Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 24-4633 (echtscheiding) en FA RK 25-2508 (verdeling) Zaaknummer: C/09/668709 (echtscheiding) en C/09/682978 (verdeling) Datum beschikking: 5 augustus 2025 Echtscheiding met nevenvoorzieningen Beschikking op het op 28 juni 2024 ingekomen verzoek van: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. N.E. de Vries in Alphen aan den Rijn. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. N. Schreurs in Alphen aan den Rijn. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken van de man; het verweer van de vrouw tegen de zelfstandige verzoeken van de man; het aanvullend verzoekschrift van de vrouw; de brief van 29 januari 2025 met concretisering van de verzoeken van de man; het verweer van de vrouw tegen de concretisering van de verzoeken van de man; de brief van 13 maart 2025 met concretisering van de verzoeken van de man; het bericht met bijlagen van 4 juli 2025 van de man. Op 15 juli 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw bijgestaan door haar advocaat en de man bijgestaan door zijn advocaat. Feiten Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 1988 in [plaats 1] . Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden, kort gezegd inhoudende uitsluiting van iedere gemeenschap met verrekenbeding. In de huwelijkse voorwaarden is daarover het volgende opgenomen: “ Artikel 2. De zaken, welke door ieder der echtgenoten ten huwelijk worden aangebracht of tijdens het huwelijk -op welke wijze ook- worden verkregen, zijn en blijven het bijzonder eigendom van diegene der echtgenoten door wie die zaken werden aangebracht dan wel werden verkregen. De schulden, welke door ieder hunner, zo voor als tijdens het huwelijk zijn of worden aangegaan, of welke anderszins ten laste van één hunner komen, blijven ten laste van diegene der echtgenoten door wie die schulden werden aangegaan of wie zij betreffen. (…) Artikel 5 Partijen verplichten zich jegens elkander ter verdeling bij helfte bijeen te voegen hetgeen van hun netto-inkomsten uit arbeid niet is besteed ter dekking van de kosten van de huishouding of op andere wijze gelijkelijke aan beiden is ten goede gekomen. Onder inkomsten uit arbeid worden mede begrepen, de uitkeringen welke geacht moeten worden in de plaats te treden van inkomsten uit arbeid, zoals sociale uitkeringen en pensioenen. De verrekening geschiedt doordat de verrekenplichtige partij binnen drie maanden na verloop van een kalenderjaar een zodanig bedrag uitkeert aan de andere partij dat daardoor per saldo ieder van partijen de helft heeft genoten van de gezamenlijke netto-inkomsten uit arbeid als bedoeld in lid 1 van dit artikel. Vorderingen terzake van verrekening verjaren niet en vervallen evenmin door tijdsverloop. (…) Artikel 7 Bestaat tussen de echtgenoten een geschil aan wie van hen enig goed toebehoort en kan geen van beiden zijn recht daarop bewijzen, dan wordt het goed geacht aan ieder der echtgenoten voor de helft toe te behoren. Ten opzichte van de kleren, de lijfstoebehoren en de lijfssieraden geldt echter het vermoeden dat zij toebehoren aan de echtgenoot die ze in gebruik heeft of tot wiens of wier gebruik ze zijn bestemd.” Op 1 februari 1990 is de echtelijke woning aan de [adres] ( [postcode] ) in [plaats 2] aan de man geleverd. De woning is aangekocht voor een koopprijs vanƒ 160.500. De man heeft hiertoe een investering gedaan van ƒ 100.000,- en er is een hypothecaire geldlening afgesloten van ƒ 75.000. In een aanvullende notariële akte van februari 1990 hebben partijen het volgende vastgelegd: “(…) in aanmerking nemende: dat zij op 4 augustus 1988 bij akte voor notaris Mr [naam] ter standplaats Noordwijkerhout verleden zijn overeengekomen dat tussen hen geen enkele huwelijksvermogens rechtelijke gemeenschap van goederen zal bestaan; dat zij vervolgens op [datum] 1988 te [plaats 1] in het huwelijk zijn getreden; dat zij op l februari 1990 -ieder voor de onverdeelde helft- hebben aangekocht een woonhuis te [plaats 2] aan de [adres] ; dat ondergetekenden in het geval hun huwelijk door echtscheiding zal worden ontbonden zij ten aanzien va het voorschreven woonhuis het navolgende zijn overeengekomen: a . Voor het geval bedoeld woonhuis zal worden verkocht zal van de opbrengst na aftrek van de hypothecaire schuld en andere kosten aan de ondergetekende sub 1 een bedrag toekomen van ƒ. 100.000, --, terwijl het restant aan ieder van de ondergetekenden voor de helft zal toekomen. b . Voor het geval bedoeld woonhuis in onderling overleg