘Arbeid als kennismigrant’. Uw verblijfsvergunning is geldig van 22 maart 2024 tot 31 maart
- Deze verblijfsvergunning is aan u verleend op basis van uw dienstverband bij Intrixo B.V. (hierna: uw referent). Gebleken is dat u nooit hebt voldaan aan de beperking waaronder uw verblijfsvergunning is verleend. Ik heb daarom het voornemen om uw verblijfsvergunning in te trekken. (…) Uit ambtshalve beschikbare informatie is gebleken dat u in de periode van 22 maart 2024 tot heden geen loon van uw referent hebt ontvangen. Daarom wordt aangenomen dat u nooit werkzaam bent geweest als kennismigrant in Nederland en dat u sinds 22 maart 2024 nooit hebt voldaaan aan de voorwaarden van uw verblijfsvergunning onder de beperking ‘Arbeid als kennismigrant’. Ik heb daarom het voornemen om uw verblijfsvergunning in te trekken vanaf 22 maart 2024.” 2.
- [verzoeker] is met deze brief naar [naam 1] gegaan. Intrixo heeft daarna de volgende betalingen aan [verzoeker] gedaan: op 18 oktober 2024 € 3.502,26 op 8 november 2024 € 1.741,10 op 15 november 2024 € 216,04 Totaal € 5.459,40 2.
- Op 16 oktober 2024 heeft telefonisch contact plaatsgevonden tussen [naam 1] en IND. De beschikking, gedateerd 5 november 2024, die IND daarna aan Intrixo heeft gestuurd vermeldt over het telefoongesprek het volgende: “In het telefoongesprek met mevrouw [naam 1] heeft zij verklaard dat het klopt dat u nooit uitbetaald hebt gekregen en dat u nog geen werkzaamheden hebt verricht voor uw referent. Dit komt omdat u uw referent niet hebt geïnformeerd dat u in het bezit was gesteld van uw verblijfsdocument, waardoor uw referent niet op de hoogte was dat u al werkzaamheden mocht verrichten. Ook is er aangegeven dat uw salaris met terugwerkende kracht wordt uitbetaald om zo alsnog aan de vereiste van uw verblijfsvergunning te voldoen. Met ingang van 14 oktober 2024 bent u werkzaamheden gaan verrichten bij uw referent.” IND heeft de verblijfsvergunning van [verzoeker] in die beschikking met terugwerkende kracht ingetrokken vanwege het niet voldoen aan de looneis. 2.
- Op 15 november 2024 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [verzoeker] en [naam 1] . [naam 1] heeft [verzoeker] meegedeeld dat hij vanwege het intrekken van zijn verblijfsvergunning geen werkzaamheden meer voor Intrixo mag verrichten en dat het dienstverband daarom met onmiddellijke ingang wordt beëindigd. 2.
- Op of omstreeks 19 november 2024 heeft [naam 2] , de bestuurder van Intrixo, het volgende aan [verzoeker] geappt (blijkens een niet beëdigde vertaling van een in het Turks opgestelde tekst): “ [verzoeker] ik niets doen. Afgelopen vrijdag is jouw arbeidsovereenkomst ontbonden. Want [bedrijf] is verkocht. Ik kan jullie slechts adviseren terug te gaan naar Turkije. Dat jullie zich ziek hebben gemeld is onlogisch. Want vanaf afgelopen vrijdag hebben we de vreemdelingenpolitie laten weten dat jullie arbeidsovereenkomst is ontbonden. Laten we anders morgen nog een keer face to face praten.” 2.
- [verzoeker] heeft op 28 januari 2025 een verblijfsvergunning voor het verblijfsdoel humanitair verblijf aangevraagd. Hij stelt zich onder meer op het standpunt slachtoffer te zijn van mensenhandel. Ten tijde van de zitting was op de aanvraag nog niet beslist. 3Het verzoek 3.
