Rechtbank DEN HAAG Meervoudige kamer Rekestnummer: FA RK 24-2345 Zaaknummer: C/09/664002 Datum beschikking: 12 augustus 2025 Beschikking op het op 26 maart 2024 ingekomen verzoekschrift van: [verzoeker 1] en [verzoeker 2] , hierna ook: [verzoeker 1] en [verzoeker 2] , dan wel gezamenlijk: verzoekers of wensouders, wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] , advocaat: mr. C.C.A. Ouwens te Amsterdam. Als belanghebbenden worden aangemerkt: [draagmoeder] , de draagmoeder. [juridisch vader] de juridisch vader. de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag 1] 2023 te [geboorteplaats 1] , Georgië, in rechte vertegenwoordigd door mr. K. Moene, bijzondere curator, kantoorhoudende te ( 2492 WJ ) ’s-Gravenhage. de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage, zetelend te ’s-Gravenhage, hierna te noemen: de ambtenaar. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift; - de brief van 25 april 2024, met bijlagen, van verzoekers; - het verslag van de bijzondere curator van 31 mei 2024; - een F9-formulier van 20 juni 2024, met bijlagen, van verzoekers; - een F9-formulier van 19 juli 2024, met bijlagen, van verzoekers; - een F9-formulier van 6 augustus 2024, met bijlage, van verzoekers; - een brief van 1 augustus 2024 van de ambtenaar; - een F9-formulier van 16 september 2024, met bijlagen, van verzoekers; - een brief van 7 oktober 2024 van de ambtenaar; - het rapport van onderzoek van 20 december 2024, verricht door de Raad voor de Kinderbescherming; - de brief van 1 juli 2025 van de ambtenaar; - het F9-formulier van 8 juli 2025, met bijlagen, van verzoekers. Op 15 juli 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: verzoekers met hun advocaat, de bijzondere curator en [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming. De ambtenaar heeft bij brief van 1 juli 2025 laten weten niet op de zitting te zullen verschijnen. Na de zitting heeft de rechtbank ontvangen: - het F9-formulier van 22 juli 2025, met bijlage, van verzoekers; - het F9-formulier van 31 juli 2025, met als bijlage een aanvullend verzoek, van verzoekers. Feiten De wensouders hebben een draagmoederschapstraject gevolgd waarvoor zij een kliniek in Noord-Cyprus hebben ingeschakeld. De kliniek in Noord-Cyprus heeft de wensouders begeleid in het traject. In het traject gebruik is gemaakt van een anonieme eiceldonatrice. Er is geen overeenkomst met de eiceldonatrice. De wensouders hebben gebruik gemaakt van een draagmoeder [draagmoeder] , geboren op [geboortedag 2] 1986 te Kirgizië , staatsburger van Kirgizië. Toen de draagmoeder moest afreizen naar Georgië voor de bevalling kreeg zij geen visum kreeg, omdat zij nog gehuwd was met [juridisch vader] , geboren op [geboortedag 3] 1979, terwijl zij naar Kirgisch recht ongehuwd of gescheiden dient te zijn zoals ook blijkt uit artikel 2.5 van de draagmoederschapsovereenkomst. - Er heeft geen rechterlijke toets met betrekking tot het draagmoederschapstraject plaatsgevonden. Op 12 mei 2023 heeft de echtgenoot van de draagmoeder ten overstaan van een notaris een verklaring afgelegd zich nooit te zullen beroepen op enige rechten jegens de kinderen die uit het draagmoederschapstraject uit zijn vrouw worden geboren. Op [geboortedag 1] 2023 is te [geboorteplaats 1] , Georgië, uit de draagmoeder geboren [minderjarige] . Op de Georgische geboorteakte (voorzien van apostille) van [minderjarige] staan de draagmoeder en [verzoeker 2] als ouders vermeld. [verzoeker 2] en de draagmoeder zijn met het gezamenlijk gezag belast over [minderjarige] . Uit een DNA Paternity Report van 2 juli 2024, verricht door Consanguinitas, blijkt dat [verzoeker 2] met een waarschijnlijkheid van 99,9999991% de biologische vader is van [minderjarige] . Verzoekers hebben blijkens een uittreksel uit de basisregistratie personen de Nederlandse nationaliteit. [minderjarige] heeft een Kirgizisch paspoort. Bij notariële akte van 3 augustus 2023 heeft de draagmoeder toestemming aan [verzoeker 2] gegeven om [minderjarige] naar Nederland te brengen. Verder heeft zij – samengevat – alle ouderlijke bevoegdheden aan hem overgedragen. De draagmoeder heeft op 18 september 2023 schriftelijk verklaard afstand te doen van haar recht om door de rechter te worden gehoord. Bij beschikking van 19 december 2023 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland is bepaald dat aan [minderjarige] een laissez-passer moet worden afgegeven op grond waarvan hij Nederland kan inreizen en tijdelijk op Nederlands grondgebied mag verblijven. Bij beschikking van 14 mei 2024 is mr. Moene voornoemd, benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige] , teneinde zijn belangen op grond van artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek (BW) te behartigen. Bij beschikking van 15 juli 2024 van