aan één van de ondergetekenden zal worden toebedeeld, zal de verrekening hetzelfde plaatsvinden zoals sub a. omschreven, met dien verstande dat de vaststelling van de waarde zal plaatsvinden in onderling overleg en bij gebreke van overeenstemming dienaangaande door ieder van de ondergetekenden aan te wijzen deskundige. ( …)” Verzoeken Het verzoek van de vrouw, zoals dat na wijziging luidt, strekt tot echtscheiding, met nevenvoorziening tot vaststelling van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden conform het door de vrouw ingediende voorstel een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De man heeft, na wijziging, zelfstandig verzocht om de echtscheiding uit te spreken, met nevenvoorziening tot vaststelling van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden conform het voorstel van de man, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Beoordeling Echtscheiding Partijen zijn het erover eens dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Het verzoek tot echtscheiding wordt daarom als op de wet gegrond toegewezen. Afwikkeling huwelijkse voorwaarden Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden waarin zij iedere gemeenschap van goederen hebben uitgesloten. De huwelijkse voorwaarden bevatten verder in artikel 5 een periodiek verrekenbeding. Partijen hebben het verrekenbeding niet uitgevoerd. Nu er sprake is van een niet nageleefd periodiek verrekenbeding geldt het bepaalde in artikel 1:141 lid 1 BW. Dit artikel bepaalt dat indien een verrekenplicht betrekking heeft op een in de huwelijkse voorwaarden omschreven tijdvak van het huwelijk en over dat tijdvak niet is afgerekend, de verplichting tot verrekening over dat tijdvak in stand blijft en deze zich uitstrekt over het saldo, ontstaan door belegging en herbelegging van hetgeen niet verrekend is, alsmede over de vruchten daarvan. Ingevolge het bepaalde in artikel 1:141 lid 3 BW wordt, indien bij het einde van het huwelijk aan een huwelijkse voorwaarden overeengekomen periode, het alsdan aanwezige vermogen vermoed te zijn gevormd uit hetgeen verrekend had moeten worden, tenzij uit de eisen van redelijkheid en billijkheid in het licht van de aard en omvang van de verrekenplicht anders voortvloeit. Peildatum De rechtbank zal als peildatum 28 juni 2024 hanteren, te weten de datum van de indiening van het echtscheidingsverzoek van de vrouw. Omvang van het te verrekenen vermogen Partijen zijn het erover eens dat het volgende tot hun (eigen dan wel gezamenlijke) vermogen behoort: de inboedel; twee auto’s; de echtelijke woning aan de [adres] in [plaats 2] ; de saldi op de bank- en spaarrekeningen. Ten aanzien van de auto’s, de inboedel en het saldo van de bank- een spaarrekeningen is niet gebleken dat deze goederen aan één van partijen toebehoren, waardoor deze goederen op grond van artikel 1:131 BW geacht worden aan ieder voor de helft toe te behoren. Dit vloeit ook voort uit artikel 7 van de door partijen gesloten huwelijkse voorwaarden. Dit betekent dat ten aanzien van deze goederen eenvoudige gemeenschappen bestaan die dienen te worden verdeeld. Bovendien moet de waarde van deze goederen aan beide zijden voor de helft in de verrekening worden betrokken. Omdat die verrekening niet leidt tot een vermogensverschuiving, zal de rechtbank die verrekening verder buiten beschouwing laten. De auto’s Partijen zijn het erover eens dat de Hyundai met kenteken [kenteken 1] moet worden toegedeeld aan de vrouw tegen een waarde van € 5.700,-, gebaseerd op de ANWB koerslijst (aankoopprijs bij een particulier). Partijen zijn het ook eens dat de Mazda met kenteken [kenteken 2] moet worden toegedeeld aan de man tegen een waarde van € 20.400,-, gebaseerd op de ANWB koerslijst (aankoopprijs bij een particulier). De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen en bepalen dat partijen de helft van de waarde van de aan hen toe te delen auto aan de ander dienen te vergoeden. De inboedel Partijen zijn het erover eens dat de inboedel zal worden verdeeld in onderling overleg met gesloten beurzen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen. Het saldo op de bank- en spaarrekeningen De rechtbank zal bepalen dat de vrouw de RABO rekeningen eindigend op [rekeningnummer 1] , [rekeningnummer 2] en [rekeningnummer 3] zal voortzetten en de man de ING rekening eindigend op [rekeningnummer 4] en bepalen dat partijen de helft van het saldo op de peildatum van de door hen voort te zetten bankrekening(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.