- [verzoeker] verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: in het incident ex art. 223 Rv, bij wijze van voorlopige voorziening:
- Intrixo voor de duur van het geding te veroordelen tot betaling aan [verzoeker] van het salaris van € 4.000,- bruto per maand vanaf 16 november 2024 tot en met 31 december 2024 en van € 4.171,- bruto per maand vanaf 1 januari 2025, dan wel het netto equivalent daarvan, te vermeerderen met de vakantietoeslag en overige emolumenten, althans vanaf door de kantonrechter in goede justitie vast te stellen datum, tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig zal zijn beëindigd; in de hoofdzaak: primair
- het aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet te vernietigen;
- te verklaren voor recht dat tussen [verzoeker] en Intrixo sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot en met 31 maart 2025;
- Intrixo te veroordelen tot betaling aan [verzoeker] van het op hem van toepassing zijnde salaris van € 4.000,- bruto per maand vanaf 16 november 2024 tot en met 31 december 2024, en van € 4.171,- bruto per maand vanaf 1 januari 2025, dan wel het netto equivalent daarvan, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en overige emolumenten tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig zal zijn beëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhogingen ex art. 7:625 BW van 50% en te vermeerderen met de wettelijke rente tot aan de dag van volledige betaling;
- Intrixo te veroordelen tot betaling aan [verzoeker] van het achterstallig en/of nog niet uitbetaalde salaris over de maanden april 2024 tot en met november 2024 voor zover over al die maanden niet het volledige netto equivalent van bruto € 4.000,- per maand is betaald, te vermeerderen met de wettelijke verhogingen ex artikel 7:625 BW van 50% en met de wettelijke rente tot aan de dag van volledige betaling;
- Intrixo te veroordelen om de juiste schriftelijke salarisspecificaties over de maanden april 2024 tot en met december 2024, alsmede vanaf januari 2025, evenals de schriftelijke jaaropgave over het jaar 2024 en alle schriftelijke jaaropgaven vanaf 2025, aan [verzoeker] te verstrekken waarin duidelijk de bruto bedragen van de desbetreffende van toepassing zijnde lonen, de netto equivalenten daarvan alsmede de verrichte inhoudingen worden weergegeven, één en ander binnen veertien dagen na de betekening van de uitspraak, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor elke dag of gedeelte van een dag, dat Intrixo, nadat de voormelde veertien dagen zijn verstreken, in gebreke blijft om aan het in de uitspraak bepaalde te voldoen;
- Intrixo te veroordelen om over te gaan tot het werkelijk afdragen van alle nog niet afgedragen wettelijke (loon)heffingen en premies aan de Belastingdienst, het UWV en overige overheidsinstanties conform het juiste salaris van [verzoeker] , alsmede om aan voornoemde instanties - waaronder ook uitdrukkelijk de Immigratie- en Naturalisatiedienst - het juiste arbeidsverleden en de juiste gewerkte uren alsmede het juiste salaris van [verzoeker] bij Intrixo door te geven, en aan [verzoeker] een schriftelijk bewijsstuk te verstrekken waarin duidelijk en onomstotelijk wordt bevestigd dat Intrixo zulks ook werkelijk heeft gedaan, één en ander binnen veertien dagen na de betekening van de uitspraak, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor elke dag of gedeelte van een dag, dat Intrixo, nadat de voormelde veertien dagen zijn verstreken, in gebreke blijft om aan de uitspraak te voldoen; subsidiair
- Intrixo te veroordelen tot betaling aan [verzoeker] van het achterstallig en/of nog niet uitbetaalde salaris over de maanden april 2024 tot en met november 2024 voor zover over al die maanden niet het volledige netto equivalent van bruto € 4.000,- per maand is betaald, evenals de achterstallige eindafrekening waaronder de bij het einde van de arbeidsovereenkomst opgebouwde vakantietoeslag en de waarde van de bij het einde van de arbeidsovereenkomst opgebouwde en niet genoten vakantiedagen-/uren, te vermeerderen met de wettelijke verhogingen ex art. 7:625 BW van 50% en met de wettelijke rente tot aan de dag van volledige betaling;
- Intrixo te veroordelen tot betaling aan [verzoeker] van een billijke vergoeding ten bedrage van € 19.995,-, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de datum van indiening van het verzoekschrift tot aan de dag van volledige betaling;
- Intrixo te veroordelen tot betaling aan [verzoeker] van een transitievergoeding van € 900,- te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de datum van indiening van het verzoekschrift, tot aan de dag van volledige betaling;
- Intrixo te veroordelen tot betaling aan [verzoeker] van een (gefixeerde schade)vergoeding wegens onregelmatige opzegging ten bedrage van € 6.480,-, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de datum van indiening van het verzoekschrift tot aan de dag van volledige betaling;
- Intrixo te veroordelen om over de betaling van de onder 8 tot en met 11 genoemde bedragen aan [verzoeker] de daarbij behorende schriftelijke (salaris)specificaties te verstrekken waarin duidelijk de bruto bedragen, de nettobedragen alsmede de verrichte inhoudingen worden weergegeven, één en ander binnen veertien dagen na de betekening van de uitspraak, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor elke dag of gedeelte van een dag, dat Intrixo, nadat de voormelde veertien dagen zijn verstreken, in gebreke blijft om aan de uitspraak te voldoen; meer subsidiair
- Intrixo te veroordelen tot betaling aan [verzoeker] van de transitievergoeding van € 900,-, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de datum van indiening van het verzoekschrift tot aan de dag van volledige betaling;
- Intrixo te veroordelen om over de betaling van het onder 13 genoemde bedrag aan [verzoeker] de daarbij behorende schriftelijke (salaris)specificatie te verstrekken waarin duidelijk de bruto bedragen, de netto bedragen alsmede de verrichte inhoudingen worden weergegeven, één en ander binnen veertien dagen na de betekening van de uitspraak, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor elke dag of gedeelte van een dag, dat Intrixo, nadat de voormelde veertien dagen zijn verstreken, in gebreke blijft om aan de uitspraak te voldoen; zowel primair, subsidiair, als meer subsidiair
- Intrixo te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover met ingang van veertien dagen na de datum van de uitspraak. 3.
