beschikking RECHTBANK DEN HAAG Team handel – voorzieningenrechter zaaknummer / rekestnummer: C/09/687617 / KG RK 25-880 Beschikking van de voorzieningenrechter van 14 augustus 2025 in de zaak van MR. DRS. M. VAN DER LAARSE Q.Q. in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [bedrijf 1] B.V. te [vestigingsplaats 1] , verzoeker, hierna te noemen: de curator, advocaat mr. R.A.J. van Wingerden te Rotterdam, tegen 1 [verweerder 1] te [woonplaats] , 2. [verweerder 2] te [woonplaats] , verweerders, hierna te noemen: [verweerder 1] en [verweerder 2] , gezamenlijk: [verweerders] c.s., in persoon verschenen, en 1 [bedrijf 2] te [vestigingsplaats 2] , Duitsland, 2. [bedrijf 3] B.V. te [vestigingsplaats 3] , 3. [bedrijf 4] B.V. te [vestigingsplaats 3] , 4. REGIONALE BELASTING GROEP te Schiedam, 5. GEMEENTE MIDDEN-DELFLAND te Schipluiden, 6. STAAT DER NEDERLANDEN (MINISTERIE VAN FINANCIEN, BELASTINGDIENST) te Den Haag, belanghebbenden, hierna te noemen: de beslagleggers, niet verschenen. 1De procedure 1.1. Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken: het verzoekschrift van 30 juni 2025, met productie 1 tot en met 15; de e-mail van de curator van 4 juli 2025; de brief van [verweerder 2] van 8 juli 2025; de brief van [verweerder 1] van 13 juli 2025; de brief van de curator van 21 juli 2025, met productie 16; de brief van [verweerder 1] van 22 juli 2025. 1.2. Op 31 juli 2025 heeft de mondelinge behandeling van deze zaak plaatsgevonden en is de uitspraak bepaald op vandaag. 1.3. Na de mondelinge behandeling hebben [verweerders] c.s. twee brieven aan de voorzieningenrechter gezonden, gedateerd 2 augustus 2025 en 6 augustus 2025. Deze brieven zijn – voor zover de voorzieningenrechter kan zien – niet aan de wederpartij toegezonden. Omdat de behandeling van de zaak al is gesloten op 31 juli 2025 heeft de voorzieningenrechter op deze brieven geen acht geslagen. 2De feiten 2.1. [verweerders] c.s. zijn eigenaar van de woning aan de [adres] te Maasland, kadastraal bekend gemeente Maasland, [kadastraal nummer] (hierna: de woning). In het kadaster staan verschillende beslagen van de beslagleggers op de woning ingeschreven. 2.2. Op 10 oktober 2023 is [bedrijf 1] B.V. in staat van faillissement verklaard en is de curator tot curator benoemd. Enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 1] B.V. is [verweerder 1] . 2.3. Bij vonnis van deze rechtbank van 13 maart 2024 is [verweerder 1] veroordeeld tot betaling aan de curator van in hoofdsom € 657.465,00, te vermeerderen met wettelijke rente en kosten. Dit vonnis is op 20 maart 2024 aan [verweerder 1] betekend. 2.4. De curator heeft op 23 december 2024 ten laste van [verweerders] c.s. executoriaal beslag gelegd op de woning. 3Het verzoek en de beoordeling 3.1. Het verzoek strekt – samengevat – tot overname van de executie door de curator, omdat de hypotheekhouders en de (voor executie in aanmerking komende) overige beslagleggers de executie niet met redelijke spoed ter hand hebben genomen, zoals bedoeld in artikel 513 lid 2 sub b van het Burgerlijke Wetboek van Rechtsvordering (Rv). 3.2. Volgens artikel 513 lid 1 Rv geldt als uitgangspunt dat degene die als eerste het proces-verbaal van beslag heeft ingeschreven de executie mag aanvangen c.q. voortzetten. Op grond van lid 2 van artikel 513 Rv kan schuldeiser wiens proces-verbaal niet als eerste werd ingeschreven de voorzieningenrechter vragen te bepalen dat hij de executie zal overnemen. De voorzieningenrechter kan daartoe beslissen wanneer er sprake is van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.