← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:15460

REchtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: SGR 25/469 uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 februari 2025 op het verzoek om een voorlopige voorziening van [verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker, tegen de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), verweerder (gemachtigde: mr. S. Sheikchote). Inleiding

  1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker. 1.
  2. Met het (primaire) besluit van 10 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder verzoeker verplicht om mee te werken aan een onderzoek naar zijn drugsgebruik en rijgeschiktheid. Voorts is de geldigheid van het rijbewijs van verzoeker geschorst tot de uitslag van het onderzoek. 1.
  3. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. 1.
  4. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. 1.
  5. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 17 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, vergezeld van [naam] (zijn moeder), en de gemachtigde van verweerder. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  6. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Waar gaat deze zaak over? 2.
  7. De politie heeft verweerder het proces-verbaal van 13 november 2024 toegezonden. Daarin staat dat op 4 oktober 2024 een verkeerscontrole heeft plaatsgevonden. Verzoeker was op dat moment bestuurder was van een personenauto. Verzoeker heeft meegewerkt aan een speekseltest, die een indicatie aangaf voor cannabis (tetrahydrocannabinol (THC)). De politie heeft bij verzoeker (een) vergrote pupil(len) waargenomen. Verzoeker is aangehouden als verdachte wegens rijden onder invloed. Verzoeker heeft medewerking verleend aan een bloedonderzoek. Bij verzoeker is 4,3 microgram per liter bloed (µg/l) THC aangetroffen. De grenswaarde voor cannabis is 3 µg/l. 2.
  8. Verzoeker is eerder na een verkeerscontrole op 2 juli 2024 aangehouden als verdachte van rijden onder invloed van cannabis. Verzoeker heeft meegewerkt aan een speekseltest, die een indicatie aangaf voor cannabis. De politie heeft bij verzoeker de geur van cannabis en waterig/wazig bloeddoorlopen ogen waargenomen. Verzoeker heeft medewerking verleend aan bloedonderzoek. Bij verzoeker is toen 3,7 µg/l bloed THC aangetroffen. 2.
  9. Verweerder heeft daarop het bestreden besluit genomen. 2.
  10. Verzoeker heeft de bevindingen van de politie niet betwist. Hij wil meewerken aan het door verweerder opgelegde onderzoek naar zijn rijgeschiktheid. Verzoeker vindt het zelf ook niet goed dat hij heeft gereden met cannabis. Hij heeft een eigen bedrijf en handelt in auto onderdelen en heeft zijn rijbewijs hard nodig. Daarom verzoekt hij om de schorsing van zijn rijbewijs tijdelijk op te schorten, zodat hij zelf kan rijden. Het oordeel van de voorzieningenrechter
  11. Verzoeker krijgt geen gelijk. Het gaat hier om dwingend recht. Er is daarbij geen ruimte voor een belangenafweging.
  12. Verder is op zitting het volgende besproken. Verzoeker heeft op 27 februari 2025 een afspraak bij de psychiater voor het onderzoek naar zijn rijgeschiktheid. Deze keuringsarts heeft acht weken de tijd om een rapport uit te brengen. Verzoeker kan, vanwege zijn persoonlijke omstandigheden, de keuringsarts vragen of hij zijn rapport eerder kan uitbrengen. Verweerder heeft meegedeeld dat als de keuringsarts een positief rapport uitbrengt, dit voortvarend zal worden bekeken door de medisch adviseur van verweerder. Als alles positief uitvalt, dan krijgt verzoeker zo snel mogelijk zijn rijbewijs weer terug. Conclusie en gevolgen
  13. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Rossum, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 februari
  14. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen verzet of hoger beroep open. Artikel 23, eerste lid, aanhef en onder g, en artikel 5 van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid. Artikel 8, eerste dan wel vijfde lid, van de WVW 1994.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.