- Aan dit verzoek legt [verzoeker] het volgende ten grondslag. 3.2.
- [verzoeker] is op verzoek van Intrixo vanuit Turkije naar Nederland gekomen. Hij is daar bezocht door de zoon van [naam 2] , [naam 3] . [naam 3] heeft hem op 16 oktober 2023 het volgende gewhatsappt: “Broeder [verzoeker] , ik heb het paspoort naar de heer [naam 2] en de advocaat van het bedrijf gestuurd.” Op 19 januari 2024 heeft hij geappt: “Je bent over 2/3 weken hier, dan ben je bij mij, [verzoeker] .” 3.2.
- Intrixo heeft een verblijfsvergunning voor arbeid als kennismigrant voor hem aangevraagd en die is ook verleend. Sinds 1 april 2024 is [verzoeker] als kennismigrant bij Intrixo in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, tot en met 31 maart
- Hij is aangenomen als chef-kok maar heeft nooit als chef-kok gewerkt omdat het restaurant waar hij zou werken inmiddels dicht was. Intrixo heeft hem andere klusjes laten doen, in de kassen en als chauffeur. [verzoeker] kreeg niet het op basis van de kennismigrantenregeling verschuldigd loon maar alleen wat zakgeld. Toen hij de brief van IND aan [naam 1] liet zien heeft zij alsnog voor enkele betalingen gezorgd. Dat kon echter niet verhinderen dat zijn verblijfsvergunning werd ingetrokken. Intrixo heeft hem alleen voor de in oktober en november 2024 verrichte betalingen salarisspecificaties verstrekt. Verder heeft [verzoeker] nooit salarisspecificaties gekregen. Gebleken is dat Intrixo ook niet de juiste gegevens aan IND heeft doorgegeven en geen juiste afdracht van loonheffingen heeft gedaan. [verzoeker] verzoekt daarom om Intrixo te veroordelen om alsnog op de juiste wijze afdracht te doen van de wettelijke loonheffingen en premies aan de belastingdienst, het UWV en overige overheidsinstanties conform het juiste salaris en om IND daarvan in kennis te stellen. 3.2.
- Het op 15 november 2024 gegeven ontslag op staande voet is vernietigbaar. De intrekking is immers louter het gevolg van het handelen van Intrixo zelf. Van een dringende reden aan de zijde van [verzoeker] is dan ook geen sprake. Ook is het ontslag op staande voet niet onverwijld gegeven. [verzoeker] had Intrixo immers al op 3 oktober 2024 geïnformeerd over de brief van IND. Het ontslag op staande voet heeft zeer ernstige gevolgen voor [verzoeker] doordat zijn verblijfsvergunning is ingetrokken, hij geen inkomen meer heeft en geen aanspraak kan maken op WW. Daarbij moet worden betrokken dat hij nota bene op uitnodiging van Intrixo naar Nederland gekomen om als chef-kok te gaan werken. 3.2.
- [verzoeker] heeft hier ter zitting het volgende aan toegevoegd. Hij is als chef-kok aangenomen. Toen hij in Nederland kwam, bleek het restaurant dicht te zijn. Gezegd werd dat het binnenkort zou worden geopend. [verzoeker] werd vervolgens gedwongen om in de kassen te werken. Ook werkte hij als chauffeur. Hij had geen geld en moest dat dus wel doen. Hij verbleef in een kleine hotelkamer boven het restaurant. De kamer was heel vies, hij moest hem eerst schoonmaken. [verzoeker] woonde hier met een Bulgaarse werknemer van Intrixo die ook in de kassen werkte. [verzoeker] heeft herhaaldelijk gevraagd om salaris maar hij kreeg alleen leefgeld. Het ging ongeveer om € 150,- per week maar de hoogte van het bedrag wisselde. Op het leefgeld werd een bedrag voor huisvesting ingehouden. Het leefgeld zou te zijner tijd worden verrekend met het salaris dat hij als chef-kok zou ontvangen. Zo ver kwam het echter niet. Later begonnen ze hem te bedreigen. Als hij om geld vroeg werd gezegd ze zouden zorgen dat zijn verblijfsvergunning zou vervallen of dat hij weg moest uit de hotelkamer. 4Het verweer 4.