deze rechtbank zijn verzoekers benoemd tot voogd over [minderjarige] . Verzoek Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank – voor zover nu nog van belang –: de geboortegegevens van [minderjarige] vaststelt overeenkomstig het verzoek van verzoekers; [verzoeker 2] met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] belast; de adoptie van [minderjarige] door [verzoeker 1] uitspreekt; de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage gelast een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen. verstaat dat verzoekers met ingang van de datum waarop de beslissing met betrekking tot de adoptie onherroepelijk is geworden gezamenlijk zijn belast met het gezag over [minderjarige] ; bepaalt dat [minderjarige] de geslachtsnaam [geslachtsnaam 3] zal dragen, een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens. Bij F9-formulier van 31 juli 2025 heeft [verzoeker 2] de rechtbank aanvullend verzocht: - het verzoek tot ontkenning van het vaderschap van [juridisch vader] over [minderjarige] gegrond te verklaren. De bijzondere curator heeft zelfstandig verzocht – onder de voorwaarde dat uit een rechtsgeldig DNA-onderzoek blijkt dat [verzoeker 2] met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de biologische vader van [minderjarige] is –: - de ontkenning van het vaderschap van [juridisch vader] over [minderjarige] gegrond te verklaren; onder de voorwaarde dat de beslissing met betrekking tot de gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap onherroepelijk is geworden: - het vaderschap van [verzoeker 2] over [minderjarige] gerechtelijk vast te stellen. De ambtenaar heeft schriftelijk zijn standpunt kenbaar gemaakt. Beoordeling Rechtsmacht Op grond van artikel 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe. Positie van de draagmoeder en haar (ex-)echtgenoot De draagmoeder en haar (ex-)echtgenoot kunnen in beginsel als belanghebbende als bedoeld in artikel 798 Rv worden aangemerkt. De rechtbank zal de draagmoeder en (ex-)echtgenoot evenwel niet als belanghebbenden aanmerken. Dit gelet op voormelde vastgestelde feiten, waaruit blijkt dat de draagmoeder en (ex-)echtgenoot hebben verklaard afstand te doen van hun ouderlijke rechten. Daarnaast heeft de draagmoeder schriftelijk verklaard afstand te doen van haar recht om door de rechter te worden gehoord. De rechtbank zal daarom geen afschrift van deze beschikking aan de draagmoeder en haar (ex-) echtgenoot doen toekomen. Het draagmoederschapstraject Zoals uit de feiten blijkt, hebben de wensouders een draagmoederschapstraject gevolgd waarvoor zij een kliniek in Noord-Cyprus hebben ingeschakeld. Gebleken is dat in het traject gebruik is gemaakt van een anonieme eiceldonatrice met wie geen overeenkomst is gesloten. Er is gebruik gemaakt van een draagmoeder uit Kirgizië, die in de vijfde maand van haar zwangerschap naar Georgië moest afreizen, om daar te bevallen in een ziekenhuis waarmee de kliniek in Noord-Cyprus een samenwerkingsovereenkomst heeft. Dit betekent dat de draagmoeder gedurende langere tijd haar gezin in Kirgizië heeft moeten achterlaten om af te reizen naar een land dat op ruim 4000 kilometer afstand ligt van haar woonplaats. Niet gebleken is dat de eiceldonatrice en de draagmoeder juridische en psychologische begeleiding hebben gehad gedurende het traject. Bovendien is er in het gehele traject geen sprake geweest van een rechterlijke toets. Zoals op de zitting met verzoekers uitgebreid is besproken is er hier sprake geweest van een zeer onzorgvuldig traject. Het is onwenselijk dat een dergelijk traject wordt ingezet, waarbij er geen enkele rechtsbescherming is voor de betrokken vrouwen, die ieder een zwaar medisch traject hebben ondergaan. Daarnaast zullen de kinderen die uit dit traject worden geboren zeer waarschijnlijk nooit kunnen achterhalen van wie zij in de vrouwelijke lijn afstammen. Zoals de Raad voor de Kinderbescherming ook heeft aangeven in zijn rapport, zijn verzoekers weinig kritisch geweest op het proces rond de totstandkoming van de zwangerschap en hebben zij, gedreven door hun kinderwens, aannames gedaan die vooraf niet door hen zijn gecheckt en/of vastgelegd en achteraf ook onjuist bleken te zijn. Gelet op het onzorgvuldige traject kunnen de in de Georgische geboorteakte van [minderjarige] vastgelegde familierechtelijke betrekkingen niet in Nederland worden erkend wegens strijd met de openbare orde. De rechtbank dient dan ook eerst te beoordelen tot wie [minderjarige] ten tijde van zijn geboorte in familierechtelijke betrekking is komen te staan. Familierechtelijke betrekkingen ten tijde van de geboorte van [minderjarige] Toepasselijk recht Of een kind door geboorte in familierechtelijke betrekkingen komt te staan tot de vrouw uit wie het is geboren en de met haar gehuwde