← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:15439

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.18267 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser, V-nummer: [V-nummer], (gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder, (gemachtigde: mr. G.T. Cambier). Procesverloop Bij besluit van 17 april 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 14 augustus 2025 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen

  1. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep.
  2. Bij brief van 3 juni 2025 heeft verweerder meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft op 3 juni 2025 de gemachtigde van eiser verzocht kenbaar te maken of wanneer hij voor het laatst contact heeft gehad met eiser en op welke wijze dit heeft plaatsgevonden. Na een rappelbericht op 12 juni 2025, heeft de gemachtigde van eiser op 17 juni 2025 meegedeeld dat hij niet op de hoogte is van eisers verblijfplaats en hij geen contact meer met eiser heeft.
  3. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van uit wordt gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk verzochte bescherming in Nederland. Dit is anders als de vreemdeling contact met zijn gemachtigde onderhoudt. De rechtbank concludeert dat uit de informatie van gemachtigde van eiser niet blijkt dat er recent contact is geweest.
  4. Gelet op het vorenstaande neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft dan ook geen belang meer bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
  5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
  6. Eiser krijgt geen vergoeding van de door hem gemaakte proceskosten. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2025 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en het proces-verbaal daarvan is openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.