- Intrixo voert verweer en stelt dat [verzoeker] niet-ontvankelijk moet worden verklaard, althans dat zijn verzoeken moeten worden afgewezen. Intrixo heeft als tegenverzoek de kantonrechter verzocht om bij beschikking, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad [verzoeker] te veroordelen tot betaling aan Intrixo van: € 7.573,92 netto ter zake van een (gebruiks)vergoeding voor het gebruik van een woonruimte over de periode week 14 tot en met 46 van 2024, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het verzuim tot de dag van volledige betaling; € 5.459,40 netto ter zake van onverschuldigd betaald loon, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het verweerschrift tot de dag van volledige terugbetaling; de kosten van de procedure vermeerderd met wettelijke rente. 4.
- Intrixo heeft daartoe het volgende aangevoerd. 4.2.
- Intrixo betwist dat zij een verblijfsvergunning voor [verzoeker] heeft aangevraagd en dat zij een arbeidsovereenkomst met hem zou hebben gesloten. De arbeidsovereenkomst die [verzoeker] heeft overgelegd komt niet overeen met het model dat Intrixo normaal gesproken gebruikt en is door Intrixo ook niet ondertekend. Het is ook onmogelijk dat Intrixo een verblijfsvergunning voor een chef-kok vanaf 1 april 2024 zou aanvragen. Het restaurant is immers op 10 maart 2024 gesloten. Er lijkt sprake te zijn van fraude door [verzoeker] dan wel een ‘schijn arbeidsovereenkomst’ met als doel een verblijfsvergunning te krijgen. 4.2.
- [verzoeker] heeft nooit voor Intrixo gewerkt. Dat blijkt ook wel uit het feit dat hij vóór oktober 2024 nooit om loon heeft gevraagd. Intrixo kende hem helemaal niet toen hij zich in oktober 2024 bij [naam 1] meldde. [naam 1] dacht toen dat Intrixo een fout had gemaakt en dat hij toch een werknemer was. Zij heeft hem daarom aangemeld en een aantal maanden loon laten uitbetalen. Later bleek dit een fout te zijn: er was helemaal geen arbeidsovereenkomst met [verzoeker] . 4.2.
- Voor het geval wordt geoordeeld dat er wel een arbeidsovereenkomst was heeft Intrixo [verzoeker] terecht op staande voet ontslagen. Aangezien [verzoeker] geen verblijfsvergunning (meer) had kon hij ook niet voor Intrixo gaan werken. Dat zou in strijd zijn met de Wet arbeid vreemdelingen en Intrixo sluit geen dienstverbanden met personen zonder een verblijfsvergunning. Omdat Intrixo toen nog dacht dat er een arbeidsovereenkomst was heeft zij die met onmiddellijke ingang beëindigd. Maar aangezien er nooit een arbeidsovereenkomst is geweest kan [verzoeker] geen beroep doen op art. 7:681 BW. De verzochte vergoedingen zijn dus niet toewijsbaar. 4.2.
- In het geval wordt geoordeeld dat het ontslag op staande voet vernietigbaar is moet de loonvordering volledig worden afgewezen. [verzoeker] heeft immers nooit voor Intrixo gewerkt. Toewijzing van de loonvordering is daarom in strijd met de redelijkheid en billijkheid. 4.2.
- [verzoeker] heeft van week 14 tot en met week 46 zonder medeweten en zonder toestemming van Intrixo gebruik gemaakt van een van haar woningen. Voor het gebruik van haar woningen moet € 145,- per week worden betaald. Intrixo heeft daarom een tegenvordering op [verzoeker] van € 7.573,
- 4.2.
- Aangezien er geen sprake bleek van een arbeidsovereenkomst heeft Intrixo [verzoeker] onverschuldigd loon betaald en heeft zij ook een tegenvordering uit onverschuldigde betaling op hem van € 5.459,
- 5De beoordeling In de hoofdzaak Heeft Intrixo een verblijfsvergunning voor [verzoeker] aangevraagd? Ja 5.