of gehuwd geweest zijnde persoon of de persoon met wie zij door een geregistreerd partnerschap is verbonden of verbonden is geweest, wordt op grond van artikel 10:92 van het Burgerlijke Wetboek (BW) bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de vrouw en die persoon of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat van hun gemeenschappelijke gewone verblijfplaats ten tijde van de geboorte van het kind, of indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. De rechtbank is van oordeel dat uit de gedurende de procedure overgelegde stukken voldoende aannemelijk is gemaakt dat de draagmoeder en haar (ex-)echtgenoot staatsburger van Kirgizië zijn en dus deze nationaliteit gemeenschappelijk hebben. De rechtbank stelt vast dat op grond van het Kirzigische recht [minderjarige] ten tijde van zijn geboorte in familierechtelijke betrekkingen is komen te staan tot de draagmoeder als moeder en de (ex-)echtgenoot van de draagmoeder als vader. Het verzoek onder I: Vaststellen geboortegegevens [minderjarige] De rechtbank komt aan het vaststellen van de geboortegegevens van [minderjarige] toe als er geen sprake is van een akte van geboorte, die overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of kan worden overgelegd en kan worden ingeschreven in de registers. De ambtenaar stelt zich op het standpunt dat de Georgische geboorteakte van [minderjarige] niet voor inschrijving in het register van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage in aanmerking komt. De rechtbank sluit zich aan bij het standpunt van de ambtenaar, omdat zij van oordeel is dat de Georgische geboorteakte van [minderjarige] niet voor erkenning in aanmerking komt, omdat er sprake is van strijd met de openbare orde, zoals hiervoor als is overwogen. Nu de Georgische geboorteakte niet kan worden ingeschreven en sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 1:25c BW, zal de rechtbank de geboortegegevens van [minderjarige] vaststellen. De ambtenaar heeft geadviseerd omtrent de wijze van vaststelling van de geboortegegevens van [minderjarige] . Verzoekers hebben met de voorgestelde wijze van vaststelling ingestemd. De rechtbank is van oordeel dat uit de inhoud van de in het geding gebrachte stukken voldoende aanwijzingen zijn verkregen omtrent de omstandigheden waaronder en de datum waarop de geboorte van [minderjarige] moet hebben plaatsgehad. Een van de omstandigheden was dat de draagmoeder ten tijde van de geboorte van [minderjarige] was gehuwd met [juridisch vader] , die daardoor juridisch vader van [minderjarige] is geworden. De rechtbank zal op grond van artikel 1:25c, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) de geboortegegevens van [minderjarige] als volgt vaststellen: Geslachtsnaam : [geslachtsnaam 1] Voornamen : [voornamen 1] Geboortedatum : [geboortedag 1] 2023 Uur en minuut geboorte : 00:05 Geboorteplaats : [geboorteplaats 1] , Georgië Geslacht : m (mannelijk) Geslachtsnaam vader : [geslachtsnaam 2] Voornamen vader : [voornamen 2] Geboortedatum vader : [geboortedag 3] 1979 Geboorteplaats vader : -, Sovjetunie Geslachtsnaam moeder : [geslachtsnaam 1] Voornamen moeder : [voornamen 3] Geboortedatum moeder : [geboortedag 2] 1986 Geboorteplaats moeder : -, Sovjetunie Het aanvullend verzoek van verzoekers en de verzoeken van de bijzondere curator Ontkenning vaderschap [verzoeker 2] heeft op 31 juli 2025 een aanvullend verzoek gedaan, strekkende tot ontkenning van het vaderschap van de (ex-)echtgenoot van de draagmoeder. De bijzondere curator heeft verzocht de ontkenning van het juridisch vaderschap van [juridisch vader] over [minderjarige] gegrond te verklaren onder de voorwaarde dat uit een rechtsgeldig DNA-onderzoek blijkt dat [verzoeker 2] met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de biologische vader is van [minderjarige] . Zoals hiervoor vermeld is voldoende aannemelijk dat de draagmoeder en haar (ex-)echtgenoot staatsburger van Kirgizië zijn zodat de rechtbank op grond van artikel 10:93 jo. artikel 10:92 BW, Kirgizisch recht toepast op het verzoek, zijnde het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de (draag)moeder en haar (ex-)echtgenoot. Het Kirgische recht bepaalt met betrekking tot de ontkenning van het vaderschap het volgende: De registratie van de ouders in de geboorteakte kan alleen worden betwist middels een gerechtelijke procedure, op verzoek van de geregistreerde vader/moeder, de biologische vader/moeder, het meerderjarige kind, de voogd (curator) van het kind of de voogd (curator) van een handelingsonbekwame ouder. Een procedure tot ontkenning van het vaderschap kan alleen dan slagen indien de man die de afstamming betwist ook feitelijk geen biologische vader van het kind is (art.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.