- [verzoeker] heeft bij brief van 3 april 2025 onder meer de volgende documenten in het geding gebracht: een ontvangstbevestiging d.d. 27 februari 2024, gericht aan Intrixo, van een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (procedure toegang en verblijf) waarin is vermeld dat door [naam 4] (e-mailadres [e-mail adres] ) een verblijfsvergunning als kennismigrant jonger dan 30 jaar is aangevraagd voor [verzoeker] voor de functie van chef tegen een bruto salaris van € 4.000,- per maand. Vermeld is dat de arbeidsovereenkomst duurt van 1 april 2024 tot en met 31 maart
- De aanvraag is op 27 februari 2024 om 10.39 uur digitaal ondertekend door KvK-nummer [KvK-nummer] ; een brief van IND d.d. 19 maart 2024 aan Intrixo waarbij in verband met de aanvraag voor de verblijfsvergunning van [verzoeker] € 76,- aan leges in rekening wordt gebracht; een brief van IND d.d. 21 maart 2024 aan Intrixo waarin is meegedeeld dat de verblijfsvergunning voor arbeid als kennismigrant aan [verzoeker] wordt verleend; een brief van IND d.d. 5 april 2024 aan Intrixo waarin is meegedeeld dat de verblijfsvergunning voor [verzoeker] kan worden afgehaald. 5.
- Intrixo heeft tijdens de mondelinge behandeling van 10 maart 2025 uitdrukkelijk betwist dat zij een verblijfsvergunning voor [verzoeker] had aangevraagd. Uit onder 5.1 vermelde documenten, allemaal gericht aan Intrixo, blijkt echter dat Intrixo wel degelijk de aanvrager van de verblijfsvergunning is. Zo blijkt uit de bevestiging van de aanvraag van 27 februari 2024 dat Intrixo de aanvraag digitaal heeft ondertekend met haar KvK-nummer. Intrixo wordt bovendien als referent genoemd. 5.
- Intrixo betwist dat zij de brieven van IND heeft ontvangen. De kantonrechter overweegt daarover het volgende. In het algemeen is niet uit te sluiten dat een brief van een instantie niet wordt ontvangen. Dat er vier brieven van dezelfde instantie niet worden ontvangen lijkt echter minder aannemelijk. Bovendien kan uit de inhoud van de brieven worden afgeleid dat er actie op is ondernomen. Na ontvangst van de brief van 19 maart 2024 heeft Intrixo kennelijk leges betaald. Anders zou de verblijfsvergunning niet zijn verstrekt. Uit het verloop van de procedure blijkt dat de aangevraagde verblijfsvergunning aan [verzoeker] is afgegeven. Iemand bij Intrixo moet dus tegen hem hebben gezegd dat hij de verblijfsvergunning kon afhalen. Uit deze feiten kan worden afgeleid dat Intrixo de brieven wel heeft gekregen. 5.
- [naam 1] heeft op de zitting aangevoerd dat [naam 4] , die in de bevestiging als aanvrager is vermeld, sinds eind februari 2024 niet meer voor Intrixo werkt en dat [naam 1] zelf niet bekend was met de aanvraag. Volgens [naam 1] was mogelijk sprake van fraude door [naam 4] of een andere medewerker. De kantonrechter oordeelt hierover dat Intrixo die stelling op geen enkele wijze heeft onderbouwd. Als het gestelde juist zou zijn zou dat betekenen dat een van haar medewerkers niet alleen zonder toestemming een aanvraag heeft ingediend maar ook leges namens Intrixo heeft betaald en aan [verzoeker] kenbaar gemaakt dat hij de verblijfsvergunning kon ophalen. Aangenomen kan worden dat Intrixo in dat geval een onderzoek had ingesteld naar de frauderende medewerker. Niet gebleken is dat zij dat heeft gedaan. Bovendien zou voor de hand hebben gelegen dat [naam 1] na de gestelde onverwachte confrontatie met de stukken contact met IND had opgenomen om navraag te doen. Dat heeft ze niet gedaan. Nu er geen enkel concreet aanknopingspunt is voor de gestelde fraude gaat de kantonrechter eraan voorbij. 5.
- Dat de verblijfsvergunning door een bevoegd persoon is aangevraagd kan bovendien worden afgeleid uit de mededeling van [naam 1] in het telefoongesprek op 16 oktober 2024 met IND (zie onder 2.6.) Daarin heeft [naam 1] immers erkend dat Intrixo een verblijfsvergunning voor [verzoeker] had aangevraagd. [naam 1] heeft daarover ter zitting van 10 april 2025 verklaard dat zij een zieke collega verving en niet precies wist wat er speelde. De kantonrechter overweegt hierover dat ook hiervoor geen onderbouwing is aangeleverd. Gelet op het feit dat [naam 1] al sinds 3 oktober 2024 met de situatie bekend was en het telefoongesprek 16 oktober 2024, en dus bijna twee weken later, plaatsvond was er voldoende gelegenheid was om uit te zoeken wat er speelde. Ook als [naam 1] een zieke collega moest vervangen onderbouwt dat, zonder nadere toelichting die ontbreekt, niet dat de erkenning van de aanvraag op een vergissing zou berusten. De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding om de erkenning van de aanvraag niet voor juist te houden. 5.
- Intrixo heeft nog aangevoerd dat [verzoeker] de aanvraag zelf zou hebben ingediend. Daaraan gaat de kantonrechter voorbij. In de eerste plaats staat vast dat alleen erkende referenten een dergelijke aanvraag kunnen indienen. In de tweede plaats is die stelling niet te rijmen met het feit dat alle correspondentie naar Intrixo is gegaan en niet naar [verzoeker] , die toen bovendien nog in Turkije verbleef en geen Nederlands spreekt. 5.
- Een aanknopingspunt voor de gestelde aanvraag is ook te vinden in de whatsappgesprekken die op 16 oktober 2023 en 19 januari 2024 tussen [verzoeker] en ene [naam 3] hebben plaatsgevonden (zie onder 3.2.1). Deze sluiten aan bij de stelling van [verzoeker] dat hij in Turkije is bezocht door de zoon van [naam 2] (waarvan Intrixo heeft erkend dat hij [naam 3] heet). Volgens [naam 3] heeft hij het (naar de kantonrechter aanneemt: kopie van) het paspoort van [verzoeker] naar ‘ [naam 2] ’ gestuurd. [naam 2] is de voornaam van [naam 2] . Aan Intrixo moet worden toegegeven dat de volledige naam en het telefoonnummer op de uitdraai van de whatsappgesprekken niet zichtbaar is maar aangezien de voornamen overeenkomen met die van personen bij Intrixo is de enkele ontkenning van Intrixo dat deze gesprekken hebben plaatsgevonden onvoldoende. 5.
- Een van de gemachtigden van Intrixo heeft tijdens de mondelinge behandeling van 10 maart 2025 verklaard dat Intrixo contact had gehad met IND. IND zou in dat gesprek hebben bevestigd dat er door Intrixo nooit een verblijfsvergunning voor [verzoeker] was aangevraagd. De mededeling dat IND dit zou hebben gezegd lijkt op basis van de stukken die zijn ingebracht onjuist en ongeloofwaardig. 5.
- De kantonrechter gaat er grond van het voorgaande vanuit dat Intrixo wel degelijk een verblijfsvergunning voor [verzoeker] heeft aangevraagd en daarover bewust onjuist heeft verklaard hetgeen een schending van de waarheidsplicht is. Is er een arbeidsovereenkomst met [verzoeker] ? Ja 5.
- In de aanvraag van de verblijfsvergunning wordt een arbeidsovereenkomst met [verzoeker] voor een jaar genoemd met een salaris van € 4.000,- bruto per maand. De kantonrechter neemt die aanvraag tot uitgangspunt en gaat ervan uit dat met [verzoeker] een arbeidsovereenkomst is gesloten. Daaraan doet niet af dat [verzoeker] niet beschikt over een door Intrixo ondertekende schriftelijke arbeidsovereenkomst 5.
- Het bestaan van een arbeidsovereenkomst waaraan ook uitvoering is gegeven sluit aan bij het feit dat Intrixo in oktober en november 2024 betalingen aan [verzoeker] heeft gedaan, zij het dat die lager zijn dan € 4.000,- bruto. De verklaring die Intrixo voor de salarisbetalingen heeft gegeven, namelijk dat [naam 1] in de veronderstelling was dat [verzoeker] wel in dienst was en dat zij snel moest handelen vanwege de problemen met de verblijfsvergunning, overtuigt niet. In de eerste plaats lijkt het weinig aannemelijk dat een grote werkgever als Intrixo geen deugdelijke administratie heeft en niet op korte termijn kan nagaan of iemand werknemer is of niet. In de tweede plaats gaat het niet om één enkele betaling maar om drie verschillende betalingen. Tussen de eerste en de laatste betaling zit een periode van vier weken. Dat er in die periode geen mogelijkheid was om uit te zoeken wie [verzoeker] was en of hij in dienst was komt weinig aannemelijk voor. In de derde plaats sluit de verklaring van Intrixo niet aan bij hetgeen [naam 1] telefonisch tegen IND heeft gezegd, namelijk dat er wel vergunning voor [verzoeker] was aangevraagd maar dat niet bekend was dat die al was verleend. Voor zover Intrixo stelt dat zij nog zat te wachten op de mededeling van [verzoeker] dat de gevraagde verblijfsvergunning was verstrekt (zoals [naam 1] tegen IND heeft gezegd) moet hieraan voorbij gegaan worden. Uit de brief van IND van 5 april 2024 blijkt immers dat IND Intrixo hierover heeft geïnformeerd. 5.
- Het bestaan van een arbeidsovereenkomst vindt bovendien bevestiging in de stelling van Intrixo dat [verzoeker] van week 14 tot en met week 46 (dat is van 1 april 2024 tot 15 november 2025) op een (hotel)kamer van Intrixo heeft verbleven. Dat [verzoeker] precies in diezelfde periode op de kamer verbleef terwijl hij niet voor Intrixo werkte (en Intrixo hem zelfs niet kende) lijkt zo onaannemelijk dat daaraan voorbij wordt gegaan. 5.
- De kantonrechter gaat er, mede vanwege het bij herhaling verstrekken van onjuiste informatie door Intrixo, vanuit dat [verzoeker] van 1 april 2024 tot 15 november 2024 werkzaamheden voor Intrixo heeft verricht zoals hij ter zitting heeft verklaard. Maar voor zover dat niet het geval zou zijn geweest is dit een omstandigheid die op grond van art. 7:628 BW voor rekening van Intrixo als werkgever komt. Is het ontslag op staande voet rechtsgeldig? Nee 5.
- Intrixo stelt, voor het geval wordt geoordeeld dat er een arbeidsovereenkomst was, een dringende reden voor ontslag op staande voet te hebben, eruit bestaande dat [verzoeker] niet meer over een verblijfsvergunning beschikt. Naar het oordeel van de kantonrechter is dit niet als een dringende reden aan de zijde van [verzoeker] aan te merken. Vaststaat immers dat de verblijfsvergunning is ingetrokken omdat Intrixo ervoor heeft gekozen om [verzoeker] veel minder te betalen dan het normbedrag dat voor kennismigranten geldt. Het intrekken van de verblijfsvergunning is dan ook niet veroorzaakt door gedragingen van [verzoeker] maar door gedragingen van Intrixo zelf. 5.
- Er is dus geen sprake van een dringende reden, zodat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Het ontslag op staande voet zal dan ook vernietigd worden en de gevraagde verklaring voor recht dat sprake was van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot en met 31 maart 2025 zal worden toegewezen. Het loonverzoek 5.
- Het voorgaande heeft tot gevolg dat Intrixo over de periode van 1 april 2024 tot en met 31 december 2024 het aan IND opgegeven salaris van € 4.000,- moet betalen. Met ingang van 1 januari 2025 is het normbedrag voor de kennismigrant verhoogd naar € 4.171,-. Aangezien er vanwege het ontslag op staande voet geen nieuwe afspraken zijn gemaakt, zal dit normbedrag tot uitgangspunt worden genomen en worden toegewezen over de periode 1 januari 2025 tot en met 31 maart 2025, zoals verzocht onder
- Het inmiddels betaalde loon (in totaal € 5.459,40) strekt daarop in mindering. 5.
- Het verweer van Intrixo dat het onaanvaardbaar is om het volledige loon toe te wijzen wordt verworpen. Dat de verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid als kennismigrant met terugwerkende kracht is ingetrokken is immers uitsluitend aan Intrixo zelf te wijten. De gevolgen daarvan dienen dan ook volledig voor rekening van Intrixo te komen. De gevorderde wettelijke verhoging is eveneens toewijsbaar. De kantonrechter ziet vanwege de ernst van de feiten geen reden tot matiging ervan. De wettelijke verhoging wordt dus conform art. 7:625 BW bepaald op 50%. De wettelijke rente is toewijsbaar vanaf de vervaldata van het verschuldigde salaris. 5.
- Het verzoek van [verzoeker] om Intrixo te veroordelen tot het verstrekken van correcte salarisspecificaties en de inmiddels verschuldigde jaaropgaven is eveneens toewijsbaar maar de termijn die Intrixo daarvoor krijgt zal worden bepaald op vier weken na betekening van de beschikking. Aan de veroordelingen zal een dwangsom worden gekoppeld van € 100,- per dag met een maximum van € 10.000,-. 5.
- [verzoeker] heeft er onder meer vanwege de nog lopende procedure over zijn verblijfsvergunning belang bij dat Intrixo tijdig de juiste afdracht van de wettelijke loonheffingen en premies doet aan de Belastingdienst, UWV en overige overheidsinstanties. Het verzoek om Intrixo daartoe te veroordelen op straffe van een dwangsom zal daarom worden toegewezen waarbij de termijn wordt bepaald op vier weken na betekening van de beschikking. Ook deze dwangsom wordt bepaald op € 100,- per dag met een maximum van € 10.000,-. Proceskosten 5.
- Intrixo is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [verzoeker] die op basis van een toevoeging procedeert worden als volgt begroot: € 1.852,- bestaande uit € 90,- aan griffierecht, € 1.627,- aan salaris gemachtigde en € 135,- aan nakosten. De vergoeding voor het salaris moet door de gemachtigde worden verrekend met de op grond van de Wet op de rechtsbijstand aan de gemachtigde toegekende vergoeding. 5.
- De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. In de gevraagde voorlopige voorziening 5.
- Nu geen afzonderlijke behandeling van de voorlopige voorziening heeft plaatsgevonden en meteen uitspraak wordt gedaan in de hoofdzaak, heeft [verzoeker] geen belang bij de gevraagde voorlopige voorziening. Deze wordt dus afgewezen. [verzoeker] moet daarvan de proceskosten dragen maar omdat het instellen van de voorlopige voorziening niet tot noemenswaardige meerkosten heeft geleid voor Intrixo worden deze begroot op nihil. In het tegenverzoek 5.
- De stelling van Intrixo dat zij € 5.459,40 onverschuldigd heeft betaald wordt onder verwijzing naar het voorgaande verworpen. Wel strekt het betaalde salaris in mindering op het nog te betalen salaris. 5.
- Intrixo verzoekt betaling van huisvestigingskosten. Op zichzelf staat wel vast dat [verzoeker] gebruik heeft gemaakt van woonruimte van Intrixo maar dat partijen afspraken hebben gemaakt over een onkostenvergoeding blijkt nergens uit. Het verzoek is dan ook onvoldoende onderbouwd en wordt dus afgewezen. 5.
- De proceskosten van het tegenverzoek komen voor rekening van Intrixo maar de kantonrechter neemt aan dat het instellen van het tegenverzoek niet tot noemenswaardige meerkosten voor [verzoeker] heeft geleid zodat deze worden deze begroot op nihil. 6De beslissing De kantonrechter: in de voorlopige voorziening: 6.
- wijst het verzoek af; 6.
- veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten aan de zijde van Intrixo welke worden begroot op nihil; in de hoofdzaak: 6.
- vernietigt het op 15 november 2024 aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet; 6.
- verklaart voor recht dat tussen [verzoeker] en Intrixo sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot en met 31 maart 2025; 6.
- veroordeelt Intrixo tot betaling aan [verzoeker] van het op hem van toepassing zijnde salaris van € 4.000,- bruto per maand vanaf 16 november 2024 tot en met 31 december 2024, en van € 4.171,- bruto per maand vanaf 1 januari 2025 tot en met 31 maart 2025 te vermeerderen met 8% vakantietoeslag, te vermeerderen met de wettelijke verhogingen ex art. 7:625 BW van 50% en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de respectieve vervaldata tot aan de dag van volledige betaling; 6.
- veroordeelt Intrixo tot betaling aan [verzoeker] van het achterstallige salaris over de periode van 1 april 2024 tot en met 15 november 2024 van € 4.000,- bruto, waarop het betaalde salaris van € 5.459,40 in mindering strekt, te vermeerderen met de wettelijke verhogingen ex art. 7:625 BW van 50% en met de wettelijke rente vanaf de respectieve vervaldata tot aan de dag van volledige betaling; 6.
- veroordeelt Intrixo om binnen vier weken na betekening van deze beschikking aan [verzoeker] de juiste schriftelijke salarisspecificaties over de maanden april 2024 tot en met maart 2025 te verstrekken, evenals de schriftelijke jaaropgaven, waarin de bruto bedragen van de desbetreffende van toepassing zijnde lonen, de netto equivalenten daarvan alsmede de verrichte inhoudingen worden weergegeven, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,- voor elke dag dat Intrixo die verplichting niet of niet volledig nakomt met een maximum van € 10.000,-; 6.
- veroordeelt Intrixo om binnen vier weken na betekening van deze beschikking over te gaan tot het afdragen van de correcte loonheffingen over het aan [verzoeker] op basis van deze beschikking toekomende salaris en om de belastingdienst, het UWV en IND te informeren over de hoogte van het salaris en om [verzoeker] daarvan schriftelijke bewijsstukken te verstrekken waaruit de nakoming hiervan blijkt, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,- voor elke dag dat Intrixo die verplichting niet of niet volledig nakomt met een maximum van € 10.000,-; 6.
- veroordeelt Intrixo in de kosten van de procedure die aan de kant [verzoeker] worden begroot op € 1.852,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Intrixo niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend, dan moet Intrixo ook de kosten van betekening betalen; 6.
- veroordeelt Intrixo in de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan; 6.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; 6.
- wijst het meer of anders verzochte af; in het tegenverzoek 6.
- wijst alle tegenverzoeken af; 6.
- veroordeelt Intrixo in de kosten van de procedure die aan de kant [verzoeker] worden begroot op nihil. Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. D. Jongsma en uitgesproken ter openbare zitting van 28 april 2025.